27-12-16

De boerenkrokus dringend aan een revival toe!

In de tuin van mijn grootouders, zo’n 60 jaar geleden, namen tulpen, tijkelozen (Brabants dialect voor Narcissen), sneeuwklokjes en krokussen een prominente plaats in in de voortuin.  De tulpen en narcissen hebben stand gehouden maar de sneeuwklokjes en krokussen worden stilaan een zeldzaamheid.  In de moderne voortuin is er minder en minder plaats voor deze prachtige voorjaarsbloeiers.  Daarom juist wil ik een lans breken voor een revival van de boerenkrokus (Crocus tommasonianus). 

 

De lichtpaarse bloem van de boerenkrokus zorgt niet alleen voor een mooie kleur maar zorgt ook voor spektakel in de tuin.  Bij de minste warmte die de lentezon geeft gaan de bloempjes open.  Ze houden van die warmte want ze draaien hun hoofdje mee met de zon om er tenvolle van te genieten.  ’s Avonds sluiten ze maar de dag erna herbegint de ganse cyclus tenzij het een regendag is want dan blijven de kelkblaadjes gesloten.    

De boerenkrokus is een stinzenplant en heeft dus de eigenschap zich uit te zaaien op voorwaarde dat de tuinliefhebber hem een plaatsje geeft waar weinig geschoffeld wordt en de grond voldoende voedzaam is.  Graag gaat hij zijn gang in de rotstuin, onder loofbomen en bladverliezende struiken of in het gazon.   Voorwaarde is wel dat het gazon niet vroeg gemaaid wordt.  Na de bloei gaat de hoofdbol zich omringen van een massa kleine bolletjes.  Deze moeten zich kunnen ontwikkelen.  Het is dus wachten met maaien tot het loof van de plant begint af te sterven. Je kunt de hoofdbol ook opgraven en de bolletjes van de hoofdbol scheiden en zelf uitzaaien.  Na een aantal jaren zal er zich in de bloeitijd een tapijt gevormd hebben met de lichtpaarse bloemen met okergele meeldraden van de boerenkrokussen.  Enig mooi!

Planten vanaf begin october. 


 

Een tip …

Meng Crocus tommasonianus (boerenkrokus) met Crocus Speciosus Artabir.  De eerste bloeit in het voorjaar en de tweede in het najaar.  Het wordt zo dubbel genieten. 

Crocus Speciosus Artabir heeft een donkerpaarse nerf in de kelkblaadjes.  Het is ook een verwilderingsbol.  Planten eind augustus.

 

 

Hedychium (siergember) als trekpleister in de tuin.

096.JPGZo’n zes jaren geleden kreeg ik van een vriend een stuk van zijn Hedychium gardnerianum ‘Monster Kahili’. De wortelstokken waren zo fel aangegroeid dat de pot waarin de plant stond opengescheurd was. Twee jaren later stond ik met hetzelfde probleem. Het deed me besluiten om de helft opnieuw op te potten en de andere helft in de tuin te planten. Vermits siergembers niet wintervast zijn heb ik de plant in het najaar afgedekt met eerst een laagje takjes met daarop een dikke laag afgevallen blad. In het daaropvolgende voorjaar had ik de moed reeds opgegeven en de plaats met late afgeprijsde verwilderingstulpen opgevuld. Toen deze uitgebloeid waren en afstierven was mijn verwondering groot toen ik drie scheuten van de Hedychium zag bovenkomen. Het was toen eind mei! Een bloem heb ik dat jaar niet gezien. Sindsdien herhaalt de geschiedenis zich. De Hedychium komt pas boven nadat de verwilderingstulpen, die er bovenop staan, ver afgestorven zijn. Maar nu krijg ik 3 à 4 prachtige bloemen. Realist genoeg zijnde hou ik steeds een stuk in pot want de laatste winters waren niet echt die naam waardig.

Hedychiumfamilie telt ongeveer 50 soorten en behoort tot de familie van de Zingiberaceae. Komende uit de zuidelijke Himalaya van Nepal tot Indië zijn er nogal wat verschillen in deze familie. Maar allemaal zijn ze weinig wintervast en hoeven dus voldoende beschutting in de winter. Maar wie het waagt wordt rijkelijk beloond met een plant met een sterke exotische toets. De hoog opgaande stengels lijken op bamboe en de grote bladeren vallen onmiddellijk op. De prachtige bloemen, in de top van de stengels, verschijnen half september en blijven ruim 10 dagen alle aandacht trekken. Een aantal siergembers verspreiden daarenboven een aangename geur.

Dat Hedychium vrijwel onbekend is, is te wijten aan het feit dat ze tot op heden niet te vermeerderen zijn via weefselkweek en daarom niet rendabel. De vermeerdering gebeurt meestal via de ondergrondse wortelstokken (rhizomen). Zaaien kan ook maar de kiemkracht is beperkt tot zo’n 30% van de zaden. Belangrijk bij het zaaien is dat dit onmiddellijk na de oogst dient te gebeuren want de zaden verliezen heel snel hun kiemkracht.

Wie geen risico wil nemen kan de wortelstokken opgraven en op een droge vorstvrije en lichte plaats bewaren. Dat lukt perfect maar het daaropvolgende jaar zal men bij het opnieuw uitplanten in de tuin of pot geen bloemen hebben. Daarom is het best ze in de tuin te laten en goed af te dekken … en wat risico te nemen.

Bij kwekers verneem ik dat Hedychium coronarium of ‘white butterfly lily’ de meest geplante is en met reden. Hij is gemakkelijk in de tuin, vermeerdert goed, heeft wondermooie witte bloemen en een ver dragende heerlijke geur.

Wil je wat meer zien van al die pracht, breng dan eens een bezoek aan volgende website: http://www.gingersrus.com

04-06-14

De witte aardbei of ananasaardbei

 

De witte aardbei is niet zo nieuw als sommigen willen laten uitschijnen.  Ze werd rond 1750 ontdekt in Chili.  Zuid-Amerika kende lang niets anders dan witte aardbeien tot in Noord-Amerika de rode aardbei (‘scarlets’) ontdekt werd.  Spontane kruising tussen beide mondde uit in de Fragaria x ananassa die meteen de basis vormde voor de populaire rode aardbeivariëteiten van tegenwoordig.

 

 

 

De witte of albino-aardbei is,tegen alle twijfels in, een echte aardbei die op natuurlijke wijze tot stand gekomen is.  Heel wat van haar DNA vindt men terug in onze huidige aardbeisoorten.  Dat ze niet zo populair is als de rode aardbei komt door de mindere opbrengst.  In top restaurants komt men ze stilaan meer en meer tegen omwille van het fraaie uitzicht en de aparte smaak.  Bij het begin van de 21ste eeuw heeft de Nederlandse aardbeienveredelaar, Hans de Jongh, de huidige versie van de witte Fragaria x Ananassa een boost bezorgd.  De Natural Albinozoals hij ze genoemd heeft, heeft de naam te   danken aan de fris-zoete smaak die aan ananas doet denken.  Het kroontje op de aardbei deed de mensen zon 300 jaar geleden al denken aan het hoedje van de ananas.

 

Kruisbestuiving van de ananasaardbei

De ananasaardbei is niet zelfbestuivend d.w.z. dat er een insect (bv. bij) nodig is en dat deze eerst een zelfbestuivende rode aardbei moet bezocht hebben.  Neem daarom best een rode aardbeisoort die op hetzelfde ogenblik bloeit.  Aanraders zijn hier zeker Elsanta en Lambada.

 

Vergelijk tussen witte en rode aardbei

Witte                                                          Rode

Kleine delicate vrucht                                   Grotere stevige vrucht

Wit met rode zaden                                               Rood met gele zaden

Fris-zoete ananassmaak                                Zoete traditionele smaak

Kruisbestuiving nodig                                   Zelfbestuiver

+/- 100 gram per plant                                 +/- 500 gram per plant

 

Rijpe vruchten van de ananasaardbei herkennen

Het is duidelijk zichtbaar wanneer de rode aardbeien rijp zijn.  Eerst is de aardbei groen, wordt dan wit van kleur om tenslotte mooi rood te eindigen. De ananasaardbeien beginnen als witte vrucht met groene zaadjes. De vrucht wordt steeds ronder en de zaadjes kleuren rood. Als de ananasaardbei een lichtroze gloed begint te vertonen is deze rijp genoeg om te eten. Pluk voorzichtig want de ananasaardbei is veel delicater dan de gemiddelde rode aardbei.

30-04-14

Rodgersia's zijn prachtige bladplanten met een opvallende bloeiwijze

In de rij van de prachtige bladplanten neemt de Rodgersia familie een prominente plaats in.  Daarenboven zijn de grote crèmewitte, roze of rode bloempluimen die hoog boven de bladmassa uitsteken zeer opvallend aanwezig in de bloemenborder.

 Meer en meer geraakt de plantenliefhebber overtuigd van het belang van mooie bladplanten in de border.  Ze zorgen voor een interessante afwisseling en behouden meestal van het vroege voorjaar tot de late herfstdagen voor de nodige accenten.  Rodgersia’s vervullen deze opdracht tenvolle.  Hun groot samengesteld blad waarin de nerven wat dieper liggen dan het bladgroen onderscheiden hen van vele andere bladstructuren.

 Rodgersia’s zijn geen snelgroeiers.  Het kan een paar jaar duren vooraleer de kruipende wortelstokken zorgen voor wat bovengronds volume.  Eens op gang moet je niet verwachten dat ze gaan woekeren.  Indien je toch vindt dat ze teveel ruimte innemen kun je het teveel gewoon afsteken.  De standplaats is zoals bij de meeste planten van groot belang.  Ze houden van een constant vochtige plaats zonder met de voeten in het water te blijven staan.  M.a.w. zorg voor voldoende drainage door in de onderlaag grind in te werken.  In (half-) schaduw voelen ze zich opperbest, maar zelfs op een zonnige plaats overleven ze goed op voorwaarde dat deze voldoende vochtig blijft.  Indien de bodem onvoldoende vochtig blijft zul je dit snel merken aan het indrogen van de bladeren.  Indien ze het naar hun zin hebben zijn het langlevende vaste planten.

