20-01-12
Correa backhoseana een niet courante struik
Zelden zul je Correa backhoseana aantreffen in onze tuinen. Dit komt vooral omdat deze winterharde struik uit Australië zelden aangeboden wordt in tuincentra. Wie de eigenschappen van deze struik nader leert kennen zal snel overtuigd zijn.
Herkomst
De soort Correa werd voor het eerst beschreven in 1834 door de botanicus William Jackson Hooker. James Backhouse verzamelde reeds in 1833 de struik op Cape Grim (Tasmanië). Later werd deze ook teruggevonden in West- en Zuid-Australië en Victoria.
De struik
Correa backhouseana is wintervast en kan heel goed tegen droogte. Als kustplant ligt dat wat voor de hand. De struik kan zowel in volle zon als in half schaduw. In ideale omstandigheden kan de struik uitgroeien tot 2 m hoogte en 1 m breedte. De ovale blaadjes zijn een 3-tal cm lang en een 2-tal cm breed. De bovenzijde van het blad is glanzend donkergroen terwijl de onderzijde lichtgrijs is. De klokvormige bloemen hangen als lampjes aan de takken. Ze gaan van groen-geel naar lichtgeel. Bij het ontluiken is de basis lichtroze. Door het hangende van de klokjes is de binnenzijde niet zichtbaar. Spijtig want binnenin zijn de stamper en meeldraden net klepels van een klok.
De cultivar Correa backhouseana var. coriacea 'Eucla Gold' is kleiner, smaller, en heeft feller gekleurde bloemen dan normaal. Deze variëteit werd ontdekt in Eucla (West-Australië) en pas in cultuur gebracht in Victoria in 1988.
Gebruik
Men kan deze struik zowel in de plantenborder als in container houden. Zowel het blad als de bloem zijn geschikt materiaal bij het bloemschikken. In Australië wordt deze struik veelvuldig gebruikt om een kleine haag mee te vormen. Meteen is deze struik zeer geliefd bij de kleinere vogelpopulatie.
16:13 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
22-10-10
Ligularia: een topper voor de schaduwhoek
Het is niet eenvoudig om planten te vinden die kleur brengen in de schaduwhoek. In het voorjaar lukt dit vrij goed omdat het bladerdek zich nog niet heeft toegedekt. Vanaf juni is dit veel moeilijker. Ligularia is een prachtige uitzondering op dit scenario. De warmgele bloemkleur is als een zonnetje in de toch wel meer donkere hoek.


Ligularia dentata is de meest voorkomende van deze familie. Oorspronkelijk was deze te vinden in kreupelhout en open plekken in de bossen in het Verre Oosten. Het is een forse plant die een humusrijke, leemachtige bodem vereist, die voldoende vochtig moet blijven. Directe zonnestralen zijn nefast voor zijn behoud. Indien de plant onvoldoende vocht kan opnemen laat hij de grote donkere bladeren vrij snel slap hangen. Indien je grond onvoldoende vocht kan houden kun je aan dit probleem verhelpen door waterkristallen toe te voegen.
De meeste Ligularia’s zijn zomerbloeiers. De bloemen verschijnen vanaf eind juni tot diep in augustus. De bloemkleur is altijd geel. We kennen twee bloeiwijzen nl. in vlakke tuilen (lijkend op margrieten) en in slanke bloemaren (met een massa kleine bloemen). Slakken zijn de voornaamste belagers. Ze zullen de plant niet verwoesten maar zijn mooiheid aantasten. Wind heeft geen invloed op Ligularia’s. Zelfs de hoogste soorten hoeven geen enkele steun. Ligularia stenocephala ‘The Rocket’ kan tot 2 m hoogte gaan. Ligularia hodgsonii wordt daarentegen amper 80 cm. De bladkleur bovenaan gaat van licht- naar donkergroen. Onderaan varieert het van groen naar roodbruin. Deze bladeren staan op groene of donkerbruine stengels afhankelijk van de soort.
Je merkt dat er heel wat variatie zit in de Ligularia familie. Reden temeer om deze topper voor de schaduwhoek eens uit te proberen.
11:46 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
Papaver ‘Black Paeony’ een bijna zwarte bloem
Zwarte bloemen zijn echt zeldzaam. Meestal is het zo dat we het zwart met een korreltje zout moeten nemen. Het zijn eerder heel donkerpaarse met een zwarte ondergrond. Papaver ‘Black Paeony’ behoort tot deze categorie. Buiten de kleur heeft deze éénjarige papaver ook zijn gemakkelijke combineerbaarheid mee zoals bv. met gipskruid of met witte dille.

Meer dan éénjarig …
Zoals de meeste éénjarige papavers is de kans groot dat hij zich na de bloei royaal uitzaait. Het zaad bevat oliehoudende stoffen hetgeen het overwinteren sterk ten goede komt. Woekeren doen ze ook niet want indien ze in te grote getale te voorschijn komen zijn ze gemakkelijk te wieden. Ze nestelen zich op hun voorkeurplaatsen en deze zijn meestal ook de meest aangewezene. Het verplanten is eerder moeilijk omwille van de penwortel. Als je dus tot zaaien overgaat is het best ze op hun plaats te zaaien en daarna uit te dunnen. Zaai ze in de serre in turfpotjes of WC-rolletjes. Deze kun je zonder verplanten op de juiste plaats inplanten in de tuin.
Kwalijke reputatie …
De naam papaver ontleent de plant aan zijn witte melksap die de grondstof is voor opium en morfine. Voor de geneeskunde een zegen, als drug voor velen al snel een kruis. De zaadjes zijn bekend als maanzaad en worden gebruikt als garnering voor brood. Ze bevatten ook olie die gebruikt wordt in olieverven.
Meestal gevulde bloem
Black Paeony heeft meestal een gevulde bloem en is dieppurper met een zwarte zweem. Je kunt wel eens een enkele tussen je zaailingen hebben. De zaailingen hiervan kunnen opnieuw allemaal dubbele bloemen geven. Verrassing is dus troef. Nadeel van papavers is hun meestal korte bloei maar deze wordt zeker gecompenseerd door de fraaie zaaddozen die evenzeer decoratief zijn.
11:15 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
26-10-09
Sanguisorba een fel onderschatte borderplant
Voor vele tuinliefhebbers komt Sanguisorba over als onbekende plant. Dit heeft veel te maken met het minimaal gebruik in onze moderne borders. Het mindere gebruik is allicht een gevolg van het eerdere slordige (wilde) voorkomen van deze plant. Bij oordeelkundige keuze van zijn buren in de border is Sanguisorba door zijn speciale bloeiwijze en mooie blad een echte blikvanger.
De Nederlandse naam ‘Kleine en grote pimpernel’ is beter gekend dan de Latijnse.

Sanguisorba stelt weinig eisen aan de grond. We kunnen stellen dat op iedere normale vochthoudende grond deze vaste plant geen problemen heeft. Zowel in de zon als in halfschaduw komt de plant tot zijn recht.
Door de ruime keuze in hoogten (van 50 cm tot 2 m) kan men Sanguisorba ofwel vooraan, halfweg of achteraan in de border plaatsen. De bloeitijd situeert zich in juni, juli. De witte of roodpaarse bloemen verheffen zich statig boven de bladeren. Alle soorten hebben fraai geveerd blad met gekartelde deelblaadjes.
De zware bloemaren zorgen ervoor dat na een fikse regenbui de bloemen gaan neerliggen. Dit kun je echter voorkomen door ze aan te planten naast bloemen die daar geen problemen mee hebben. Je kunt het evenzeer voorkomen door rijshout aan te brengen. Dit zal door de bladmassa gemakkelijk verstopt worden.
Een interessante variëteit is ‘Sturdy Guard’. De bladhoogte is 50 cm en de bloem gaat tot 170 cm. De bloemkleur is purperrood. Er bestaat ook een witte die heel bloeirijk is.
09:02 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: sanguisorba |
Facebook |
29-09-09
De standplaats is heel belangrijk voor je vaste planten
Vanaf half september zullen vele plantenliefhebbers opnieuw aan de slag gaan in hun tuin. Planten en verplanten zijn aan de orde. Maar houden we steeds voldoende rekening met de standplaats voor deze planten. De pH van de grond speelt namelijk de hoofdrol in de gezondheid van je planten. Onderzoek dus eerst de grond en breng hem op de gewenste pH.