 

Een drietal aanraders:

  • Rodgersia podophylla is een forse plant met groot, handvormig samengesteld blad met een doorsnee van 30-50 cm.  Vanuit een punt vertrekken 5 à 7 driehoekige deelbladen die op het uiteinde gelobd zijn.  Het jonge blad is paarsbruin en verkleurt daarna naar groen.  De intensiteit is afhankelijk van de variëteit.  De stevige bloemstengel steekt tot 1 meter boven de bladmassa.
  • Rodgersia aesculifolia heeft eenblad dat sterk lijkt op dat van de paardenkastanje.  De bloemen zijn wit en staan in luchtige trossen.
  • Rodgersia pinnata zorgt voor een stevige plant met fel generfd leerachtig blad.  Er is gelijkenis met R. aesculifolia maar de deelblaadjes zitten meestal in groepen rond de bladsteel.  Bij deze soort wordt door kwekers gewerkt op het donkerder roze van de bloemen.


 

 

 

26-08-13

Scutellaria incana nog te zelden in de tuin.

 

Sommige planten doen er heel lang over vooraleer de tuinliefhebber ze ontdekt.  Scutellaria incana (Glidkruid) is er zo eentje.  Nochtans heeft deze vaste plant heel wat troeven om daaraan te ontsnappen.

 

 

 

 

S. incana behoort tot de familie van de Lamiaceae (Lipbloemigen).  Van de meer dan 200 soorten heeft alleen incana soort een plaatsje veroverd in een beperkt aantal kwekerijen.  Nochtans staat deze plant, afkomstig uit het midden en zuidoosten van Noord-Amerika, heel goed in een vaste planten border.  De enige voorwaarde is dat de grond daar vochthoudend, kalk- en humusrijk moet zijn.  Dit mag in de zon of halfschaduw.  De winterhardheid is geen probleem.  De plant laat zich heel goed combineren met Anemona Honorine Jobert, Campanula, Echinacea, Penstomon, Persicaria, Platycodon en rozen.  

 

Het glidkruid bloeit in de periode augustus-september met zachtblauwe bloemen.  Deze staan in vertakte schijnaren en zoals bij de meest lipbloemigen heeft de plant buisvormige bloemen met een duidelijke boven- en onderlip.  Bij het uitlopen van de bloemen zijn deze zilverachtig en behaard.  De witte meeldraden steken scherp af tegen de lichtblauwe kelkbladeren.  Indien je de uitgebloeide bloemstengels wegknipt zal de plant een tweede maal, minder intens, bloeien.  De plant wordt, afhankelijk van de bodem, van 60 cm tot 120 cm en bereikt een breedte van zo wat 50 cm.

 

Scutellaria incana groeit met ondergrondse wortelstokken.  Daarop groeien de stengels met grijsgroene, gezaagde ovale bladeren.  De bladeren zijn zes tot acht cm lang.  Zoals de meeste vaste planten kun je in het najaar gemakkelijk vermeerderen via scheuren.  In de zomer kun je stekken nemen van jonge scheuten.  Plant deze in goed doorlatende grond en dekt af met een plastic om het inwortelen te bevorderen.

14-07-12

Éénjarige papavers onmisbaar in de gemengde border

 

Papaver somniferum of slaapbol is overweldigend met zijn uitgebreide kleurvariaties.  Eens men ze uitgezaaid heeft in de borders komen ze in grote getale getrouw ieder jaar terug.  Ze wandelen hierbij rond in de plantenborder zodat de tuineigenaar zelf kan bepalen waar ze gewenst zijn of niet.  Een deel bloeit één dag maar er zijn nu al verschillende variëteiten die het meerdere dagen vol houden.  Na de bloei blijven de slaapbollen op zich heel decoratief.

 

 

 

 

Het jonge blad van P. somniferum is heel opvallend door zijn prachtige grijsblauwe kleur.  Op rijke grond halen de planten soms tot 150 cm maar door de slanke bouw storen ze niet in de border.  Wie echter borders op kleur heeft kan verrast worden door het opduiken van paarse bloemen in de gele border of andere. 

Persoonlijk vind ik de pioenbloemige types de mooiste.  Men heeft enkel- en dubbelbloemende.  Sommige hebben gefranjerde ranjes andere zijn gekuifd.  Er zijn er waarvan de randkelkblaadjes geheel zijn en de binnenkelkblaadjes versnipperd alsof men een kartelschaar gebruikt heeft.  In deze is het spectaculair hoe horzels en bijen zich erin vermaken.  Na de bloei blijven de zaaddozen over.  Eens ze aan het rijpen gaan veranderen ze van blauwgrijs naar donkerbruin.  Ondertussen is het blad aan het afsterven en ontsiert de plant.  Daarom verwijder ik dat blad zodat we een decoratief geheel overhouden.

 

Om de bloeitijd van P. somniferum te rekken zaai ik ze op verschillende tijdstippen.  Bij latere inzaai is de plant kleiner evenals de bloemen maar ze blijven toch nog de moeite waard.  Zaai ze niet te dicht want anders ontwikkelen de planten zich onvoldoende.  Indien ze toch te dicht staan is het best ze uit te dunnen.  Zaai ze op een zonnige plaats en liefst wat uit de wind want anders laten ze hun kelkblaadjes sneller los.  Het verplanten van de jonge plantjes breekt hun groei omwille van de penwortel.  Dus op de correcte plaats zaaien is van belang.

 

Alvast succes met het mooie kleurenpallet.

20-01-12

Correa backhoseana een niet courante struik

 

Zelden zul je Correa backhoseana aantreffen in onze tuinen.  Dit komt vooral omdat deze winterharde struik uit Australië zelden aangeboden wordt in tuincentra.  Wie de eigenschappen van deze struik nader leert kennen zal snel overtuigd zijn.

 

 

 

Herkomst

De soort Correa werd voor het eerst beschreven in 1834 door de botanicus William Jackson Hooker.  James Backhouse verzamelde reeds in 1833 de struik op Cape Grim (Tasmanië).  Later werd deze ook teruggevonden in West- en Zuid-Australië en Victoria.

 

De struik

Correa backhouseana is wintervast en kan heel goed tegen droogte.  Als kustplant ligt dat wat voor de hand.  De struik kan zowel in volle zon als in half schaduw.  In ideale omstandigheden kan de struik uitgroeien tot 2 m hoogte en 1 m breedte.  De ovale blaadjes zijn een 3-tal cm lang en een 2-tal cm breed.  De bovenzijde van het blad is glanzend donkergroen terwijl de onderzijde lichtgrijs is.  De klokvormige bloemen hangen als lampjes aan de takken.  Ze gaan van groen-geel naar lichtgeel.  Bij het ontluiken is de basis lichtroze.  Door het hangende van de klokjes is de binnenzijde niet zichtbaar.  Spijtig want binnenin zijn de stamper en meeldraden net klepels van een klok. 

De cultivar Correa backhouseana var. coriacea 'Eucla Gold' is kleiner, smaller, en heeft feller gekleurde bloemen dan normaal.  Deze variëteit werd ontdekt in Eucla (West-Australië) en pas in cultuur gebracht in Victoria in 1988.

 

Gebruik

Men kan deze struik zowel in de plantenborder als in container houden.  Zowel het blad als de bloem zijn geschikt materiaal bij het bloemschikken.  In Australië wordt deze struik veelvuldig gebruikt om een kleine haag mee te vormen.  Meteen is deze struik zeer geliefd bij de kleinere vogelpopulatie.

22-10-10

Ligularia: een topper voor de schaduwhoek

Het is niet eenvoudig om planten te vinden die kleur brengen in de schaduwhoek.  In het voorjaar lukt dit vrij goed omdat het bladerdek zich nog niet heeft toegedekt.  Vanaf juni is dit veel moeilijker.  Ligularia is een prachtige uitzondering op dit scenario.  De warmgele bloemkleur is als een zonnetje in de toch wel meer donkere hoek.

 

 

 

Ligularia dentata is de meest voorkomende van deze familie.  Oorspronkelijk was deze te vinden in kreupelhout en open plekken in de bossen in het Verre Oosten.  Het is een forse plant die een humusrijke, leemachtige bodem vereist, die voldoende vochtig moet blijven.  Directe zonnestralen zijn nefast voor zijn behoud.  Indien de plant onvoldoende vocht kan opnemen laat hij de grote donkere bladeren vrij snel slap hangen.  Indien je grond onvoldoende vocht kan houden kun je aan dit probleem verhelpen door waterkristallen toe te voegen.

De meeste Ligularia’s zijn zomerbloeiers.  De bloemen verschijnen vanaf eind juni tot diep in augustus.  De bloemkleur is altijd geel.  We kennen twee bloeiwijzen nl.  in vlakke tuilen (lijkend op margrieten) en in slanke bloemaren (met een massa kleine bloemen).  Slakken zijn de voornaamste belagers.  Ze zullen de plant niet verwoesten maar zijn mooiheid aantasten.  Wind heeft geen invloed op Ligularia’s.  Zelfs de hoogste soorten hoeven geen enkele steun.  Ligularia stenocephala ‘The Rocket’ kan tot 2 m hoogte gaan.  Ligularia hodgsonii wordt daarentegen amper 80 cm.  De bladkleur bovenaan gaat van licht- naar donkergroen.  Onderaan varieert het van groen naar roodbruin.  Deze bladeren staan op groene of donkerbruine stengels afhankelijk van de soort.

 

Je merkt dat er heel wat variatie zit in de Ligularia familie.  Reden temeer om deze topper voor de schaduwhoek eens uit te proberen.

Papaver ‘Black Paeony’ een bijna zwarte bloem

Zwarte bloemen zijn echt zeldzaam.  Meestal is het zo dat we het zwart met een korreltje zout moeten nemen.  Het zijn eerder heel donkerpaarse met een zwarte ondergrond.  Papaver ‘Black Paeony’ behoort tot deze categorie.  Buiten de kleur heeft deze éénjarige papaver ook zijn gemakkelijke combineerbaarheid mee zoals bv. met gipskruid of met witte dille.