Daarom even herinneren:
· Zuurminnend : pH tussen 4,5 en 5,5
· Normaal kalkbehoeftig : pH tussen 5,5 en 6,5
· Kalkminnend : pH tussen 6,5 en 7,5
In onderstaande opsomming vind je de meest gebruikelijke vaste planten die kalkminnend zijn.
Acaena | Iberis |
Acanthus | Inula |
Achillea ‘Cornotaion Gold’ | Iris Germanica-Group |
Achillea ‘Credo’ | Kalimeris |
Achillea ‘Moonshine’ | Knautia |
Achillea odorata | Lamium orvala |
Achillea ‘Taygetea’ | Lathyrus latifolius |
Alyssum | Lavandula |
Anaphalis | Leontopodium |
Anemone sylvestris | Leucanthemella |
Arabis | Leucanthemum |
Artemisia | Linum |
Aruncus aethusifolius | Macleya |
Asarum europaeum | Nepeta |
Asphodeline | Nipponanthemum |
Aster amellus | Onopordum |
Aster frikartii | Papaver |
Astrantia | Paradisea |
Aubrieta | Perovskia |
Aurinia | Phlomis |
Buglossoides | Phlox Paniculata-Group |
Campanula carpatica | Phlox maculata |
Catananche | Physalis |
Centaurea montana | Prunella |
Centranthus | Ptilotrichum |
Cerastium | Pulmonaria |
Ceratostigma | Ratibida |
Chamaemelum nobile | Rosmarinus |
Chrysanthemum | Ruellia |
Coronilla | Sagina |
Crambe | Salvia |
Dalea | Santolina |
Dianthus | Saponaria |
Dictamnus | Saxifragia cortusifolia |
Dryas | Scabiosa |
Erigeron | Sedum |
Erysimum | Sempervivum |
Eupatorium | Senecio |
Euphorbia | Stachys |
Fragaria | Stokesia |
Gentiana (uitz. Gentiana sino-ornata) | Tanacetum corymbosum |
Gypsophila | Tanacetum niveum |
Helianthemum | Tanacetum parthenium |
Helianthus | Teucrium |
Helichrysum | Thymus |
Helleborus | Trifolium ochroleucum |
Heracleum | Verbascum |
Hesperis | Veronica |
Heuchera | |
Heucherella | |
Veel succes met aan- en verplanten.
09:42 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: plantenborders |
Facebook |
24-07-09
Astilbes, mooi maar niet altijd even gemakkelijk
Het aantrekkelijke bij de Astilbes zijn hun felle kleuren. Het maakt dat ze zeer gemakkelijk inpasbaar zijn in de border op voorwaarde dat je ze op een blijvend vochtige plaats zet. Ze doen het trouwens heel goed in het beginnend moeras aan de vijver. Andere voorwaarden die je kans op slagen onmiddellijk verhogen zijn een humusrijke, eventueel zure, tot matig vruchtbare grond. Zware klei is uit den boze! En dat maakt hen tot moeilijke plant in onze streken. Toch kun je dit euvel gemakkelijk oplossen door flink wat rijnzand te mengen tussen de klei. In de zon of in de schaduw is geen uitgemaakte zaak. Met een plaatsje in de zon wordt je beloond met een veel rijkere bloei als je rekening gehouden heb met de vochtigheidgraad van de grond.

De eerste Astilbes kwamen in de onze streken in de 19e eeuw. Deze uit Oost-Azië ingevoerde planten waren hoofdzakelijk lage soorten met witte bloemen. Het was de Duitse kweker Georg Arends die via kruisingen al snel 70 nieuwe cultivars kweekte. Het waren vooral hoge die veelal als snijbloem gebruikt werden. Omstreeks 1930 slaagde men erin om naast de witte, roze en paarse ook dieprode rassen te kweken.
De hoge Astilbes laten zich heel goed combineren met Monarda en Helenium. Andere mogelijke buren zijn Ligularia, Hostas en Hemerocallis. Allemaal planten die graag wat vochtige grond hebben. Lagere soorten kun je gebruiken als bodembedekker en gaan dan goed samen met Asarum (mansoor) en Tiarella (schuimkaars). Is er wat meer zon maar voldoende vochtige grond kies dan Astrantia (Zeeuwds knoopje), Lobelia fulgens en Trollius als buren. Je merkt aan buurkeuzen geen nood. Belangrijk is dat je weet waar je ze gaat planten, want als je met de basisvoorwaarden geen rekening houdt zullen je prachtpluimen al snel verdwijnen.
07:57 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: astilbes |
Facebook |
26-06-09
Helmbloem van onkruid naar gewaardeerde tuinplant
De helmbloem of Corydalis heeft een hele weg afgelegd om als gewaardeerde tuinplant erkend te worden. Hiervoor is vooral de Corydalis lutea of gele helmbloem verantwoordelijk. Dit onkruidje groeit zonder problemen op lichtbeschaduwde oude muren. In de tuin is het geen lang leven beschoren tenzij dat het zich kan uitzaaien. De ontdekking in de jaren tachtig in China van de blauwbloeiende C. flexuosa baande de weg naar onze tuinen. Weliswaar met mondjesmaat maar toch voldoende om onze aandacht te trekken.

Corydalis lutea
Standplaats en grond
De meeste variëteiten van de Corydalisfamilie zijn gemakkelijke tuinplanten mits je een licht beschaduwde standplaats met vruchtbare en zeer goed drainerende grond voorziet. De meest ideale standplaats is langs een koele noordwaarts gerichte muur. Geen erg als de plantjes in de zomer erg droog komen te staan, als ze maar in de lente voldoende vochtige grond hebben. Wees niet ongerust over de groeigewoonten van sommige variëteiten van deze plant die zeer vergelijkbaar zijn met deze van speenkruid. Vroeg in het voorjaar verschijnt het varenachtige kruid waarna de bloei volgt, maar tegen de zomer is er bovengronds niets meer waar te nemen van de plant. De plant breidt zich spontaan uit via zaad of ondergrondse knolletjes.
Enkele soorten
De Corydalis familie kan ingedeeld worden in twee groepen. De vroege voorjaarsbloeiers met knolachtige wortels en de polvormende vaste planten die later bloeien.
Bij de vroege bloeiers is C. solidata het meest bekend. Er bestaan selectie met witte, roze, rode, blauwe en zelfs tweekleurige bloemen.
Corydalis cava (holworel) is in alles wat groter dan de solidata en bloeit iets later. Deze soort staat graag in de schaduw van bomen en struiken. Het wortelextract wordt gebruikt tegen stuiptrekkingen en bij de behandeling van de ziekte van Parkinson.
Corydalis cheilanthifolia is een zomerbloeier. De trossen met kleine, heldergele bloempjes brengen heel wat zaad op. De royale uitzaai degradeerde deze soort al snel tot ‘onkruid’.
Corydalis flexuosa werd in 1985 ontdekt in China in het Wenchuan Wolong Natuurreservaat in Sichuan. De soort kreeg de naam ‘Blue Panda’ omwille van zijn mooie diepblauwe bloemkleur. Samen met ‘Père David’, ‘China Blue’ en ‘Purple Leaf’, allen kort daarna ontdekt, zorgden ze voor de doorbraak in onze tuinen.
Corydalis flexuosa
08:29 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (1) | Email dit | Tags: corydalis |
Facebook |
19-04-09
Campanula’s voor de rotstuin.
Het geslacht Campanula is door de tuinliefhebber gekend. Wat echter minder geweten is, is dat een aantal variëteiten het zeer goed doen in de rotstuin. Ook voor bloembakken, bloemenperken, hanging baskets zijn ze een oplossing. Je moet natuurlijk een aantal spelregels respecteren om kans op succes te hebben.

Campanula carpatica
Bergplant
Van oorsprong komen de Campanula’s vooral uit bergachtige streken: de Pyreneëen, de Kaukasus, de Jura, de Alpen, de Karpaten... Dat maakt van hen de ideale rotsplant, al doen niet alle soorten het even goed in een rotstuintje in onze streken.

Campanula Alpestris
Kleurrijke klokjes
Campanula of klokjesbloem behoort tot de familie van de Campanulaceae. Het zijn meerjarige planten die elk jaar opnieuw volop bloemen leveren. Zelfs tweemaal per jaar verschijnen de klokjes op voorwaarde dat je de uitgebloeide bloemen verwijdert.
Plaats in zon én schaduw
Campanula gedijt zowel in zon als in schaduw. De zon zorgt er wel voor dat de bloemen ietwat verbleken.
Plant Campanula in volle grond of in potten. Als je voor potten kiest, is een goede afwatering belangrijk. Daarom gebruik je best een pot met voldoende drainagegaten. Leg op de bodem eerst een laagje potscherven of hydrokorrels voor je de pot vult met het grondmengsel.
Wat het grondmengsel betreft kies je in het algemeen best een kalkrijke ondergrond. De meeste Campanulasoorten zijn kalkminnend, hoewel enkele expliciet kalkmijdend zijn. Denk daarbij aan Campanula cenisia, excisa en barbata.
Water en meststof
Campanula’s zijn sterke planten met een groot recuperatievermogen. Ze houden niet van uitgedroogde grond. Giet ze daarom regelmatig maar niet teveel per beurt. Giet ze ’s morgens want ze houden helemaal niet van afkoelende vochtige grond ’s nachts. Zoals voor de meeste planten is gieten aan de basis de voorkeur. Bemesten is alleen nodig tijdens de bloei.
06:52 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: campanula |
Facebook |
01-04-09
Help mijn bamboe gaat dood
Menig tuinliefhebber heeft, gelokt door de wiegende stokken of het zuiders opwekkend gevoel, bamboe in zijn tuin gehaald. Maar menig tuinliefhebber heeft zich dat daarna beklaagd, want heel wat bamboesoorten zijn hevige woekeraars. Dat planten gaan woekeren is niet altijd een probleem, maar bij vele bamboesoorten wel. Hun uitbreidingsdrang is niet alleen groot, maar ook moeilijk af te stoppen. Om alle sterke dikke rhizomen van heel wat soorten een halt toe te roepen komt er meestal een stevige schop, een scherpe bijl of zelfs een houweel aan te pas. Al deze narigheid kan men zich besparen door vóór de aanplant een groeibegrenzing aan te brengen minstens tot op 60 cm diepte en volledig gesloten. Of misschien nog eenvoudiger door te kiezen voor een niet-woekerende soort. Fargesia murieliae komt dan zeker in aanmerking. De variëteit ‘Jumbo’ wordt tot 3 meter hoog en heeft een smal lichtgroen blad. De variëteit ‘Bimbo’ heeft nog een iets fijner blad en een opgaande groei beperkt tot 1,5 m. Ze komen beide het best tot hun recht in de halfschaduw. Op een rijke, vochthoudende grond doen ze het ook goed in de zon.

Fargesia murieliae
F. murieliae soorten hebben nog dit voordeel dat ze tussen 1990 en 2000 gebloeid hebben. Dit lijkt op het eerste zicht niets speciaals, maar als je weet dat dit pas om de 80 tot 120 jaar gebeurt en voor alle afstammelingen van dezelfde soort in een beperkte tijdspanne gelijktijdig over de ganse wereld, dan kijk je er anders tegen aan. Meer nog als deze soort na de bloei dan ook doodgaat. Voor de panda’s was het toen in China een echte ramp. Sedert korte tijd is nu Fargesia nitida aan de bloei gegaan. Dit komt omdat bijna alle variëteiten ontstaan zijn uit het zaad dat plantenjager Berezovski in 1886 meebracht vanuit China.
Vanwaar dit doodgaan bij de Fargesia familie? De oorzaak zijn de korte ondergrondse uitlopers. Door hun beperktheid kunnen ze maar weinig voedsel opslaan. Bij de bloei en daaropvolgende zaadvorming heeft de plant heel wat voedsel nodig. Zodanig dat er onvoldoende kracht overblijft om nieuwe scheuten te maken. Het terugsnoeien van de plant zodra de bloei gaat starten kan hieraan niet verhelpen. Dit werd vastgesteld bij de bloei van F. murieliae. Het beste is het gerijpte zaad te gaan zaaien. Het kiemen neemt van zes tot twaalf weken in beslag.

Fargesia sp. Jiuzhaigou 1
Als je F. nitida het ook laat afweten kun je hem best vervangen door F. sp. Jiuzhaigou 1. Deze bamboe zal de eerste 80 tot 100 jaar niet aan het bloeien gaan. Dat is al een hele geruststelling. Verder heeft deze variëteit het voordeel dat de schutbladen op de halmen niet blijven zitten. Ze vallen binnen het jaar af waardoor de kleurige stengels vrij komen. Bij F. nitida blijven deze schutbladen soms jaren op de plant hetgeen hem een slordig rietachtig uitzicht bezorgd. F. sp. Jiu wordt ook de rode bamboe genoemd. De roodverkleuring is het sterkst in de voorjaarszon. Tijdens de zomer verandert de kleur naar oranjegeel. In de herfst ontstaan nieuwe, diepgroene halmen. Met zijn 2 tot 3 meter hoogte is hij ook heel geschikt voor haagvorming. F. sp. Jiu ‘Genf’ is een selectie die zelfs de 4m bereikt en in het voorjaar diep rood kleurt. F. sp. Jiu ‘Willumeit 9’ heeft dikkere stengels met doorhangende halmen die van rood naar donkerpurper verkleuren.
08:57 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: bamboe |
Facebook |
01-03-09
Erythronium, bolgewas voor de schaduw
Erythronium of hondstand is een slecht gekend knolgewas. Het is ook niet bepaald van de gemakkelijkste. Maar als het aanslaat charmeert het niet alleen door de bloem maar ook door het blad. In de natuur telt Erythronium een 20-tal soorten, maar er komt er maar één voor in Europa nl.: E. dens-canis. Voor de andere zit er een reisje op naar de Verenigde Staten. Het is er geen zeldzaamheid om ze in grote getale aan te treffen zoals dit bij ons gebeurt met de hyacinten in het Hallerbos

Erythronium grandiflora
Erythronium is vooral een oplossing als je blijft zitten met een sterk beschaduwd stukje tuin. De grond mag niet te kleiig zijn. Zanderige tot zavelige grond met een hoog humusgehalte voldoet het best. Ze staan ook niet graag op een winderige plaats. Niet te nat maar ook niet te droog. Je merkt dat er wel wat voorwaarden zijn. Maar eens deze vervuld, krijg je het duizendvoudige terug. De knolletjes zullen zich dan naar hartelust vermeerderen tot ze in de bloeitijd een prachtig geel of wit tapijt vormen. De Europese E. dens-canis is de oudste maar tegelijk de moeilijkste en dus zeker niet de meest geschikte voor beginnende tuiniers. Voor hen raad ik E. Californicum ‘White Beauty’ aan. Dikwijls wordt deze in centra verkocht onder de foute naam E. revolutum ‘White Beauty’. De Nederlandse kweek uit Amerikaanse ouders E. Pagoda is gemakkelijk te vinden en tevens heel sterk.

Enkele tips:
- De knollen hebben geen bolhuid en zijn hierdoor kwetsbaar aan uitdroging. Plant ze dus onmiddellijk na aanschaf. Koop ze niet als ze reeds lange tijd in je tuincentra liggen. De kans dat ze grotendeels uitgedroogd zijn is heel reëel.
- Plantdiepte: 10 – 15 cm
- Afdekken tegen vorst is niet noodzakelijk, maar laat ze jaren staan op dezelfde plaats.
- Als je een groep toch wil splitsen doe dit dan bij voorkeur in juni-juli.
08:37 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (4) | Email dit | Tags: erythronium |
Facebook |
15-01-09
Voorjaars- en zomerprogramma VVPV-Pajottenland
De bijeenkomsten vinden plaats in CC Coloma, Jozef Depauwstraat, 1600 Sint-Pieters-Leeuw om 20 u
Leden gratis, niet-leden € 2
6 februari ‘09
Sneeuwklokjes, trendplant of passie?
Een lezing door galantofiel Valentin Wijnen over de beste en de nieuwste Galanthussen voor de tuin, hun verzorging, vermeerdering, ziekten enz. Valentin heeft zelf meer dan 550 verschillende sneeuwklokjescultivars in de tuin (!) en wil zijn ervaringen met ons delen. Een vijftiental sneeuwklokjescultivars wordt die avond te koop aangeboden.
20 maart ‘09
Een mooie border in elk seizoen door Francis Peeter (Jardins & Loisirs van RTBF)
In augustus bezochten we zijn tuin Amoena Wie erbij was herinnert zich
ongetwijfeld de mooie plantencombinaties en de zorg om de planten er het hele
seizoen op hun best te laten uitzien. Nu krijgen we een beeld van de tuin in alle
seizoenen, steeds met vermelding van de juiste plantennaam en Peeters wijdt
ons in in zijn “trucs” en andere bordergeheimen.
24 april: Alles over hemerocalissen en irissen door Guy Windels 16 mei: Bezoek Artemis’ Garden te Bonheiden. Een Engelse landschapstuin van 3 ha, met vele bijzondere heesters en bomen, en 4000 rozen (inkom €5: drankje, gebak/ijs). Uitstap met carpooling.
20 juni 2009
Tuinreis: 'Tuinen in Picardië' Info volgt
13:09 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
12-01-09
Kalmia, een neefje van de rododendron
Je moet geen echte tuinfanaat zijn om te weten hoe een rododendron eruit ziet. Hetzelfde kan niet gezegd worden van de ‘Kalmia’. Nochtans is het een schitterende plant die in niets moet onderdoen voor de zo bekende neef. Deze groenblijvende, winterharde heester komen we nog te zelden tegen in onze tuinen. De naam kreeg de plant mee van zijn ontdekker, de Zweedse botanicus Peter Kalm. De Nederlandse naam is ‘Lepelboom’. Deze naam ontstond omdat het hout zeer fijn is en vooral gebruikt wordt voor lepels, kandelaars en kleine voorwerpen waar draaiwerk bij te pas komt. Andere benamingen zijn schaaps- en berglaurier. Deze namen zijn vooral ingegeven door de sterke gelijkenis met het blad van de laurier. Laat je echter door deze namen niet misleiden. De kalmia en de laurier hebben met mekaar niets te maken. Erger het blad van de Kalmia is giftig en dus zeker niet bruikbaar in de keuken.
Kalmia angustifolia

Kalmia latifolia ‘Little Linda'
Plantkenmerken
De bladeren van de Kalmia zijn lancetvormig, donkergroen en doen aan die van de oleander denken. De bloemen, in trossen, zijn meestal roze, maar ook rood, wit en paarsbruin. De struik kan 1- 2 m hoog worden. Uit de bloemen ontwikkelen zich veelzadige, ronde vruchten. De bloeitijd is mei-juni.
Soorten
Kalmia behoort de familie der Ericaceae, de heideachtigen. De meest voorkomende soorten zijn Kalmia latifolia met een breed en de Kalmia angustifolia met een smal blad.
Standplaats
Net als de rododendron staat de Kalmia het liefst in halfschaduw op vochtige, zure bodem. Zij doet het zeer goed onder bomen, b.v. dennen, die wat licht doorlaten.
Verzorging
Zorg ervoor dat de wortels van de plant niet kunnen uitdrogen of bevriezen. Ik leg er steeds een mulchlaagje op. Voor een overdadige bloei moet u altijd de uitgebloeide bloemen verwijderen. Het is belangrijk dat de struik in de herfst goed nat is omdat zij tijdens de winter geen vocht opneemt.
Snoeien
Je voorkomt kale takken door ieder jaar, in het midden van de zomer na de bloei, 1/3 van de takken tot bijna aan de voet weg te snoeien.
Ziekte
Geel wordend blad kan op een te zonnige plek of te veel kalk en te weinig ijzer in de grond duiden. Insecten vallen de Kalmia bijna nooit lastig.
Planten
De beste planttijd is het najaar of het begin van de lente.
14:23 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: kalmia |
Facebook |
30-11-08
Bomen zorgen voor niveau en kleur in de tuin
Bladverliezende bomen en struiken plant men vanaf half november op voorwaarde dat het niet vriest. Het kiezen ervan gebeurt het best als je het bladerdek nog kunt bewonderen in alle facetten van zijn herfstverkleuring. Deze verkleuringen hangen heel nauw samen met de productie van chlorofyl. Het chlorofyl is voor de plant een kostbare stof die o.a. zorgt voor de groene kleur van de bladeren. In deze productie moet de plant veel energie stoppen. Als in de herfst het blad dreigt te vallen zal de plant die stof terugtrekken uit de bladeren. Daardoor verdwijnt de groene kleur en wat er verder aan kleurstoffen in zat wordt nu pas zichtbaar. Een van deze kleurstoffen is gele of rode beta-caroteen. Een ander veel voorkomende kleurstof die de bladeren rood doet kleuren is anthocyanidine.
Ook in een kleine tuin zorgt een kleine boom voor afwisseling en niveauverheffing. Als men oog heeft voor blad, schors, verkleuring groeit het boompje snel uit tot de blikvanger in de border. Binnen het uitgebreide gamma halen we enkele aanraders aan.