 

 

Meer dan éénjarig …

Zoals de meeste éénjarige papavers is de kans groot dat hij zich na de bloei royaal uitzaait.  Het zaad bevat oliehoudende stoffen hetgeen het overwinteren sterk ten goede komt.  Woekeren doen ze ook niet want indien ze in te grote getale te voorschijn komen zijn ze gemakkelijk te wieden.  Ze nestelen zich op hun voorkeurplaatsen en deze zijn meestal ook de meest aangewezene.  Het verplanten is eerder moeilijk omwille van de penwortel.  Als je dus tot zaaien overgaat is het best ze op hun plaats te zaaien en daarna uit te dunnen.  Zaai ze in de serre in turfpotjes of WC-rolletjes.  Deze kun je zonder verplanten op de juiste plaats inplanten in de tuin.

 

Kwalijke reputatie …

De naam papaver ontleent de plant aan zijn witte melksap die de grondstof is voor opium en morfine.  Voor de geneeskunde een zegen, als drug voor velen al snel een kruis.  De zaadjes zijn bekend als maanzaad en worden gebruikt als garnering voor brood.  Ze bevatten ook olie die gebruikt wordt in olieverven.

 

Meestal gevulde bloem

Black Paeony heeft meestal een gevulde bloem en is dieppurper met een zwarte zweem.  Je kunt wel eens een enkele tussen je zaailingen hebben.  De zaailingen hiervan kunnen opnieuw allemaal dubbele bloemen geven.  Verrassing is dus troef.  Nadeel van papavers is hun meestal korte bloei maar deze wordt zeker gecompenseerd door de fraaie zaaddozen die evenzeer decoratief zijn.

 

 

26-10-09

Sanguisorba een fel onderschatte borderplant

Voor vele tuinliefhebbers komt Sanguisorba over als onbekende plant.  Dit heeft veel te maken met het minimaal gebruik in onze moderne borders.  Het mindere gebruik is allicht een gevolg van het eerdere slordige (wilde) voorkomen van deze plant.  Bij oordeelkundige keuze van zijn buren in de border is Sanguisorba door zijn speciale bloeiwijze en mooie blad een echte blikvanger.

De Nederlandse naam ‘Kleine en grote pimpernel’ is beter gekend dan de Latijnse.

Sanguisorba stelt weinig eisen aan de grond.  We kunnen stellen dat op iedere normale vochthoudende grond deze vaste plant geen problemen heeft.  Zowel in de zon als in halfschaduw komt de plant tot zijn recht. 

Door de ruime keuze in hoogten (van 50 cm tot 2 m) kan men Sanguisorba ofwel vooraan, halfweg of achteraan in de border plaatsen.  De bloeitijd situeert zich in juni, juli.  De witte of roodpaarse bloemen verheffen zich statig boven de bladeren.  Alle soorten hebben fraai geveerd blad met gekartelde deelblaadjes.

De zware bloemaren zorgen ervoor dat na een fikse regenbui de bloemen gaan neerliggen.  Dit kun je echter voorkomen door ze aan te planten naast bloemen die daar geen problemen mee hebben.  Je kunt het evenzeer voorkomen door rijshout aan te brengen.  Dit zal door de bladmassa gemakkelijk verstopt worden. 

 

Een interessante variëteit is ‘Sturdy Guard’.  De bladhoogte is 50 cm en de bloem gaat tot 170 cm.  De bloemkleur is purperrood.  Er bestaat ook een witte die heel bloeirijk is.   

 

 

   

09:02 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (0) | Tags: sanguisorba |  Facebook |

29-09-09

De standplaats is heel belangrijk voor je vaste planten

Vanaf half september zullen vele plantenliefhebbers opnieuw aan de slag gaan in hun tuin.  Planten en verplanten zijn aan de orde.  Maar houden we steeds voldoende rekening met de standplaats voor deze planten.  De pH van de grond speelt namelijk de hoofdrol in de gezondheid van je planten.  Onderzoek dus eerst de grond en breng hem op de gewenste pH.

Daarom even herinneren:

·        Zuurminnend : pH tussen 4,5 en 5,5

·        Normaal kalkbehoeftig : pH tussen 5,5 en 6,5

·        Kalkminnend : pH tussen 6,5 en 7,5

 

In onderstaande opsomming vind je de meest gebruikelijke vaste planten die kalkminnend zijn.

  

Acaena

Iberis

Acanthus

Inula

Achillea ‘Cornotaion Gold’

Iris Germanica-Group

Achillea ‘Credo’

Kalimeris

Achillea ‘Moonshine’

Knautia

Achillea odorata

Lamium orvala

Achillea ‘Taygetea’

Lathyrus latifolius

Alyssum

Lavandula

Anaphalis

Leontopodium

Anemone sylvestris

Leucanthemella

Arabis

Leucanthemum

Artemisia

Linum

Aruncus aethusifolius

Macleya

Asarum europaeum

Nepeta

Asphodeline

Nipponanthemum

Aster amellus

Onopordum

Aster frikartii

Papaver

Astrantia

Paradisea

Aubrieta

Perovskia

Aurinia

Phlomis

Buglossoides

Phlox Paniculata-Group

Campanula carpatica

Phlox maculata

Catananche

Physalis

Centaurea montana

Prunella

Centranthus

Ptilotrichum

Cerastium

Pulmonaria

Ceratostigma

Ratibida

Chamaemelum nobile

Rosmarinus

Chrysanthemum

Ruellia

Coronilla

Sagina

Crambe

Salvia

Dalea

Santolina

Dianthus

Saponaria

Dictamnus

Saxifragia cortusifolia

Dryas

Scabiosa

Erigeron

Sedum

Erysimum

Sempervivum

Eupatorium

Senecio

Euphorbia

Stachys

Fragaria

Stokesia

Gentiana  (uitz. Gentiana sino-ornata)

Tanacetum corymbosum

Gypsophila

Tanacetum niveum

Helianthemum

Tanacetum parthenium

Helianthus

Teucrium

Helichrysum

Thymus

Helleborus

Trifolium ochroleucum

Heracleum

Verbascum

Hesperis

Veronica

Heuchera

 

Heucherella

 

 

Veel succes met aan- en verplanten.

24-07-09

Astilbes, mooi maar niet altijd even gemakkelijk

Het aantrekkelijke bij de Astilbes zijn hun felle kleuren.  Het maakt dat ze zeer gemakkelijk inpasbaar zijn in de border op voorwaarde dat je ze op een blijvend vochtige plaats zet.  Ze doen het trouwens heel goed in het beginnend moeras aan de vijver.  Andere voorwaarden die je kans op slagen onmiddellijk verhogen zijn een humusrijke, eventueel zure, tot matig vruchtbare grond.  Zware klei is uit den boze!  En dat maakt hen tot moeilijke plant in onze streken.  Toch kun je dit euvel gemakkelijk oplossen door flink wat rijnzand te mengen tussen de klei.  In de zon of in de schaduw is geen uitgemaakte zaak.  Met een plaatsje in de zon wordt je beloond met een veel rijkere bloei als je rekening gehouden heb met de vochtigheidgraad van de grond.

De eerste Astilbes kwamen in de onze streken in de 19e eeuw.  Deze uit Oost-Azië ingevoerde planten waren hoofdzakelijk lage soorten met witte bloemen.  Het was de Duitse kweker Georg Arends die via kruisingen al snel 70 nieuwe cultivars kweekte.  Het waren vooral hoge die veelal als snijbloem gebruikt werden.  Omstreeks 1930 slaagde men erin om naast de witte, roze en paarse ook dieprode rassen te kweken.

 

De hoge Astilbes laten zich heel goed combineren met Monarda en Helenium.  Andere mogelijke buren zijn Ligularia, Hostas en Hemerocallis.  Allemaal planten die graag wat vochtige grond hebben.  Lagere soorten kun je gebruiken als bodembedekker en gaan dan goed samen met Asarum (mansoor) en Tiarella (schuimkaars).  Is er wat meer zon maar voldoende vochtige grond kies dan Astrantia (Zeeuwds knoopje), Lobelia fulgens en Trollius als buren.  Je merkt aan buurkeuzen geen nood.  Belangrijk is dat je weet waar je ze gaat planten, want als je met de basisvoorwaarden geen rekening houdt zullen je prachtpluimen al snel verdwijnen. 

 

 

 

 

07:57 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (0) | Tags: astilbes |  Facebook |

26-06-09

Helmbloem van onkruid naar gewaardeerde tuinplant

De helmbloem of Corydalis heeft een hele weg afgelegd om als gewaardeerde tuinplant erkend te worden.  Hiervoor is vooral de Corydalis lutea of gele helmbloem verantwoordelijk.  Dit onkruidje groeit zonder problemen op lichtbeschaduwde oude muren.  In de tuin is het geen lang leven beschoren tenzij dat het zich kan uitzaaien.  De ontdekking in de jaren tachtig in China van de blauwbloeiende C. flexuosa baande de weg naar onze tuinen.  Weliswaar met mondjesmaat maar toch voldoende om onze aandacht te trekken.

 

 

Corydalis lutea 

Standplaats en grond

De meeste variëteiten van de Corydalisfamilie zijn gemakkelijke tuinplanten mits je een licht beschaduwde standplaats met vruchtbare en zeer goed drainerende grond voorziet.  De meest ideale standplaats is langs een koele noordwaarts gerichte muur.  Geen erg als de plantjes in de zomer erg droog komen te staan, als ze maar in de lente voldoende vochtige grond hebben.  Wees niet ongerust over de groeigewoonten van sommige variëteiten van deze plant die zeer vergelijkbaar zijn met deze van speenkruid.  Vroeg in het voorjaar verschijnt het varenachtige kruid waarna de bloei volgt, maar tegen de zomer is er bovengronds niets meer waar te nemen van de plant.  De plant breidt zich spontaan uit via zaad of ondergrondse knolletjes.

 

Enkele soorten

De Corydalis familie kan ingedeeld worden in twee groepen.  De vroege voorjaarsbloeiers met knolachtige wortels en de polvormende vaste planten die later bloeien. 