Cercis canadensis
Cercis canadensis (Amerikaanse judasboom) kan als kleine boom of zelfs als meerstammige kleine boom. In het voorjaar tooit hij zich met trossen hangende, vlinderbloemige, lichtroze bloemen. In de late herfst gevolgd door lange, bruine peulen. Het blad is groen en mooi rond. De variëteit ‘Forest Pansy’ heeft een purperrood blad.

Cornus controversa
Cornus controversa kan als matige groeiende struik of kleine boom. In de zomer tooit hij zich met kleine, stervormige witte bloempjes gevolgd door zwarte vruchtjes. In het najaar kleuren de bladeren rood-paars.
Acer Platanoides ‘Pyramidale Nanum’ is een aantrekkelijke kleine boom. Het blad is kleiner dan bij de doorsnee esdoorn. Het frisgroene blad kleurt mooi geel in de herfst. De boom is zeer dicht vertakt en vormt als het ware een smalle pyramide.
Er zijn ook een aantal siertreurbomen die als blikvanger in de kleine tuin goed passen. Bv.: het treurwilgje Salix caprea ‘Kilmarnock’. Een boompje van zo’n 2 m hoog met lange, gebogen neerhangende takken die in de lente bezaaid zijn met zachte, zilvergrijze katjes die tijdens het uitbloeien geel worden. Van de treur-sierkersen, die iets later bloeien, is vooral Prunus serrulata ‘Kiku-shidare’ een aanrader, 2,5 m hoog en vroeg in het jaar overladen met helderroze, gevulde bloemen. Heel mooi bij een vijvertje. Verder vernoem ik nog de wilgbladige treurpeer (Pyrus salicifolia ‘Pendula’), de prieelberk (Betula pendula ‘Youngii’), de paarse treurbeuk (Fagus sylvatica ‘Purple Fountain’). Bij Cercidiphyllum japonicum ‘Pendulum’ verkleurt het blauwgroene blad in de herfst naar stralend oranje. Het treur-honingboompje (Sophora japonica ‘Pendula’) wordt ca. 3 m hoog en heeft heel donkergroen blad. In de herfst kunnen trossen crèmewitte bloemen verschijnen. Heel bijzonder is de erwtenstruik (Caragana arborescens ‘Walker’). Eigenlijk is het een plat kruipende heester, maar als treurboom wordt hij op een 2 m hoge onderstam geënt.
09:25 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: kleine bomen |
Facebook |
31-10-08
Grassen zijn meer dan gazon
Gras is voor velen het groene bindmiddel tussen de borders. Het regelmatig afrijden is voor sommigen een noodzakelijke klus voor anderen een tof tijdverdrijf. De laatste jaren hebben heel wat tuiniers naast het gazon ook de vele siergrassen ontdekt. Het pampasgras (Cortaderia Selloana), met de mooie witte bloempluimen, stond al veel eerder in menige tuin. De andere soorten vinden pas nu stilaan hun plaats in een volwaardige border. Ze tonen hun schoonheid op een ogenblik dat de kleuren in de border stilaan verdwijnen. Vele behoeden de tuin in de barre winterperiode van een desolaat uitzicht.

Pampasgras (Cortaderia Selloana)
We bekijken enkele andere toppers:
- Prachtriet (Miscanthus) kun je zowel in volle zon als halfschaduw plaatsen. Binnen de familie Miscanthus zijn de soorten sinensis het best gekend. Een blikvanger is alvast de variëteit Kaskade. Deze 2 m hoge variëteit valt op door zijn lichtrode bloempluimen.

Miscanthus sinensis ‘Kaskade’
· Diamantgras (Stipa brachytricha) wordt 1,20 m en heeft een prachtige herfstkleur. Dauw en regendruppels kleven gemakkelijk aan de aren. Ze glinsteren zo prachtig in de najaarszon.

Stipa brachytricha
- Lampenpoetsergras (Pennisetum alopecuroides). Dit bronsgroen siergrasje (40 – 100 cm) is vooral mooi in grote groepen. In de nazomer verschijnen de lichtbruine bloempluimpjes.

Pennisetum alopecuriodes
- Japans bloedgras (Imperata cylindrica 'Red Baron') kleurt naarmate het seizoen vordert intens roder. Dit siergras doet het zeer goed in pot. Winterbescherming, zeker het eerste jaar, is aan te raden.

Japans bloedgras
- Cypergras (Cyperus) wordt ongeveer 50 cm en houdt van een zonnige standplaats. Valt op door de mooie herfstkleur en de stekelige bolle bloemaren. Heel geschikt voor de pottenhoek. Het is niet wintervast.

Cypergras
10:13 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: grassen |
Facebook |
21-09-08
Helenium
Helenium: kleurt je tuin in de nazomer
Helenium of zonnekruid is een vaste plant die rijkelijk bloeit van juli tot in de late herfst. Zijn beperkt kleurenpallet geel, bruin, rood en oranje sluit perfect aan bij het nakende herfstgebeuren. Het bolle bloemhart is een uitverkoren landingsplaats voor bijen, vlinders en andere gevleugelde insecten. Niettegenstaande er een flink aantal cultivars zijn, vindt men in de tuincentra er slechts een beperkt aantal terug.
- Oranje bloemen - Hoogte van 100 cm | Helenium ‘Kanaria’
- Gele bloem - Hoogte van 70 |
- Gele bloemen - Hoogte van 60 tot 70cm | Helenium ‘Moerheim Beauty’
- Roodbruine bloemen - Hoogte van 100 |
De botanische oorsprong van de Heleniums ligt in Noord-Amerika. Ze werden er ontdekt in vochtige biotopen zoals nat grasland, rivieroevers tot zelfs in moerassen. Naast H. flexuosum hebben vooral H. autumnale en bigelovii het genetische materiaal geleverd voor het tegenwoordige cultivarbestand.
Zonnekruid is een gemakkelijke plant. De naam verraadt een standplaats in volle zon. Buiten voldoende vochthoudende en voedzame grond stelt deze zonneklopper geen speciale eisen. Helenium verdraagt heel goed korte perioden van droogte en houdt helemaal niet van natte winters. De planten hebben nauwelijks last van schimmel- en virusaantastingen. De vraatschade door slakken en insecten is miniem.
Zodra het zonnekruid begint te bloeien knip ik ongeveer de helft van de bloemstengels weg. Dat maakt de plant luchtig en zorgt ervoor dat hij minder snel omvalt. De afgeknipte bloemen doen het uitstekend in een vaas. Zelfs de gesloten knoppen komen open en blijven heel lang mooi.
Er zijn cultivars die tot 2 meter hoog worden. Deze zijn ideaal om achteraan in de border te plaatsen. Deze vaste plant wordt vermeerderd door middel van scheuren. Doe dit minstens om de drie tot vier jaar want Heleniums verouderen relatief snel. Het beste tijdstip hiervoor is rond half maart, als de nieuwe groei zichtbaar wordt.
09:27 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: helenium |
Facebook |
12-09-08
Lobelia's
Lobeliafamilie is veel meer dan de populaire blauwbloeiende balkonplantjes
Lobelia’s doen ons onmiddellijk denken aan de meestal blauwe bloemenzee die een hele zomer lang de bloembakken en hanging baskets opvullen. Maar naast deze éénjarigen zijn er nog tal van andere lobelia’s die met hun opvallende kleuren de border een speciaal accent geven. In oorsprong zijn lobelia’s moerasplanten hetgeen hun vraag naar een vochtige grond verklaart. Nadeel is dat ze geen lang leven beschoren zijn. Voordeel is dan weer dat ze zich gemakkelijk laten zaaien en opkweken.
Enkele blikvangers:
Lobelia siphilitica (Virginische lobelia) met zijn violetblauwe bloemen haalt gemakkelijk 80 cm en is redelijk winterhard. Mocht de plant de winter niet overleven dan heeft deze zichzelf wel uitgezaaid en heb je volgend jaar deze plant toch nog in je tuin. Het niet overleven van de plant heeft vooral te maken met de grond. Deze moet vruchtbaar en vochtig zijn maar tegelijk goed waterdoorlatend. Ook in pot is deze lobelia een blikvanger. Lobelia siphilitica alba is de witte variëteit.

Lobelia x gerardii ‘Vedrariensis’ is een cultivar die wat groter wordt dan L. siphilitica, namelijk een kleine meter. De bladeren van deze natuurlijke hybride zijn overgoten met purper en de violette bloemen verschijnen laat in de zomer. De top van de bloei situeert zich vaak in oktober. Dit maakt dat deze plant zeer laat in het seizoen zorgt voor een kleurrijke noot.
Lobelia fulgens ‘Queen Victoria’ is de bekendste cultivar. Het donkerrode blad gaat zeer goed samen met de zuiverrode bloemen. De wintervastheid is problematisch. Het is dus best deze lobelia op het einde van het seizoen op te potten en beschut te overwinteren.

Lobelia tupa is een bijzondere soort afkomstig uit Chili en ziet er heel anders uit dan de andere. Het blad is zacht behaard en de zachtrode bloemen zijn dik en vlezig. Deze lobelia voelt zich het best in volle zon en kan er tot 175 cm hoog worden. De winterhardheid is beperkt tot –10°C zodat een beschutte standplaats die voldoende vochtig is aan te raden valt.

12:06 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (2) | Email dit | Tags: lobelia |
Facebook |
23-08-08
‘Hydrangea’ noemt in de volksmond ‘Hortensia’
De Duitse arts Philip Franz Von Siebold ontdekte de ‘Hydrangea’ in de tempel van Hukasaï in Tokio. Hij noemde de heester naar de vrouw die hem in de beginjaren van de negentiende eeuw op zijn reizen begeleidde. Haar voornaam was Otaki-san, uitgesproken als Otaksan. Door verbastering werd haar voornaam in Europa omvormd tot ‘Hortensia’.
Waar deze plant eerst als potplant gehouden werd, is hij sedert lange jaren een vertrouwde verschijning in de meeste van onze tuinen. In het domein Groenenberg te Gaasbeek siert een mooie verzameling een 150 m lange dubbele border. Een bezoek is zeker een aanrader voor wie op zoek is naar wat speciaals.

Hydrangea macrophylla ‘Blue Sky’
De meest courante hydrangea’s zijn terug te brengen tot de volgende soorten:
- H. macrophylla is de meest voorkomende. Hij kenmerkt zich door de bolle of platte bloemstructuur. Binnen de vele variëteiten is ‘Hopaline’ een voltreffer met zijn 3 kleuren in zijn bloem.
- H. serrata heeft veel gelijkenis met de macrophylla maar blijft veel kleiner.
- H. paniculata wordt ook wel pluimhortensia genoemd. ‘Pinky Winky’ is één van de laatste variëteiten. ‘Little Dot’ is zeer geschikt als potplant. Best is deze soort 2/3 in te knippen in het voorjaar.
- H. quercifolia of eikenbladhortensia legt zich neer op de grond en schuwt zware grond. Deze traaggroeiende soort heeft ruimte nodig. ‘Snow flakes’ is hier een aanrader.
- H. aspera kan fel uitgroeien (tot 3 m). Plaats deze vooral uit de zon en de wind.
- H. arborescens is vooral bekend via de variëteit ‘Annabelle’. Flink terugsnoeien in het voorjaar geeft dikke witte bolbloemen.
- H. anomala ‘Petiolaris’ is een klimhortensia. Zeker een aanrader voor wie een muur of schutting wil bedekken. Deze heel vroeg bloeiende hydrangea komt traag in groei maar eens hij aanslaat is het te bedekken oppervlak vlug bedekt.
- H. involucrata wordt best volledig ingeknipt. Door het bloeien op de éénjarige takken is hij beter bestand tegen vorstschade.


Hydrangea’s in het Domein Groenenberg
09:00 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (2) | Email dit | Tags: hydrangea |
Facebook |
16-05-08
Rhaphiolepis indica 'Coates Crimson'
De Indiase meidoorn is een groenblijvende struik met sterk geurende bloemen. Bij kwekers wordt al snel beweerd dat deze plant wintervast is. De twijfels hieromtrent zijn echter groter dan de zekerheden. Zelf hou ik hem als terrasplant. Door de trage groei is hij hiervoor zeer geschikt. Als grond heb ik een mengeling gebruikt van gewone potgrond (1/2) met grond voor rhododendrons (1/2). Dit omdat licht zure grond de voorkeur geniet.

Stekken gebeurt het best aan het eind van de zomer, waarbij van de half-verhoute takjes stekken genomen worden. De stekken worden in de stekgrond gestoken. Gebruik van stekpoeder bevordert de beworteling en gaat de ontwikkeling van schimmels tegen. Nadat de stekken enkele weken op een warme, lichte plaats hebben gestaan en vochtig gehouden zijn, hebben zich de eerste wortels ontwikkeld en kunnen ze opgepot of geplant worden.

09:39 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: indiase meidoorn, rhaphiolepis indica |
Facebook |
12-05-08
Winterharde fuchsia's
Met winterharde fuchsia’s zijn er geen problemen denken we. Deze laten we fijn buiten overwinteren. Dit is echter net iets te positief gedacht. Onder winterharde fuchsia's verstaan we fuchsia's die met een zekere verzorging en bescherming gedurende de winter in de volle grond kunnen blijven staan. Het bekendst zijn de Fuchsia’s magellanica en Fuchsia’s regia. In het groene Ierland worden ze hier en daar gebruikt als haag. Ook enkele cultivars, zoals Wilma Versloot, Tom Thumb, Madame Cornelissen, Chillerton Beauty, Corallina zijn mits voldoende bescherming en niet al te strenge vorst enigszins winterhard.

Het meeste succes op een goede overwintering hebt u wanneer u een minstens één jaar oude plant na half mei buiten uitplant. Zet de plant net iets dieper dan hij in de pot stond. Geef in de eerste weken na de uitplant regelmatig water. Dit omdat de plant dan sneller aanslaat en er zich extra worteltjes vormen op de onderste vertakkingen. Een stevige wortelkluit geeft een betere kans tot overleving in de winter. In het najaar snoei ik ze niet terug. Wel dek ik de plant tegen vorst met sparrengroen af. Nadelig is dat het aantal winterharde cultivars heel beperkt is. De bloei valt over het algemeen wat later dan bij in de kas overwinterde planten en je kunt op die manier geen boompjes overhouden, omdat de bovengrondse delen bij de minste vorst afvriezen. Bij zachte winters lopen ze uit op alle bovengrondse stengels. Toch knip ik ze steeds terug tot zo’n halve meter boven de grond. Dit omdat de struik anders te hoog wordt en bij hevige regen gemakkelijk gaat openvallen.
07:55 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: winterharde fuchsia s |
Facebook |
08-04-08
Amerikaans-vergeet-mij-nietje
Het Amerikaans-vergeet-mij-nietje met de latijnse naam Omphalodes cappadocica 'Starry Eyes' is een schitterend plantje voor een schaduwhoekje of onder bladverliezende struiken waar nauwelijks zonlicht komt. De lichtblauwe bloempjes met witte rand zijn in een groepje van een 10-tal plantjes per m² van begin april tot een stuk in mei een verademing in de schaduw. In feite is het een rotsplantje m.a.w. het voelt zich prima in steenrijke ondergrond, in muurspleetjes, in een alpien tuintje met zonloze koele grond.

In tegenstelling met ons tweejarig inheems vergeet-mij-nietje behoort het Amerikaanse tot de vaste planten. Het is bladverliezend maar goed winterhard. Het houdt van een vochtige bodem. Volgroeid en afhankelijk van de ondergrond wordt het 10 tot 20 cm. De uitgebloeide bloemen en het verdorde blad worden beste verwijderd.
Als naam zet het plantje ons wat op het verkeerde been want het is inheems in Georgië en Noordoost Turkije, westelijk tot Ordu aan de Zwarte zee.
10:21 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: omphalodes cappadocica starry eyes, amerikaans-vergeet-mij-nietje |
Facebook |
13-03-08
Boerenpioen: waar grootvader fier op was!
Grootvaders tuin was een oorlogstuin. Er was daarin maar weinig plaats voor bloemen. De groentetuin was levensbelangrijk. Bij iedere bijeenkomst van de familie was er sowieso een wandeling langs de aardappelen, salade, prei, wortelen, … gepland. De kaarsrechte lijnen, het stevige groen, … konden me als kind maar matig boeien. Ik vond het vreemd dat al die grote mensen alleen aandacht hadden voor dat groen en niet voor die kleurrijke tagetes (stinkertjes) en goudsbloemen die er her en der tussen stonden. Ik had net geleerd over kleurenblindheid en begon te vrezen dat deze afwijking fors toegeslagen had in onze familie.
Geen bloemen was toch wel fout want op het einde van de groentetuin begon de fruitweide. Beide waren van mekaar gescheiden door een grasweg met langs de ene zijde een rij met een tiental stekelbessen struiken en aan de andere zijde een tiental rode en zwarte bessen. En het was nu net op de kop van deze rijen dat er prachtige rode bloemen pronkten: pioenen. Mijn grootmoeder had me hun naam geleerd. Ik mocht er steeds enkele gaan afsnijden voor in de vaas voor dat ze aan het verwelken gingen.