Bij de vroege bloeiers is C. solidata het meest bekend.  Er bestaan selectie met witte, roze, rode, blauwe en zelfs tweekleurige bloemen.

Corydalis cava (holworel) is in alles wat groter dan de solidata en bloeit iets later.  Deze soort staat graag in de schaduw van bomen en struiken.  Het wortelextract wordt gebruikt tegen stuiptrekkingen en bij de behandeling van de ziekte van Parkinson.

Corydalis cheilanthifolia is een zomerbloeier.  De trossen met kleine, heldergele bloempjes brengen heel wat zaad op.  De royale uitzaai degradeerde deze soort al snel tot ‘onkruid’.

 

Corydalis flexuosa werd in 1985 ontdekt in China in het Wenchuan Wolong Natuurreservaat in Sichuan.  De soort kreeg de naam ‘Blue Panda’ omwille van zijn mooie diepblauwe bloemkleur.  Samen met ‘Père David’, ‘China Blue’ en ‘Purple Leaf’, allen kort daarna ontdekt, zorgden ze voor de doorbraak in onze tuinen.

 

 

 

Corydalis flexuosa

 

 

08:29 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (1) | Tags: corydalis |  Facebook |

19-04-09

Campanula’s voor de rotstuin.

Het geslacht Campanula is door de tuinliefhebber gekend.  Wat echter minder geweten is, is dat een aantal variëteiten het zeer goed doen in de rotstuin.  Ook voor bloembakken, bloemenperken, hanging baskets zijn ze een oplossing.  Je moet natuurlijk een aantal spelregels respecteren om kans op succes te hebben. 

        

  

                   Campanula carpatica                                                         

Bergplant                                                                              

Van oorsprong komen de Campanula’s vooral uit bergachtige streken: de Pyreneëen, de Kaukasus, de Jura, de Alpen, de Karpaten... Dat maakt van hen de ideale rotsplant, al doen niet alle soorten het even goed in een rotstuintje in onze streken.

 

Campanula Alpestris

Kleurrijke klokjes

Campanula of klokjesbloem behoort tot de familie van de Campanulaceae. Het zijn meerjarige planten die elk jaar opnieuw volop bloemen leveren. Zelfs tweemaal per jaar verschijnen de klokjes op voorwaarde dat je de uitgebloeide bloemen verwijdert.

 

Plaats in zon én schaduw

Campanula gedijt zowel in zon als in schaduw. De zon zorgt er wel voor dat de bloemen ietwat verbleken.

Plant Campanula in volle grond of in potten. Als je voor potten kiest, is een goede afwatering belangrijk. Daarom gebruik je best een pot met voldoende drainagegaten. Leg op de bodem eerst een laagje potscherven of hydrokorrels voor je de pot vult met het grondmengsel.

Wat het grondmengsel betreft kies je in het algemeen best een kalkrijke ondergrond. De meeste Campanulasoorten zijn kalkminnend, hoewel enkele expliciet kalkmijdend zijn. Denk daarbij aan Campanula cenisia, excisa en barbata.

 

Water en meststof

Campanula’s zijn sterke planten met een groot recuperatievermogen.  Ze houden niet van uitgedroogde grond.  Giet ze daarom regelmatig maar niet teveel per beurt.  Giet ze ’s morgens want ze houden helemaal niet van afkoelende vochtige grond ’s nachts.  Zoals voor de meeste planten is gieten aan de basis de voorkeur.  Bemesten is alleen nodig tijdens de bloei.

06:52 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (0) | Tags: campanula |  Facebook |

01-04-09

Help mijn bamboe gaat dood

Menig tuinliefhebber heeft, gelokt door de wiegende stokken of het zuiders opwekkend gevoel, bamboe in zijn tuin gehaald.  Maar menig tuinliefhebber heeft zich dat daarna beklaagd, want heel wat bamboesoorten zijn hevige woekeraars.  Dat planten gaan woekeren is niet altijd een probleem, maar bij vele bamboesoorten wel.  Hun uitbreidingsdrang is niet alleen groot, maar ook moeilijk af te stoppen.  Om alle sterke dikke rhizomen van heel wat soorten een halt toe te roepen komt er meestal een stevige schop, een scherpe bijl of zelfs een houweel aan te pas.  Al deze narigheid kan men zich besparen door vóór de aanplant een groeibegrenzing aan te brengen minstens tot op 60 cm diepte en volledig gesloten.  Of misschien nog eenvoudiger door te kiezen voor een niet-woekerende soort.  Fargesia murieliae komt dan zeker in aanmerking.  De variëteit ‘Jumbo’ wordt tot 3 meter hoog en heeft een smal lichtgroen blad.  De variëteit ‘Bimbo’ heeft nog een iets fijner blad en een opgaande groei beperkt tot 1,5 m.  Ze komen beide het best tot hun recht in de halfschaduw.  Op een rijke, vochthoudende grond doen ze het ook goed in de zon. 

 

 

 Fargesia murieliae

 

 F. murieliae soorten hebben nog dit voordeel dat ze tussen 1990 en 2000 gebloeid hebben.  Dit lijkt op het eerste zicht niets speciaals, maar als je weet dat dit pas om de 80 tot 120 jaar gebeurt en voor alle afstammelingen van dezelfde soort in een beperkte tijdspanne gelijktijdig over de ganse wereld, dan kijk je er anders tegen aan.  Meer nog als deze soort na de bloei dan ook doodgaat.  Voor de panda’s was het toen in China een echte ramp.  Sedert korte tijd is nu Fargesia nitida aan de bloei gegaan.  Dit komt omdat bijna alle variëteiten ontstaan zijn uit het zaad dat plantenjager Berezovski in 1886 meebracht vanuit China.

 

Vanwaar dit doodgaan bij de Fargesia familie?  De oorzaak zijn de korte ondergrondse uitlopers.  Door hun beperktheid kunnen ze maar weinig voedsel opslaan.  Bij de bloei en daaropvolgende zaadvorming heeft de plant heel wat voedsel nodig.  Zodanig dat er onvoldoende kracht overblijft om nieuwe scheuten te maken.  Het terugsnoeien van de plant zodra de bloei gaat starten kan hieraan niet verhelpen.  Dit werd vastgesteld bij de bloei van F. murieliae.  Het beste is het gerijpte zaad te gaan zaaien.  Het kiemen neemt van zes tot twaalf weken in beslag. 

   

 Fargesia sp. Jiuzhaigou 1

 

 Als je F. nitida het ook laat afweten kun je hem best vervangen door F. sp. Jiuzhaigou 1.  Deze bamboe zal de eerste 80 tot 100 jaar niet aan het bloeien gaan.  Dat is al een hele geruststelling.  Verder heeft deze variëteit het voordeel dat de schutbladen op de halmen niet blijven zitten.  Ze vallen binnen het jaar af waardoor de kleurige stengels vrij komen.  Bij F. nitida blijven deze schutbladen soms jaren op de plant hetgeen hem een slordig rietachtig uitzicht bezorgd.  F. sp. Jiu wordt ook de rode bamboe genoemd.  De roodverkleuring is het sterkst in de voorjaarszon.  Tijdens de zomer verandert de kleur naar oranjegeel.  In de herfst ontstaan nieuwe, diepgroene halmen.  Met zijn 2 tot 3 meter hoogte is hij ook heel geschikt voor haagvorming.  F. sp. Jiu ‘Genf’ is een selectie die zelfs de 4m bereikt en in het voorjaar diep rood kleurt.  F. sp. Jiu ‘Willumeit 9’ heeft dikkere stengels met doorhangende halmen die van rood naar donkerpurper verkleuren.

 

 

 

 

08:57 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (0) | Tags: bamboe |  Facebook |

01-03-09

Erythronium, bolgewas voor de schaduw

Erythronium of hondstand is een slecht gekend knolgewas.  Het is ook niet bepaald van de gemakkelijkste.  Maar als het aanslaat charmeert het niet alleen door de bloem maar ook door het blad.  In de natuur telt Erythronium een 20-tal soorten, maar er komt er maar één voor in Europa nl.: E. dens-canis.  Voor de andere zit er een reisje op naar de Verenigde Staten.  Het is er geen zeldzaamheid om ze in grote getale aan te treffen zoals dit bij ons gebeurt met de hyacinten in het Hallerbos

 

Erythronium grandiflora

 

Erythronium is vooral een oplossing als je blijft zitten met een sterk beschaduwd stukje tuin.  De grond mag niet te kleiig zijn.  Zanderige tot zavelige grond met een hoog humusgehalte voldoet het best.  Ze staan ook niet graag op een winderige plaats.  Niet te nat maar ook niet te droog.  Je merkt dat er wel wat voorwaarden zijn.  Maar eens deze vervuld, krijg je het duizendvoudige terug.  De knolletjes zullen zich dan naar hartelust vermeerderen tot ze in de bloeitijd een prachtig geel of wit tapijt vormen.  De Europese E. dens-canis is de oudste maar tegelijk de moeilijkste en dus zeker niet de meest geschikte voor beginnende tuiniers.  Voor hen raad ik E. Californicum ‘White Beauty’ aan.  Dikwijls wordt deze in centra verkocht onder de foute naam E. revolutum ‘White Beauty’.  De Nederlandse kweek uit Amerikaanse ouders E. Pagoda is gemakkelijk te vinden en tevens heel sterk. 

 

 

Enkele tips:

  • De knollen hebben geen bolhuid en zijn hierdoor kwetsbaar aan uitdroging.  Plant ze dus onmiddellijk na aanschaf.  Koop ze niet als ze reeds lange tijd in je tuincentra liggen.  De kans dat ze grotendeels uitgedroogd zijn is heel reëel.
  • Plantdiepte: 10 – 15 cm
  • Afdekken tegen vorst is niet noodzakelijk, maar laat ze jaren staan op dezelfde plaats.
  • Als je een groep toch wil splitsen doe dit dan bij voorkeur in juni-juli.

08:37 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (4) | Tags: erythronium |  Facebook |

15-01-09

Voorjaars- en zomerprogramma VVPV-Pajottenland

De bijeenkomsten vinden plaats in CC Coloma, Jozef Depauwstraat, 1600 Sint-Pieters-Leeuw om 20 u

Leden gratis, niet-leden € 2

6 februari ‘09        

Sneeuwklokjes, trendplant of passie?