Op de plaats waar ze stonden had voorheen een schuurtje gestaan. Bovengronds was alles afgebroken maar ondergronds zat nog heel wat aan bouwresten. Waar ze stonden waren ze heer en meester. De buren waren geen belagers en lieten de vlezige wortels hun lustige gang gaan. Ze kregen net als de naburige bessenstruiken in het najaar een donsdeken van verteerde stalmest. In het vroege voorjaar lagen ze dan samen onder een wit kalktapijtje. Hoe lang ze precies op diezelfde plaats stonden weet ik niet. Wat ik weet is dat ze er zeker dertig jaar gestaan hebben in de volle zon van ’s morgens tot ’s avonds. De bessenstruiken en aanpalende fruitweide beschermden hen tegen weer en vooral wind.
Samengevat de vuistregels om prachtige pioenen te hebben:
1. Plant ze in goed doorlatende grond. Indien zware grond vermeng dan met zand of steengruis. Pioenen haten nattigheid en kunnen trouwens zeer goed tegen droogte.
2. Plant je pioenen niet te diep. De groeiknoppen mogen hoogstens met een 4-tal cm aarde bedekt zijn. Indien je weinig of geen bloemen hebt is dit dikwijls te wijten aan te diep gepland.
3. Verplant je pioenen uiterst zelden, ze houden er niet van. Ze kunnen gerust tot 50 jaar op dezelfde plaats blijven staan mits de nodige bemesting. Na aankoop kan de bloei de eerste jaren wat tegen vallen. De plant vraagt wat tijd om zich te settelen.
4. Kies een plaats in de zon. Pioenen vragen minstens 5 uur zon (licht) per dag.
5. Plant geen grondbedekkers op hun wortels.
6. Pioenen kunnen zowel als solitaire plant als in de border. Laat ze in het laatste geval wel voldoende ruimte.
7. Zorg voor bescherming tegen wind en dit om te beletten dat de bloemen afbreken.
8. Zorg voor een humusrijke bodem en voldoende kalk. Geef in het voorjaar verteerde stalmest of organische mest uit het tuincentrum. In het najaar is een handvol beendermeel heilzaam. Indien je gebruik maakt van kunstmest is de samenstelling NPK 12+10+18 aan te raden.
Tijden veranderen
Sedert een aantal jaren zijn de pioenen aan een revival begonnen. Een aantal kwekers hebben er hun specialiteit van gemaakt. Heel wat nieuwe variëteiten bereiken de plantenliefhebbers.
Er zijn twee grote groepen namelijk de boom- en de kruidachtige pioenen.
De boompioenen zijn laagblijvende struiken. Van oorsprong komen ze uit China en Japan. Paeonia Rockii, met witte bloem waarop een donkerpaarse vlek, is de meest voorkomende.

Paeonia Rockii
De kruidachtige pioenen zijn vaste planten m.a.w. ze sterven ieder jaar bovengronds af en komen in het voorjaar terug. Grootvaders boerenpioen behoort tot deze groep. Paeonia Lactiflora of Chinese pioen is de bekendste wilde soort in deze groep. Ze leverde bekende cultivars als: Sarah Bernhardt, Karl Rosenfield, Duchesse de Nemours. Door kruisingen ontstonden een aantal hybriden met andere kleuren en /of bloeivormen zoals Red Charm (dubbelbloemig donkerrood) en Flame (enkelbloemig roos).

Kruisingen tussen de boompioen en de kruidachtige noemt men de itoh-hybriden naar de veredelaar Toichi Itoh. De bekendste is Yellow Crown. Deze kruisingen zijn heel beperkt verkrijgbaar en hierdoor redelijk duur.
10:15 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: boerenpioen |
Facebook |
24-02-08
Leycesteria formosa: een speciale bessendragende sierheester


Herkomst
De thuisbasis van fazantenbes is in de Himalaya van Noord-Pakistan tot China. Sommige soorten komt men er tegen tot op een hoogte van 3000 m. Als struik staat hij er in bossen en rivieren. In Europa deed deze, tot op heden nog zeldzame heester in onze tuinen, zijn intrede omstreeks 1824.
Naam
De botanische naam heeft deze heester te danken aan William Leycester, Engelse plantdeskundige en rechter in Bengalië. Formosa is een Latijns woord en betekent mooi. De naam fazantenbes heeft betrekking op het feit dat deze struik in een Engeland speciaal voor fazanten aangeplant wordt.
Leycesteria is van de kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae). In het Nederlands gebruikt men meerdere naamgevingen: fazantenbes, grootmoeders oorbel, caramelbes, valse muskaatnoot.
De bloei met witte tot 10 cm lange, overhangende, pagodeachtige bloemtrossen en grote purperrode schutbladeren situeert zich van half juni tot einde september. De schutbladeren blijven aan de stelen zitten, ook al zijn de bloemen afgevallen. De bloemen zijn zowel mannelijk als vrouwelijk.
De bessen zijn in het begin groen, dan rood, later zwart en steken mooi af tegen de rode schutbladeren. Ze zullen niet lang aan de struik blijven zitten, want vogels, vooral fazanten, zijn er dol op. Hun geur is chocoladeachtig, sommigen beweren nootmuskaatachtig.
De fazantenbes houdt van een zonnige, beschutte plek in de tuin. Ze voelen zich het best in een doorlatende bodem. Ook in halfschaduw geeft deze heester behoorlijke resultaten.
De fazantenbes zaait zich gemakkelijk uit. Elke bes bezit vele zaadjes die door de vogels kwistig rondgedragen worden in de tuin.
Via zijn wortelbestand breidt de heester zich eveneens gemakkelijk uit. Men kan het zeker geen woekeraar noemen maar toch moet je zijn enthousiasme regelmatig inperken. De afgestoken delen zijn meteen prima stekken.
De struik is niet helemaal wintervast. Hiermee bedoelen we dat bij aanhoudende strengere vorst delen van de takken kunnen invriezen. Geen nood echter want na de winter schiet de plant terug uit vanuit de wortel en bereikt al snel een hoogte van 1,5 meter. Indien het zachte winters zijn haalt deze struik gemakkelijk 2 m. Zelf snoei ik de overgebleven stengels, einde maart, in tot op een halve meter. Het komt de struikvorming ten goede.
Fazantenbes kan heel gemakkelijk in pot gehouden worden. Zorg wel voor voldoende begieting tijdens de warme maanden. De plant zelf zal je zijn dranktekort vlug laten merken. Laat het echter niet zover komen want dan heb je gemakkelijk gele blaadjes en bladafval.
In pot is het een prima plant om de kale voorjaarsplekken in de border weg te werken.
Bij strenge vorst is het best de pot te beschermen.
07:33 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (6) | Email dit | Tags: leycesteria formosa, fazantenbes |
Facebook |
19-02-08
Francoa Sonchifolia
Als plantenliefhebber ben ik steeds op zoek naar iets nieuws of zeldzaams. Francoa Sonchifolia is zeker een antwoord op het zeldzame. Zelf kon ik de plant aanschaffen op een bloemenmarkt bij een liefhebber. Meermaals heb ik er sindsdien, zonder succes, naar uitgekeken in diverse tuincentra. Nochtans verdient deze plant een plaats in de border. Zijn op orchideeën lijkende bloemen maken er een beauty van. Door zijn wintervastheid zorgt zijn groenblijvende bladrozet voor kleur tijdens de wintermaanden.
Herkomst
De plaatsen van herkomst zijn Chili, Salt Lake City en Utah. In Chili is het bekend als ‘Bridal Wreath’ (Bruidskroon). Het plantje is te vinden in rotsspleten in de droge delen van het land waar het dichte zoden vormt. Het maakt deze plant onmiddellijk geschikt voor de rotstuin. In een groep van 4 tot 5 planten past het ook goed vooraan in de border.
Kenmerken
- Familie: Saxifragaceae
- Geslacht: Francoa
- Variëteiten: Er bestaan twee variëteiten die identiek zijn maar verschillen in bloemkleur nl.: Francoa ramosa met witte bloemen en Francoa Sonchifolia met roze bloemen met donkerroze accenten. Een nieuwe variëteit is F. S. ‘Rogerson’s Form’ met dieproze bloemen en karmozijnrode accenten.

- Standplaats: zonnig maar liefst maar een halve dag, voldoende vochtige plaats
- Wintervast: tot – 17 °C
- Blad : Mooie bladplant met lepelvormig blad in rozetstand. In volle zon verkleuren de diepgroene bladeren naar rood.

- Bloeitijd : Juli-augustus.
- Bloemkleur: wit of roos met borstelslag bij de basis van elk bloemblaadje.
- Hoogte: Kleine bekervorminge bloemen die tussen de 40 – 80 cm hoogte bereiken. Het zijn prachtige snijbloemen die lang houden.
- Stekken: na een paar jaar vormen er zich rhizomes die men kan afbreken en opnieuw planten. Zaaien is ook mogelijk maar hou er rekening mee dat het een koudkiemer is. De kiemduur is 2 tot 4 weken.

12:55 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (4) | Email dit | Tags: francoa sonchifolia |
Facebook |
14-02-08
Penstemons hebbeding voor de border
Dat de penstemons behoren tot de familie van de leeuwenbekachtigen zie je meteen aan de bloemstructuur. Afkomstig uit het midden en westen van Amerika ontleenden ze hun naam uit het Grieks: penta (vijf) en stemon (meeldraden). Dus bloem met vijf meeldraden. Hun overvloedige bloei vanaf mei tot het vriest, hun grote verscheidenheid in kleuren en combinaties, hun groen blijven tijdens de winter maken hen tot hebbeding voor iedere tuin. Spijtig genoeg heeft deze lofzang ook een keerzijde. De plant houdt van humusrijke kleiachtige grond die goed waterdoorlatend is. En daar nijpt dikwijls het schoentje. Verder is de wintervastheid niet gewaarborgd. Door de zachte winters de laatste jaren hebben mijn oudste planten een stevig wortelbestel gekweekt en dit komt de planten ten goede. Toch neem ik uit voorzorg van iedere soort voldoende stekken.

Penstemon 'Garnet'
Half juli neem ik stevige topstekken. Neem bij voorkeur kleine stekpotjes omdat het inwortelen daarin veel sneller gebeurt. Bij tijdsgebrek gebruik ik de klassieke zaai- en stekgrond uit een tuincentrum. Liever maak ik deze zelf met een mengsel van ¼ kleigrond, ¼ potgrond en ½ rijnzand. De kleine potjes plaats ik naast mekaar in een grotere bak waarin ik onderaan een laagje van 2 cm stekgrond aanbreng. Het water geven gebeurt in de grote bak waarin natuurlijk vooraf draineringsgaatjes aangebracht werden. Het is uit den boze de stekjes bovenaan in de stekpotjes te gieten. Dit vooral omdat het de bovenste laag van de grond verhard en ook omdat het gemakkelijker schimmelvorming in de hand werkt. Waar ik het inwortelen laat gebeuren? Niet in een serre maar gewoon op een plaatsje in de tuin uit de zon natuurlijk. Na anderhalve maand (=begin september) zijn de stekjes reeds goed ingeworteld en klaar om uitgeplant te worden in potjes van 7 cm in goede potgrond. Bij de eerste koude nachten zul je snel merken dat de groei stagneert. Dan breng ik alles naar binnen in een niet verwarmde maar wel goed verlichte en verluchte kelder. Daar zullen ze blijven tot einde maart. Vanaf het overplanten top ik de plantjes regelmatig volgens het systeem dat heel goed gekend is bij de fuchsialiefhebbers nl.: om de twee bladparen. Bij twee topbeurten stop ik want dan heeft de plant een voldoende bossige stijl aangenomen.
Tip! In de beginjaren poogde ik de stekjes te laten overwinteren in de verwarmde veranda. In plaats van er goed mee te doen deed ik slecht. De plantjes groeiden met waterscheuten en kregen gemakkelijk een schimmelziekte. Dit laatste vooral omdat er teveel vocht moest gegeven worden. Nu overwinter ik ze in een ruimte met maximum 5°C en heb omzeggens geen plantsterfte meer.

Penstemon 'Sunburst Ruby'
Penstemons kunnen goed tegen droogte. Bij extreme droogte is een watergift ’s morgens aan te raden tegenover ’s avonds.
WinterhardheidPenstemons zijn niet echt winterhard. De laatste jaren wekken ze de indruk van wel. Dit komt natuurlijk door de zachtheid van de winters. Daarenboven zijn ze in mijn stadstuin beschermd door de huizenrijen. Ze kunnen wel een –5°C aan. Om niet verrast te worden dek ik ze af zoals uitgelegd in het artikel ‘Plantensteunen’. Ieder jaar neem ik daarenboven van alle soorten voldoende stekken. Heb ik ze zelf niet nodig, kan ik er een andere tuinier gelukkig mee maken.

Penstemon 'Sunburst Ruby' - februari 2008
Alle soorten die ik in mijn tuin heb zijn groenblijvers. Sommigen blijven klein (15 – 30 cm) andere kunnen flink uitgroeien tot 1 meter en meer. De kleinblijvende soorten passen perfect in een rotstuintje. De andere zijn uitermate geschikt in de vaste plantenborder. De hogere snoei ik einde maart terug tot op ongeveer 20 à 30 cm. Snel vormen ze nieuwe stevige scheuten. Dit bijsnoeien moet niet echt, maar hou er dan rekening mee dat de bloemen kleiner zullen zijn.
Zodra een stengel uitgebloeid is knip ik hem weg tot 1 bladpaar onder de plaats waar de bloem begon. Daar zullen zich snel nieuwe stengels en bloemen vormen.


P. 'Rich Ruby'


P. digitalis 'Husker'

P. Midnight

P. Osprey
Tot slot …
Penstemons zijn zowel naar kleur als structuur hebbedingen voor een border. Ze bloeien overweldigend en aanhoudend van half mei tot het vriest. Vorige (zachte) winter (2006-2007) zijn er steeds een paar bloemstengels gebleven.
10:27 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (2) | Email dit | Tags: penstemons, p rich ruby, p garnet, p osprey, p midnight |
Facebook |
04-02-08
Primula auricula: verrassende schoonheid
Als we primula zeggen denken we meestal aan de Primula Vulgaris. Deze stengelloze primula wordt in zijn lokkende kleuren vroeg in het seizoen aangeboden in tuincentra en bloemenmarkten. Minder komen we Primula Florindae en Primula Veris (de echte sleutelbloem) tegen. Maar in de ruime familie van primula’s is er een buitenbeentje nl. Primula Auricula of het aurikeltje. Het neemt nauwelijks plaats in en voelt zich prima onder een overkapping van een tuinhuis of een uit de zon gelegen etagère.
Herkomst
De plant komt voor in de Noordelijke en Zuidelijke Kalkalpen op hoogtes tussen de 1600 en 3400 meter. Er werden bewijzen van teruggevonden uit de laatste ijstijd in het Tiroler Gschnitztal. Carolus Clusius, Vlaamse arts botanicus, beschreef de plant al in de zestiende eeuw.Soorten en standplaats



- de ‘Alpines’
- de ‘Borders’ of tuinaurikels
- de dubbele aurikeltjes
- de ‘Shows’

De eerste twee overleven zonder problemen in de rotstuin op voorwaarde dat ze geen ganse dag in de volle zon staan. De ‘Shows’ zijn delicate plantjes. Zowel bloemen als blaadjes zijn licht tot zwaar bepoederd. Het minste vocht op bloem of blad veroorzaakt onherstelbare schade. Men plaatst ze best onder een overkapping. Zelf heb ik voor mijn verzameling een aurikeltjes-theater gemaakt op het beschaduwde terras.

Grond, water en bemesting
Aurikeltjes hoeven snel opdrogende grond. Natte voeten zijn dodend voor deze plantjes. Daarom leg ik onder in de pot een laagje van 2 cm verbrijzelde potscherven. Vervolgens maak ik een mengsel van 2/3 turfvrije potgrond en 1/3 rijnzand met kiezeltjes. Tijdens de zomer geef ik bij zonnig weder om de twee dagen water. Kaliumhoudende voeding is een aanrader. Tijdens de winter is de lucht vochtig genoeg en geef ik helemaal niets. Schrik niet als de blaadjes dan grotendeels verdorren. Bij de eerste warmte komen de wasachtige blaadjes snel terug. Bloeien doen ze van eind april tot ver in juni.
10:44 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (3) | Email dit | Tags: primula auricula |
Facebook |
26-01-08
Helleborus: lichtpuntje tijdens wintermaanden
Waarom een plant opeens sterk in de belangstelling komt is voer voor psychologen. Helleborus (Kerstroos) is zo’n plant. Sedert de eeuwwisseling kent zij een felle opmars. Allicht speelt de bloei tijdens de donkere wintermaanden hierin een rol. Ook de honkvastheid is belangrijk. Ze kunnen makkelijk tot dertig jaar op dezelfde plaats blijven staan.
- De ideale standplaats is in de halfschaduw. Maar ook in de zon doet hij het goed.
- Indien je meerdere planten samenplaatst zet je ze best 1 m van mekaar.
- In de border nemen ze na verloop van jaren heel wat plaats in.
- Maak de grond in het plantgat goed los in de diepte. Helleborus wortelt namelijk heel diep.
- Verbeter de grond met humusrijke aarde (compost) en zorg voor voldoende kalk. Beendermeel is een langzaamwerkende meststof en een aanrader.
- Helleborus argutifolius of het Corsicaanse nieskruid wordt in de tuin een plant van 1 meter hoog. Gezien zijn herkomst wat minder winterhard. Bij strenge vorst kan ze volledig invriezen. In het voorjaar loopt ze wel uit, maar zal dat jaar niet bloeien. Helleborus argutifolius groeit best in volle zon.

- Helleborus viridis of wrangwortel is een groenbloeiende soort (inheems in Vlaanderen). Door het kleine contrast tussen bloem en blad is dit een uitstekende soort voor de wilde tuin.
![]()
- Helleborus atrorubens is een moeilijke, wintergroene soort met groene of purperen bloemen. Deze diepwortelende soort vraagt een doorlatende grond en wordt maximaal 40 cm hoog. Ze is afkomstig uit N.W.-Joegoslavië.

- Helleborus orientalis of Oosters nieskruid is een gemakkelijke, winterharde plant met een mooie bloei en een grote verscheidenheid aan kleuren. We onderscheiden twee groepen nl.: afkomstig uit Engeland met ronde, open bloemen (als grote boterbloemen) of afkomstig uit Duitsland met meer puntige en gegolfde bloemen (lelie of orchideeachtige bloemen).

- Helleborus foetidus of stinkend nieskruid is een prachtige, natuurlijk ogende soort met diep ingesneden, donkergroen blad. De klokvorrnige bloemen zijn lichtgroen gekleurd en hebben meestal een bruine tot roodpaarse rand. De Nederlandse naam komt van de eigenaardige geur van de wortels. Mooi in combinatie met bladplanten als bergenia en hosta. Minder honkvast.

- Helleborus niger of kerstroos, met grote witte bloemen, siert menigvuldige huiskamer met Kerstmis. Na uitplanting in de tuin vallen ze nogal eens tegen.

09:22 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (2) | Email dit | Tags: helleborus |
Facebook |
22-01-08
Een Camellia als tuin- en/of potplant is een goede keuze!
Sedert een aantal jaren maken de camellia's een opgang in onze Vlaamse tuinen. Eerder al was deze uit Zuid-Oost Azië (China, Japan, Nepal, Korea, Vietnam) afkomstige struik gegeerd als potplant. Door sommigen wordt hij theeplant en door anderen Japanse roos genoemd. De twijfels omtrent de wintervastheid hielden ze lang weg uit onze tuinen. Als we echter een wereldkaart bekijken kunnen we vaststellen dat dit gebied goed aansluit op onze klimaatgordel. Enige terughoudendheid omtrent de standplaats en zeker de grondkwaliteit is geboden. In pot zijn deze planten veel kwetsbaarder. Bezorg ze dan het regime van je andere ‘te beschermen' kuipplanten.