Een lezing door galantofiel Valentin Wijnen over de beste en de nieuwste Galanthussen voor de tuin, hun verzorging, vermeerdering, ziekten enz. Valentin heeft zelf meer dan 550 verschillende sneeuwklokjescultivars in de tuin (!) en wil zijn ervaringen met ons delen. Een vijftiental  sneeuwklokjescultivars wordt die avond te koop aangeboden.

                           

20 maart ‘09

Een mooie border in elk seizoen door Francis Peeter (Jardins & Loisirs van RTBF)

In augustus  bezochten we zijn tuin Amoena Wie erbij was herinnert zich

ongetwijfeld de mooie plantencombinaties en de zorg om de planten er het hele

seizoen op hun best te laten uitzien. Nu krijgen we een beeld van de tuin in alle

seizoenen, steeds met vermelding van de juiste plantennaam en Peeters wijdt

ons in in zijn “trucs” en andere bordergeheimen.

24 april:

Alles over hemerocalissen en irissen door Guy Windels

16 mei:

Bezoek Artemis’ Garden te Bonheiden.  Een Engelse landschapstuin van 3

ha, met vele bijzondere heesters en bomen, en 4000 rozen

(inkom €5: drankje, gebak/ijs).  Uitstap met carpooling.

 

20 juni 2009

Tuinreis: 'Tuinen in Picardië'

Info volgt

12-01-09

Kalmia, een neefje van de rododendron

Je moet geen echte tuinfanaat zijn om te weten hoe een rododendron eruit ziet.  Hetzelfde kan niet gezegd worden van de ‘Kalmia’.  Nochtans is het een schitterende plant die in niets moet onderdoen voor de zo bekende neef.  Deze groenblijvende, winterharde heester komen we nog te zelden tegen in onze tuinen.  De naam kreeg de plant mee van zijn ontdekker, de Zweedse botanicus Peter Kalm.  De Nederlandse naam is ‘Lepelboom’.  Deze naam ontstond omdat het hout zeer fijn is en vooral gebruikt wordt voor lepels, kandelaars en kleine voorwerpen waar draaiwerk bij te pas komt.  Andere benamingen zijn schaaps- en berglaurier.  Deze namen zijn vooral ingegeven door de sterke gelijkenis met het blad van de laurier.  Laat je echter door deze namen niet misleiden.  De kalmia en de laurier hebben met mekaar niets te maken.  Erger het blad van de Kalmia is giftig en dus zeker niet bruikbaar in de keuken.

 

  

Kalmia angustifolia

 

  

  Kalmia latifolia ‘Little Linda'

Plantkenmerken
De bladeren van de Kalmia  zijn lancetvormig, donkergroen en doen aan die van de oleander denken.  De bloemen, in trossen, zijn meestal roze, maar ook rood, wit en paarsbruin.  De struik kan 1- 2 m hoog worden. Uit de bloemen ontwikkelen zich veelzadige, ronde vruchten. De bloeitijd is mei-juni.

Soorten
Kalmia behoort de
familie der Ericaceae, de heideachtigen.  De meest voorkomende soorten zijn Kalmia latifolia met een breed en de Kalmia angustifolia met een smal blad. 

Standplaats
Net als de rododendron staat de Kalmia het liefst in halfschaduw op vochtige, zure bodem. Zij doet het zeer goed onder bomen, b.v. dennen, die wat licht doorlaten.

Verzorging
Zorg ervoor dat de wortels van de plant niet kunnen uitdrogen of bevriezen.  Ik leg er steeds een mulchlaagje op.  Voor een overdadige bloei moet u altijd de uitgebloeide bloemen verwijderen. Het is belangrijk dat de struik in de herfst goed nat is omdat zij tijdens de winter geen vocht opneemt.

Snoeien
Je voorkomt kale takken door ieder jaar, in het midden van de zomer na de bloei, 1/3 van de takken tot bijna aan de voet weg te snoeien.

Ziekte
Geel wordend blad kan op een te zonnige plek of te veel kalk en te weinig ijzer in de grond duiden. Insecten vallen de Kalmia bijna nooit lastig.

Planten
De beste planttijd is het najaar of het begin van de lente.

14:23 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (0) | Tags: kalmia |  Facebook |

30-11-08

Bomen zorgen voor niveau en kleur in de tuin

Bladverliezende bomen en struiken plant men vanaf half november op voorwaarde dat het niet vriest.  Het kiezen ervan gebeurt het best als je het bladerdek nog kunt bewonderen in alle facetten van zijn herfstverkleuring.  Deze verkleuringen hangen heel nauw samen met de productie van chlorofyl.  Het chlorofyl is voor de plant een kostbare stof die o.a. zorgt voor de groene kleur van de bladeren.  In deze productie moet de plant veel energie stoppen. Als in de herfst het blad dreigt te vallen zal de plant die stof terugtrekken uit de bladeren. Daardoor verdwijnt de groene kleur en wat er verder aan kleurstoffen in zat wordt nu pas zichtbaar. Een van deze kleurstoffen is gele of rode beta-caroteen. Een ander veel voorkomende kleurstof die de bladeren  rood doet kleuren is anthocyanidine.

 

Ook in een kleine tuin zorgt een kleine boom voor afwisseling en niveauverheffing.  Als men oog heeft voor blad, schors, verkleuring groeit het boompje snel uit tot de blikvanger in de border.  Binnen het uitgebreide gamma halen we enkele aanraders  aan.

                                        Cercis canadensis                                              

Cercis canadensis (Amerikaanse judasboom) kan als kleine boom of zelfs als meerstammige kleine boom.  In het voorjaar tooit hij zich met trossen hangende, vlinderbloemige, lichtroze bloemen.  In de late herfst gevolgd door lange, bruine peulen.  Het blad is groen en mooi rond.  De variëteit ‘Forest Pansy’ heeft een purperrood blad.

Cornus controversa

 

Cornus controversa kan als matige groeiende struik of kleine boom.  In de zomer tooit hij zich met kleine, stervormige witte bloempjes gevolgd door zwarte vruchtjes.  In het najaar kleuren de bladeren rood-paars.

Acer Platanoides ‘Pyramidale Nanum’ is een aantrekkelijke kleine boom.  Het blad is kleiner dan bij de doorsnee esdoorn.  Het frisgroene blad kleurt mooi geel in de herfst.  De boom is zeer dicht vertakt en vormt als het ware een smalle pyramide.

Er zijn ook een aantal siertreurbomen die als blikvanger in de kleine tuin goed passen.  Bv.: het treurwilgje Salix caprea ‘Kilmarnock’.  Een boompje van zo’n 2 m hoog met lange, gebogen neerhangende takken die in de lente bezaaid zijn met zachte, zilvergrijze katjes die tijdens het uitbloeien geel worden. Van de treur-sierkersen, die iets later bloeien, is vooral Prunus serrulata ‘Kiku-shidare’ een aanrader, 2,5 m hoog en vroeg in het jaar overladen met helderroze, gevulde bloemen. Heel mooi bij een vijvertje. Verder vernoem ik nog de wilgbladige treurpeer (Pyrus salicifolia ‘Pendula’), de prieelberk (Betula pendula ‘Youngii’), de paarse treurbeuk (Fagus sylvatica ‘Purple Fountain’). Bij Cercidiphyllum japonicum ‘Pendulum’ verkleurt het blauwgroene blad in de herfst naar stralend oranje.  Het treur-honingboompje (Sophora japonica ‘Pendula’) wordt ca. 3 m hoog en heeft heel donkergroen blad. In de herfst kunnen trossen crèmewitte bloemen verschijnen.  Heel bijzonder is de erwtenstruik (Caragana arborescens ‘Walker’).  Eigenlijk is het een plat kruipende heester, maar als treurboom wordt hij op een 2 m hoge onderstam geënt.

31-10-08

Grassen zijn meer dan gazon

Gras is voor velen het groene bindmiddel tussen de borders.  Het regelmatig afrijden is voor sommigen een noodzakelijke klus voor anderen een tof tijdverdrijf.  De laatste jaren hebben heel wat tuiniers naast het gazon ook de vele siergrassen ontdekt.  Het pampasgras (Cortaderia Selloana), met de mooie witte bloempluimen, stond al veel eerder in menige tuin.  De andere soorten vinden pas nu stilaan hun plaats in een volwaardige border.  Ze tonen hun schoonheid op een ogenblik dat de kleuren in de border stilaan verdwijnen.  Vele behoeden de tuin in de barre winterperiode van een desolaat uitzicht.

 Pampasgras (Cortaderia Selloana)

 

We bekijken enkele andere toppers:

 

  • Prachtriet (Miscanthus) kun je zowel in volle zon als halfschaduw plaatsen.  Binnen de familie Miscanthus zijn de soorten sinensis het best gekend.  Een blikvanger is alvast de variëteit Kaskade.  Deze 2 m hoge variëteit valt op door zijn lichtrode bloempluimen.

 

Miscanthus sinensis ‘Kaskade’

 

·        Diamantgras (Stipa brachytricha) wordt 1,20 m en heeft een prachtige herfstkleur.  Dauw en regendruppels kleven gemakkelijk aan de aren.  Ze glinsteren zo prachtig in de najaarszon.

 Stipa brachytricha

  • Lampenpoetsergras (Pennisetum alopecuroides).  Dit bronsgroen siergrasje (40 – 100 cm) is vooral mooi in grote groepen.  In de nazomer verschijnen de lichtbruine bloempluimpjes.

 

Pennisetum alopecuriodes

 

  • Japans bloedgras (Imperata cylindrica 'Red Baron') kleurt naarmate het seizoen vordert intens roder.  Dit siergras doet het zeer goed in pot.  Winterbescherming, zeker het eerste jaar, is aan te raden.

 

Japans bloedgras

  • Cypergras (Cyperus) wordt ongeveer 50 cm en houdt van een zonnige standplaats.  Valt op door de mooie herfstkleur en de stekelige bolle bloemaren.  Heel geschikt voor de pottenhoek.  Het is niet wintervast.

 

Cypergras

 

 

 

 

 

10:13 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (0) | Tags: grassen |  Facebook |

21-09-08

Helenium

Helenium: kleurt je tuin in de nazomer

 

Helenium of zonnekruid is een vaste plant die rijkelijk bloeit van juli tot in de late herfst.  Zijn beperkt kleurenpallet geel, bruin, rood en oranje sluit perfect aan bij het nakende herfstgebeuren.  Het bolle bloemhart is een uitverkoren landingsplaats voor bijen, vlinders en andere gevleugelde insecten.  Niettegenstaande er een flink aantal cultivars zijn, vindt men in de tuincentra er slechts een beperkt aantal terug.

 

Helenium autumnale ‘Flammenspiel’

-         Oranje bloemen 

-         Hoogte van 100 cm

Helenium ‘Kanaria’

-         Gele bloem

-         Hoogte van 70 tot 80 cm

Helenium bigelovii ‘The Bishop’

-         Gele bloemen

-         Hoogte van 60 tot 70cm

Helenium ‘Moerheim Beauty’

-         Roodbruine bloemen

-         Hoogte van 100 tot 120cm

De botanische oorsprong van de Heleniums ligt in Noord-Amerika.  Ze werden er ontdekt in vochtige biotopen zoals nat grasland, rivieroevers tot zelfs in moerassen.  Naast H. flexuosum hebben vooral H. autumnale en bigelovii het genetische materiaal geleverd voor het tegenwoordige cultivarbestand.

Zonnekruid is een gemakkelijke plant.  De naam verraadt een standplaats in volle zon. Buiten voldoende vochthoudende en voedzame grond stelt deze zonneklopper geen speciale eisen.  Helenium verdraagt heel goed korte perioden van droogte en houdt helemaal niet van natte winters.  De planten hebben nauwelijks last van schimmel- en virusaantastingen.  De vraatschade door slakken en insecten is miniem.

Zodra het zonnekruid begint te bloeien knip ik ongeveer de helft van de bloemstengels weg.  Dat maakt de plant luchtig en zorgt ervoor dat hij minder snel omvalt.  De afgeknipte bloemen doen het uitstekend in een vaas.  Zelfs de gesloten knoppen komen open en blijven heel lang mooi.

Er zijn cultivars die tot 2 meter hoog worden.  Deze zijn ideaal om achteraan in de border te plaatsen. Deze vaste plant wordt vermeerderd door middel van scheuren.  Doe dit minstens om de drie tot vier jaar want Heleniums verouderen relatief snel.  Het beste tijdstip hiervoor is rond half maart, als de nieuwe groei zichtbaar wordt.

09:27 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (0) | Tags: helenium |  Facebook |

12-09-08

Lobelia's

Lobeliafamilie is veel meer dan de populaire blauwbloeiende balkonplantjes

 

Lobelia’s doen ons onmiddellijk denken aan de meestal blauwe bloemenzee die een hele zomer lang de bloembakken en hanging baskets opvullen.  Maar naast deze éénjarigen zijn er nog tal van andere lobelia’s die met hun opvallende kleuren de border een speciaal accent geven.  In oorsprong zijn lobelia’s moerasplanten hetgeen hun vraag naar een vochtige grond verklaart.  Nadeel is dat ze geen lang leven beschoren zijn.  Voordeel is dan weer dat ze zich gemakkelijk laten zaaien en opkweken. 

 

Enkele blikvangers:

 

Lobelia siphilitica (Virginische lobelia) met zijn violetblauwe bloemen haalt gemakkelijk 80 cm en is redelijk winterhard.  Mocht de plant de winter niet overleven dan heeft deze zichzelf wel uitgezaaid en heb je volgend jaar deze plant toch nog in je tuin.  Het niet overleven van de plant heeft vooral te maken met de grond.  Deze moet vruchtbaar en vochtig zijn maar tegelijk goed waterdoorlatend.  Ook in pot is deze lobelia een blikvanger.  Lobelia siphilitica alba is de witte variëteit.

Lobelia x gerardii ‘Vedrariensis’ is een cultivar die wat groter wordt dan L. siphilitica, namelijk een kleine meter. De bladeren van deze natuurlijke hybride zijn overgoten met purper en de violette bloemen verschijnen laat in de zomer. De top van de bloei situeert zich vaak in oktober. Dit maakt dat deze plant zeer laat in het seizoen zorgt voor een kleurrijke noot.

Lobelia fulgens ‘Queen Victoria’ is de bekendste cultivar.  Het donkerrode blad gaat zeer goed samen met de zuiverrode bloemen.  De wintervastheid is problematisch.  Het is dus best deze lobelia op het einde van het seizoen op te potten en beschut te overwinteren. 

 Blood Red Dragons Tongues

Lobelia tupa is een bijzondere soort afkomstig uit Chili en ziet er heel anders uit dan de andere.  Het blad is zacht behaard en de zachtrode bloemen zijn dik en vlezig.  Deze lobelia voelt zich het best in volle zon en kan er tot 175 cm hoog worden.  De winterhardheid is beperkt tot –10°C zodat een beschutte standplaats die voldoende vochtig is aan te raden valt.

12:06 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (2) | Tags: lobelia |  Facebook |

23-08-08

‘Hydrangea’ noemt in de volksmond ‘Hortensia’

De Duitse arts Philip Franz Von Siebold ontdekte de ‘Hydrangea’ in de tempel van Hukasaï in Tokio. Hij noemde de heester naar de vrouw die hem in de beginjaren van de negentiende eeuw op zijn reizen begeleidde. Haar voornaam was Otaki-san, uitgesproken als Otaksan.  Door verbastering werd haar voornaam in Europa omvormd tot ‘Hortensia’.

Waar deze plant eerst als potplant gehouden werd, is hij sedert lange jaren een vertrouwde verschijning in de meeste van onze tuinen.  In het domein Groenenberg te Gaasbeek siert een mooie verzameling een 150 m lange dubbele border.  Een bezoek is zeker een aanrader voor wie op zoek is naar wat speciaals.

 IMG_0082

Hydrangea macrophylla ‘Blue Sky’

De meest courante hydrangea’s zijn terug te brengen tot de volgende soorten:

  • H. macrophylla is de meest voorkomende.  Hij kenmerkt zich door de bolle of platte bloemstructuur.  Binnen de vele variëteiten is ‘Hopaline’ een voltreffer met zijn 3 kleuren in zijn bloem.
  • H. serrata heeft veel gelijkenis met de macrophylla maar blijft veel kleiner.
  • H. paniculata wordt ook wel pluimhortensia genoemd.  ‘Pinky Winky’ is één van de laatste variëteiten.  ‘Little Dot’ is zeer geschikt als potplant.  Best is deze soort 2/3 in te knippen in het voorjaar.
  • H. quercifolia of eikenbladhortensia legt zich neer op de grond en schuwt zware grond.  Deze traaggroeiende soort heeft ruimte nodig. ‘Snow flakes’ is hier een aanrader.
  • H. aspera kan fel uitgroeien (tot 3 m).  Plaats deze vooral uit de zon en de wind.
  • H. arborescens is vooral bekend via de variëteit ‘Annabelle’.   Flink terugsnoeien in het voorjaar geeft dikke witte bolbloemen.
  • H. anomala ‘Petiolaris’ is een klimhortensia.  Zeker een aanrader voor wie een muur of schutting wil bedekken.  Deze heel vroeg bloeiende hydrangea komt traag in groei maar eens hij aanslaat is het te bedekken oppervlak vlug bedekt.
  • H. involucrata wordt best volledig ingeknipt.  Door het bloeien op de éénjarige takken is hij beter bestand tegen vorstschade.

IMG_0122IMG_0083

Hydrangea’s in het Domein Groenenberg

09:00 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (2) | Tags: hydrangea |  Facebook |

16-05-08

Rhaphiolepis indica 'Coates Crimson'

De Indiase meidoorn is een groenblijvende struik met sterk geurende bloemen.  Bij kwekers wordt al snel beweerd dat deze plant wintervast is.  De twijfels hieromtrent zijn echter groter dan de zekerheden.  Zelf hou ik hem als terrasplant. Door de trage groei is hij hiervoor zeer geschikt.  Als grond heb ik een mengeling gebruikt van gewone potgrond (1/2) met grond voor rhododendrons (1/2).  Dit omdat licht zure grond de voorkeur geniet.

foto's 15 mei 2008 022

Stekken gebeurt het best aan het eind van de zomer, waarbij van de half-verhoute takjes stekken genomen worden. De stekken worden in de stekgrond gestoken. Gebruik van stekpoeder bevordert de beworteling en gaat de ontwikkeling van schimmels tegen. Nadat de stekken enkele weken op een warme, lichte plaats hebben gestaan en vochtig gehouden zijn, hebben zich de eerste wortels ontwikkeld en kunnen ze opgepot of geplant worden.    

foto's 15 mei 2008 024

12-05-08

Winterharde fuchsia's

Met winterharde fuchsia’s zijn er geen problemen denken we. Deze laten we fijn buiten overwinteren. Dit is echter net iets te positief gedacht. Onder winterharde fuchsia's verstaan we fuchsia's die met een zekere verzorging en bescherming gedurende de winter in de volle grond kunnen blijven staan. Het bekendst zijn de Fuchsia’s magellanica en Fuchsia’s regia.   In het groene Ierland worden ze hier en daar gebruikt als haag.  Ook enkele cultivars, zoals Wilma Versloot, Tom Thumb, Madame Cornelissen, Chillerton Beauty, Corallina zijn mits voldoende bescherming en niet al te strenge vorst enigszins winterhard.

6104
F. Magellanica ricartonii

Het meeste succes op een goede overwintering hebt u wanneer u een minstens één jaar oude plant na half mei buiten uitplant.  Zet de plant net iets dieper dan hij in de pot stond.  Geef in de eerste weken na de uitplant regelmatig water.  Dit omdat de plant dan sneller aanslaat en er zich extra worteltjes vormen op de onderste vertakkingen.  Een stevige wortelkluit geeft een betere kans tot overleving in de winter. In het najaar snoei ik ze niet terug. Wel dek ik de plant tegen vorst met sparrengroen af. Het voordeel van winterharde fuchsia’s is dat er geen winterberging nodig is en ze in het voorjaar ontwikkelen tot zeer bossige struiken met vele uitlopers vanuit de grote wortelkluit.  Eens ze aan het bloeien gaan houdt dit aan tot de eerste nachtvorst.

Nadelig is dat het aantal winterharde cultivars heel beperkt is. De bloei valt over het algemeen wat later dan bij in de kas overwinterde planten en je kunt op die manier geen boompjes overhouden, omdat de bovengrondse delen bij de minste vorst afvriezen.  Bij zachte winters lopen ze uit op alle bovengrondse stengels.  Toch knip ik ze steeds terug tot zo’n halve meter boven de grond.  Dit omdat de struik anders te hoog wordt en bij hevige regen gemakkelijk gaat openvallen.

F. Magellanica 'Alba'
F. Magellanica
F. 'Madame Cornelissen'
Foto zie 
Fuchsia’s verkiezen een lichte en humusrijke grond in de volle zon.  Ze hebben heel wat water nodig maar houden niet van blijvende natte voeten.  Dan verliezen ze gemakkelijk zowel hun blad als hun bloemen.  Bij zware kleigrond zullen ze een heel stuk kleiner blijven en zal de bloei veel minder zijn.  De bloei van de winterharde bellekens start begin juni en houdt aan tot het vriest.
 http://www.wimtimmermans.nl/assortiment/afbeeldingen/

08-04-08

Amerikaans-vergeet-mij-nietje

Het Amerikaans-vergeet-mij-nietje met de latijnse naam Omphalodes cappadocica 'Starry Eyes' is een schitterend plantje voor een schaduwhoekje of onder bladverliezende struiken waar nauwelijks zonlicht komt.  De lichtblauwe bloempjes met witte rand zijn in een groepje van een 10-tal plantjes per m² van begin april tot een stuk in mei een verademing in de schaduw.  In feite is het een rotsplantje m.a.w. het voelt zich prima in steenrijke ondergrond, in muurspleetjes, in een alpien tuintje met zonloze koele grond.

 

In tegenstelling met ons tweejarig inheems vergeet-mij-nietje behoort het Amerikaanse tot de vaste planten.  Het is bladverliezend maar goed winterhard.  Het houdt van een vochtige bodem.  Volgroeid en afhankelijk van de ondergrond wordt het 10 tot 20 cm.  De uitgebloeide bloemen en het verdorde blad worden beste verwijderd.

Als naam zet het plantje ons wat op het verkeerde been want het is inheems in Georgië en Noordoost Turkije, westelijk tot Ordu aan de Zwarte zee.

13-03-08

Boerenpioen: waar grootvader fier op was!

Grootvaders tuin was een oorlogstuin.  Er was daarin maar weinig plaats voor bloemen.  De groentetuin was levensbelangrijk.  Bij iedere bijeenkomst van de familie was er sowieso een wandeling langs de aardappelen, salade, prei, wortelen, … gepland.  De kaarsrechte lijnen, het stevige groen, … konden me als kind maar matig boeien.  Ik vond het vreemd dat al die grote mensen alleen aandacht hadden voor dat groen en niet voor die kleurrijke tagetes (stinkertjes) en goudsbloemen die er her en der tussen stonden.  Ik had net geleerd over kleurenblindheid en begon te vrezen dat deze afwijking fors toegeslagen had in onze familie.

Geen bloemen was toch wel fout want op het einde van de groentetuin begon de fruitweide.  Beide waren van mekaar gescheiden door een grasweg met langs de ene zijde een rij met een tiental stekelbessen struiken en aan de andere zijde een tiental rode en zwarte bessen.  En het was nu net op de kop van deze rijen dat er prachtige rode bloemen pronkten: pioenen. Mijn grootmoeder had me hun naam geleerd.  Ik mocht er steeds enkele gaan afsnijden voor in de vaas voor dat ze aan het verwelken gingen.

Toen ik jaren later mijn eigen tuintje had gaf ik grootvaders pioenen er een ereplaats.  Ze bloeiden maar veel minder en de bloemen waren veel kleiner dan bij hem.  Was de grootte van de bloemen nostalgie, werkelijkheid of had hij een bijzondere verzorgingstechniek.  Het hem vragen kon ik niet meer.  Maar als ik in gedachten terugging ontdekte ik een aantal belangrijke regels omtrent standplaats en bemesting. 

Op de plaats waar ze stonden had voorheen een schuurtje gestaan.  Bovengronds was alles afgebroken maar ondergronds zat nog heel wat aan bouwresten.  Waar ze stonden waren ze heer en meester.  De buren waren geen belagers en lieten de vlezige wortels hun lustige gang gaan.  Ze kregen net als de naburige bessenstruiken in het najaar een donsdeken van verteerde stalmest.  In  het vroege voorjaar lagen ze dan samen onder een wit kalktapijtje.  Hoe lang ze precies op diezelfde plaats stonden weet ik niet.  Wat ik weet is dat ze er zeker dertig jaar gestaan hebben in de volle zon van ’s morgens tot ’s avonds.  De bessenstruiken en aanpalende fruitweide beschermden hen tegen weer en vooral wind.   

 
Samengevat de vuistregels om prachtige pioenen te hebben: 

1.      Plant ze in goed doorlatende grond.  Indien zware grond vermeng dan met zand of steengruis.  Pioenen haten nattigheid en kunnen trouwens zeer goed tegen droogte.

2.      Plant je pioenen niet te diep.  De groeiknoppen mogen hoogstens met een 4-tal cm aarde bedekt zijn.  Indien je weinig of geen bloemen hebt is dit dikwijls te wijten aan te diep gepland.

3.      Verplant je pioenen uiterst zelden, ze houden er niet van.  Ze kunnen gerust tot 50 jaar op dezelfde plaats blijven staan mits de nodige bemesting.  Na aankoop kan de bloei de eerste jaren wat tegen vallen.  De plant vraagt wat tijd om zich te settelen.

4.      Kies een plaats in de zon.  Pioenen vragen minstens 5 uur zon (licht) per dag.

5.      Plant geen grondbedekkers op hun wortels.

6.      Pioenen kunnen zowel als solitaire plant als in de border.  Laat ze in het laatste geval wel voldoende ruimte.

7.      Zorg voor bescherming tegen wind en dit om te beletten dat de bloemen afbreken. 

8.      Zorg voor een humusrijke bodem en voldoende kalk.  Geef in het voorjaar verteerde stalmest of organische mest uit het tuincentrum.  In het najaar is een handvol beendermeel heilzaam.  Indien je gebruik maakt van kunstmest is de samenstelling NPK 12+10+18 aan te raden.

 

Tijden veranderen  

Sedert een aantal jaren zijn de pioenen aan een revival begonnen.  Een aantal kwekers hebben er hun specialiteit van gemaakt.  Heel wat nieuwe variëteiten bereiken de plantenliefhebbers.  

 

Er zijn twee grote groepen namelijk de boom- en de kruidachtige pioenen.

 

De boompioenen zijn laagblijvende struiken.  Van oorsprong komen ze uit China en Japan.  Paeonia Rockii, met witte bloem waarop een donkerpaarse vlek, is de meest voorkomende.

Paeonia Rockii

De kruidachtige pioenen zijn vaste planten m.a.w. ze sterven ieder jaar bovengronds af en komen in het voorjaar terug.  Grootvaders boerenpioen behoort tot deze groep.  Paeonia Lactiflora of Chinese pioen is de bekendste wilde soort in deze groep.  Ze leverde bekende cultivars als: Sarah Bernhardt, Karl Rosenfield, Duchesse de Nemours.  Door kruisingen ontstonden een aantal hybriden met andere kleuren en /of bloeivormen zoals Red Charm (dubbelbloemig donkerrood) en Flame (enkelbloemig roos).

Sarah Bernhardt

Kruisingen tussen de boompioen en de kruidachtige noemt men de itoh-hybriden naar de veredelaar Toichi Itoh.  De bekendste is Yellow Crown.  Deze kruisingen zijn heel beperkt verkrijgbaar en hierdoor redelijk duur.

 Tijden veranderen maar de vuistregels om prachtige pioenen te bezitten zijn gebleven. 

10:15 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (0) | Tags: boerenpioen |  Facebook |

24-02-08

Leycesteria formosa: een speciale bessendragende sierheester

Wie van een speciale heester met veelzijdige kwaliteiten houdt, komt onwillekeurig terecht bij Leycesteria of fazantenbes.  Zowel de bloem als de daaropvolgende bessentrossen zorgen voor een opvallende schoonheid.  De bloei start begin juni en houdt aan tot eind september.  Daarna ontwikkelen zich de donkerrode bessen die heel wat vogels interesseren.  Het is een niet al te grote heester, die zowel in een kuip als in de volle grond geplant kan worden.    

 

Herkomst

De thuisbasis van fazantenbes is in de Himalaya van Noord-Pakistan tot China.  Sommige soorten komt men er tegen tot op een hoogte van 3000 m.  Als struik staat hij er in bossen en rivieren.  In Europa deed deze, tot op heden nog zeldzame heester in onze tuinen, zijn intrede omstreeks 1824.

 

Naam
De botanische naam heeft deze heester te danken aan William Leycester, Engelse plantdeskundige en rechter in Bengalië. Formosa is een Latijns woord en betekent mooi. De naam fazantenbes heeft betrekking op het feit dat deze struik in een Engeland speciaal voor fazanten aangeplant wordt.

Kenmerken
Leycesteria is van de kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae).  In het Nederlands gebruikt men meerdere naamgevingen: fazantenbes, grootmoeders oorbel, caramelbes, valse muskaatnoot.
De fazantenbes is een bladverliezende heester met groene, holle, rechtop staande stengels met een blauwachtige glans. De donkergroene bladeren zijn aan de onderzijde blauwachtig, ca. 18 cm breed en langwerpig.

De bloei met witte tot 10 cm lange, overhangende, pagodeachtige bloemtrossen en grote purperrode schutbladeren situeert zich van half juni tot einde september. De schutbladeren blijven aan de stelen zitten, ook al zijn de bloemen afgevallen. De bloemen zijn zowel mannelijk als vrouwelijk.

 

De bessen zijn in het begin groen, dan rood, later zwart en steken mooi af tegen de rode schutbladeren.  Ze zullen niet lang aan de struik blijven zitten, want vogels, vooral fazanten, zijn er dol op.  Hun geur is chocoladeachtig, sommigen beweren nootmuskaatachtig.

 Standplaats

De fazantenbes houdt van een zonnige, beschutte plek in de tuin.  Ze voelen zich het best in een doorlatende bodem.   Ook in halfschaduw geeft deze heester behoorlijke resultaten.

 Vermeerdering

De fazantenbes zaait zich gemakkelijk uit.  Elke bes bezit vele zaadjes die door de vogels kwistig rondgedragen worden in de tuin. 

Via zijn wortelbestand breidt de heester zich eveneens gemakkelijk uit.  Men kan het zeker geen woekeraar noemen maar toch moet je zijn enthousiasme regelmatig inperken.  De afgestoken delen zijn meteen prima stekken.

 Wintervastheid

De struik is niet helemaal wintervast.  Hiermee bedoelen we dat bij aanhoudende strengere vorst delen van de takken kunnen invriezen.  Geen nood echter want na de winter schiet de plant terug uit vanuit de wortel en bereikt al snel een hoogte van 1,5 meter.  Indien het zachte winters zijn haalt deze struik gemakkelijk 2 m.  Zelf snoei ik de overgebleven stengels, einde maart, in tot op een halve meter.  Het komt de struikvorming ten goede.

 In pot

Fazantenbes kan heel gemakkelijk in pot gehouden worden.  Zorg wel voor voldoende begieting tijdens de warme maanden.  De plant zelf zal je zijn dranktekort vlug laten merken.  Laat het echter niet zover komen want dan heb je gemakkelijk gele blaadjes en bladafval.

In pot is het een prima plant om de kale voorjaarsplekken in de border weg te werken. 

Bij strenge vorst is het best de pot te beschermen.

 

19-02-08

Francoa Sonchifolia

Als plantenliefhebber ben ik steeds op zoek naar iets nieuws  of zeldzaams.  Francoa Sonchifolia is zeker een antwoord op het zeldzame.  Zelf kon ik de plant aanschaffen op een bloemenmarkt bij een liefhebber.  Meermaals heb ik er sindsdien, zonder succes,  naar uitgekeken in diverse tuincentra.  Nochtans verdient deze plant een plaats in de border.  Zijn op orchideeën lijkende bloemen maken er een beauty van.  Door zijn wintervastheid zorgt zijn groenblijvende bladrozet voor kleur tijdens de wintermaanden.   

Herkomst

 

De plaatsen van herkomst zijn Chili, Salt Lake City en Utah.  In Chili is het bekend als ‘Bridal Wreath’ (Bruidskroon).  Het plantje is te vinden in rotsspleten in de droge delen van het land waar het dichte zoden vormt.  Het maakt deze plant onmiddellijk geschikt voor de rotstuin.  In een groep van 4 tot 5 planten past het ook goed vooraan in de border.    

 

Kenmerken

 
  • Familie: Saxifragaceae
  • Geslacht: Francoa
  • Variëteiten: Er bestaan twee variëteiten die identiek zijn maar verschillen in bloemkleur nl.: Francoa ramosa met witte bloemen en Francoa Sonchifolia met roze bloemen met donkerroze accenten.  Een nieuwe variëteit is F. S. ‘Rogerson’s Form’ met dieproze bloemen en karmozijnrode accenten.

        

F. sonchifolia

 
  • Standplaats: zonnig maar liefst maar een halve dag, voldoende vochtige plaats
  • Wintervast: tot – 17 °C
  • Blad : Mooie bladplant met lepelvormig blad in rozetstand.  In volle zon verkleuren de diepgroene bladeren naar rood.

  • Bloeitijd : Juli-augustus. 
  • Bloemkleur: wit of roos met borstelslag bij de basis van elk bloemblaadje. 
  • Hoogte: Kleine bekervorminge bloemen die tussen de 40 – 80 cm hoogte bereiken.  Het zijn prachtige snijbloemen die lang houden.
  • Stekken: na een paar jaar vormen er zich rhizomes die men kan afbreken en opnieuw planten.  Zaaien is ook mogelijk maar hou er rekening mee dat het een koudkiemer is.  De kiemduur is 2 tot 4 weken.

14-02-08

Penstemons hebbeding voor de border

Dat de penstemons behoren tot de familie van de leeuwenbekachtigen zie je meteen aan de bloemstructuur.  Afkomstig uit het midden en westen van Amerika ontleenden ze hun naam uit het Grieks: penta (vijf) en stemon (meeldraden).  Dus bloem met vijf meeldraden.  Hun overvloedige bloei vanaf mei tot het vriest, hun grote verscheidenheid in kleuren en combinaties, hun groen blijven tijdens de winter maken hen tot hebbeding voor iedere tuin.  Spijtig genoeg heeft deze lofzang ook een keerzijde.  De plant houdt van humusrijke kleiachtige grond die goed waterdoorlatend is.  En daar nijpt dikwijls het schoentje.  Verder is de wintervastheid niet gewaarborgd.  Door de zachte winters de laatste jaren hebben mijn oudste planten een stevig wortelbestel gekweekt en dit komt de planten ten goede.  Toch neem ik uit voorzorg van iedere soort voldoende stekken.

IMG_0059

Penstemon 'Garnet'

Stekken 

Half juli neem ik stevige topstekken.  Neem bij voorkeur kleine stekpotjes omdat het inwortelen daarin veel sneller gebeurt.  Bij tijdsgebrek gebruik ik de klassieke zaai- en stekgrond uit een tuincentrum.  Liever maak ik deze zelf met een mengsel van ¼ kleigrond, ¼ potgrond en ½ rijnzand.  De kleine potjes plaats ik naast mekaar in een grotere bak waarin ik onderaan een laagje van 2 cm stekgrond aanbreng.  Het water geven gebeurt in de grote bak waarin natuurlijk vooraf draineringsgaatjes aangebracht werden.  Het is uit den boze de stekjes bovenaan in de stekpotjes te gieten.  Dit vooral omdat het de bovenste laag van de grond verhard en ook omdat het gemakkelijker schimmelvorming in de hand werkt.  Waar ik het inwortelen laat gebeuren?  Niet in een serre maar gewoon op een plaatsje in de tuin uit de zon natuurlijk.  Na anderhalve maand (=begin september) zijn de stekjes reeds goed ingeworteld en klaar om uitgeplant te worden in potjes van 7 cm in goede potgrond.  Bij de eerste koude nachten zul je snel merken dat de groei stagneert.  Dan breng ik alles naar binnen in een niet verwarmde maar wel goed verlichte en verluchte kelder.  Daar zullen ze blijven tot einde maart.  Vanaf het overplanten top ik de plantjes regelmatig volgens het systeem dat heel goed gekend is bij de fuchsialiefhebbers nl.: om de twee bladparen.  Bij twee topbeurten stop ik want dan heeft de plant een voldoende bossige stijl aangenomen.

 

Tip!  In de beginjaren poogde ik de stekjes te laten overwinteren in de verwarmde veranda.  In plaats van er goed mee te doen deed ik slecht.  De plantjes groeiden met waterscheuten en kregen gemakkelijk een schimmelziekte.  Dit laatste vooral  omdat er teveel vocht moest gegeven worden.  Nu overwinter ik ze in een ruimte met maximum 5°C en heb omzeggens geen plantsterfte meer.

IMG_0061

Penstemon 'Sunburst Ruby'

Grond en voeding Penstemons houden niet van natte voeten.  Daarom moet de grond goed doorlatend zijn zodat tijdig het overtollige water afgevoerd wordt.  Dat is wel eens een probleem met de (dikwijls zware) kleigrond van het Pajottenland.  Zelf heb ik hem verlicht met zand en compost.  Hoeveel  wordt bepaald door de zwaarte van de grond. 

Penstemons kunnen goed tegen droogte.  Bij extreme droogte is een watergift ’s morgens aan te raden tegenover ’s avonds.

Winterhardheid  

Penstemons zijn niet echt winterhard.  De laatste jaren wekken ze de indruk van wel.  Dit komt natuurlijk door de zachtheid van de winters.  Daarenboven zijn ze in mijn stadstuin beschermd door de huizenrijen.  Ze kunnen wel een –5°C aan.  Om niet verrast te worden dek ik ze af zoals uitgelegd in het artikel ‘Plantensteunen’.  Ieder jaar neem ik daarenboven van alle soorten voldoende stekken.  Heb ik ze zelf niet nodig, kan ik er een andere tuinier gelukkig mee maken.

IMG_0008
Penstemon 'Sunburst Ruby' - februari 2008 

Bijsnoeien 

Alle soorten die ik in mijn tuin heb zijn groenblijvers.  Sommigen blijven klein (15 – 30 cm) andere  kunnen flink uitgroeien tot 1 meter en meer.  De kleinblijvende soorten passen perfect in een rotstuintje.  De andere zijn uitermate geschikt in de vaste plantenborder.  De hogere snoei ik einde maart terug tot op ongeveer 20 à 30 cm.  Snel vormen ze nieuwe stevige scheuten.  Dit bijsnoeien moet niet echt, maar hou er dan rekening mee dat de bloemen kleiner zullen zijn.

Zodra een stengel uitgebloeid is knip ik hem weg tot 1 bladpaar onder de plaats waar de bloem begon.  Daar zullen zich snel nieuwe stengels en bloemen vormen. 

IMG_0066
P. 'Sunburst Ruby'
IMG_0064

                                               P. 'Rich Ruby'
 
P. 'Tenius'

 P. digitalis 'Husker'

 P. Midnight

 P. Osprey

Tot slot …

Penstemons zijn zowel naar kleur als structuur hebbedingen voor een border.  Ze bloeien overweldigend en aanhoudend van half mei tot het vriest.  Vorige (zachte) winter (2006-2007) zijn er steeds een paar bloemstengels gebleven.