Soorten
De Camellia telt, afhankelijk van de bron, van 100 tot 250 soorten. Het aantal kruisingen is haast niet meer bij te houden. We zitten nu al ruim boven de 2000! Het grootste deel bloeit in het vroege voorjaar, enkele in het najaar. De prachtige bloemen kleuren zich rood, wit, roos en alle schakeringen ertussen. We zijn ook al toe aan de gestreepte en gespikkelde bloemen. Wat als gele soort wordt benoemd is met een korreltje zout te nemen. Er zit wel geel in de nog overwegend witte aanblik. In vorm vind je ze pioen-, roos- en anemoonvormig in enkelbloemig, dubbel- en halfdubbel uitvoering. M.a.w. de meest kritische plantenliefhebber vindt zeker zijn gading.
We overlopen enkele van de meest voorkomende soorten met enkele kenmerken:
- Camellia japonica is de soort die voor ons het bekendste is. Hiervan zijn de meeste hybriden gekweekt. Is voldoende winterhard vooral na kruising met de soort Williamsii.



C. jap. 'San Dimas' C. jap. 'Apollo' C. jap. 'Adophe Audusson
- Camellia oleifera is een vrij onbekende soort en heeft kleine witte, naar jasmijn geurende bloemen. Is voldoende winterhard. Er wordt olie uit gemaakt voor de cosmetica.
- Camellia sasanqua is een witte lichtgeurende soort die niet geheel winterhard is. Overwinter ze bij een temperatuur die niet lager uitkomt dan +5°C. Leent zich goed als kuipplant. Kan ook toegepast worden om tegen een muur te doen klimmen. Ze kunnen ook tegen wat zon maar halfschaduw blijft aan te raden.


C. sasanqua C. sasanqua 'Rainbow'
- Camellia reticulata is een enkele rozerode soort. Camellia reticulata is de ouder van verschillende grootbloemige hybriden, doch geen enkele van de Camellia reticulata's zijn geurend. Ze groeien meer in de hoogte dan de japonica's met grotere, leerachtige bladeren die minder in aantal voorkomen. De groeiwijze is meer open. De wintervastheid is heel beperkt m.a.w. overwinteren niet lager dan + 5°C is aan te raden.
- Camellia cuspidata is vrij goed winterhard. Schade treedt op bij een droge wind en temperaturen beneden - 10° C. Hij vormt een struik van zo'n 3 m hoog met vrij klein, donkergroen elegante bladeren tot 6 cm lang met een lange, spitse punt. Aan de nieuwe scheuten vormt hij wat koperkleurig achtige bladeren. De witte enkele bloemen zijn tot 3,5 cm groot, en dus vrij klein en hebben kroonbladen die elkaar ver overlappen. Ze staan met grote aantallen nabij de takpunten. Deze soort wordt ook toegepast voor bonsai.
- Camellia tsaii is een witte kleinbloemige geurende soort.
- Camellia fraterna is witte enkelbloemige.
- Camellia sinensis is de bekendste theestruik onder de camellia soorten en heeft witte bloemen.
- Camellia williamsii groeit iets robuster uit dan japonica. De kruisingen zijn vaak iets beter winterhard dan de japonica.
- Camellia Kangiroi is de meest "gele" beschikbare camellia. Het is een import uit Japan sinds 2002.



C. Hatsu Sakura C. Nikisi Kenin C. jap. Volcano
Standplaats
De standplaats is belangrijk als je van een bloeiende camellia wil genieten. Indien hij weinig of niet tot bloeien komt kan dit één van de oorzaken zijn.
In de halfschaduw en voldoende beschermt tegen noorder- en oosterwind voelt de camellia zich opperbest. Ochtend- en voormiddagzon moeten zeker vermeden worden. Ze zijn oorzaak van het afvallen van de bloemknoppen.
Grond en bemesting
De grondsoort is nog meer dan de standplaats van het allergrootste belang.
Zorg voor een licht zure grond. De optimale pH (zuurtegraad) ligt om en bij de waarde 5.
Geef vooral geen kalk want je camellia verdraagt dit niet.
Geef in maart en september voldoende humus om bloemknopvorming te stimuleren (liefst oude compost of turf). Overdrijven hoeft nu ook weer niet want dan krijg je een felle groei maar een beperkte bloei.
De grond moet voldoende vochthoudend zijn maar toch goed water doorlatend. Het is essentieel voor goed groeiende camelia's. Op gronden met een stagnerende waterafvoer krijgt je plant gemakkelijk de schimmelziekte.
Besproei een camelia zo mogelijk altijd met regenwater. Leidingwater bevat teveel kalk en daar houdt de camellia niet van.
Camellia houdt ook van ijzer. Graaf daarom enkele roestige spijkers in.
Strooi halverwege de zomer een kaliumrijke meststof en besproei de grond na het uitstrooien ervan.

Cam. hybr. 'Freedom Bell'
Vermeerderen
Stekken
Neem met een scherpe snoeischaar een stek (10 cm) van een half verhoute tak net onder een bladsteel. Je verwijdert daarna dat blad en plaats je stek in een potje met stekgrond. Belangrijk is dat je de grond matig vochtig moet houden. Uitdrogen van de grond is fataal. Je voorkomt dit best met een miniserre. Deze kun je gemakkelijk en goedkoop zelf maken met een plastiek fles waarvan je de bodem wegsnijdt. Voor het bewortelen van de stek heb je 20 - 25 °C nodig. Je hebt ook wat geduld nodig want het bewortelen neemt al snel een viertal maanden in beslag. Verwacht ook geen snelle groei. De eerste drie jaren komt je camellia eerder traag op gang. Vanaf het vierde jaar, mits wat geluk, heb je kans op een eerste bloem.
Afleggen
Deze van oudsher gekende methode is allicht de meest succesvolste en ook de snelste. Neem hiervoor een gezonde tak onderaan de plant. Deze mag gerust een 30 cm lang zijn. Maak aan de onderzijde een paar inkervingen. Dit mag tot in de helft van de tak. Buig de tak in de grond over een lengte van tenminste 10 cm. Bedekt met een laagje aarde van een 5-tal cm. Leg de tak vast door haken te plaatsen. Afleggen kun je het hele jaar door, maar de beste periode is januari / februari omdat dan de sapstroom in je camellia op zijn top zit. Na twee jaar knip je de tak los van de moederplant en laat hem nog een jaartje staan. Na het derde jaar kun je dan gerust verplanten. De beste periode hiervoor is opnieuw januari / februari. Deze methode vraagt dus eveneens wat geduld maar je vertrekt hier meestal van een grotere plant.
Zaaien
Het grootste probleem is hier het bemachtigen van zaad. Drie jaar geleden kon ik er plukken bij een reis naar Napels (Italië). Van de vijf zaadjes van een japonica kiemden er drie. Het kiemen gaat relatief snel. Het eerste zaadje kiemde na amper veertien dagen het laatste kwam maar eerst boven na acht weken. De groei gaat heel traag. Na het eerste jaar hadden de plantjes slechts vier blaadjes. Nu drie jaren verder zijn ze amper 20 cm groot. Het spannende bij zaailingen is natuurlijk welke bloem er zal te voorschijn komen.
De opwarming van de aarde heeft ook soms een goede kant want vorig jaar oogste ik van mijn Camellia Japonica ‘Nobilissima' vier niet echt rijpe zaaddozen. Begin december heb ik ze gepukt en onmiddellijk vier zaadjes geplant. Tot op heden zijn er twee uitgekomen. Ik heb nog vier zaadjes over en deze ga ik planten begin mei. Dit om na te gaan of er een verschil in kiemtijd zal ontstaan. Afwachten is hier een stuk van het plezier!
Insecten en ziekten
Op zich is de camellia een sterke plant en goed resistent tegen insecten en ziekten. Toch zijn er altijd kapers op de kust.
Een zwakkere Camellia is gevoelig voor: schild-, blad- en wolluis. Je vindt ze meestal aan de onderkant van het blad. Er ontstaat een kleverige vloeistof. Hiertegen vind je in de betere tuincentra voldoende ecologische middelen.
Bladvlekkenziekte treedt vooral op bij te vochtig warm weer. De bladeren vertonen zwarte vlekken en beginnen te verdrogen. Men spreekt hier in de volksmond van valse meeldauw.
Knopafval komt voor bij Camellia's. Zowel bij deze die binnen staan als buiten.
- Binnen vindt het zijn oorzaak meestal in het onvoldoende vochtig houden van de potgrond.
- Buiten zijn er enkele oorzaken nl.:
stagnerende waterafvoer
standplaats in de ochtendzon (daarom niet aanplanten gericht naar het oosten)
Schimmelziekte treedt op bij een te natte standplaats.
10:07 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (7) | Email dit | Tags: camellia |
Facebook |
15-01-08
Ook in de winter is er kleur voor je tuin!
Velen denken dat er ’s winters in de tuin niets tot weinig te beleven valt. Stapt eens even binnen bij kwekers en tuincentra en je zult merken dat de kerstroos niet de enige winterplant is. Voor heel wat heesters, vaste planten (erica, helleborus, …), en bolgewassen (sneeuwklokje, winterakoniet, …) valt hun bloeitijd net tijdens de wintermaanden. Allemaal hebben ze systemen ontwikkeld om de kou ook bloeiend en geurend fier het hoofd te bieden. Sommige door tijdens de vorst tijdelijk het vocht uit de bloemen te pompen, andere door het suikergehalte in het sap op te voeren en het te laten werken als antivries.
We bekijken een variatie aan winterbloeiende heesters
Heel geliefd zijn diverse sneeuwballen, bijv. Viburnum x bodnantense. Deze soort kent sterke cultivars die van herfst tot lente dichtbezet zijn met trossen opvallend geurende bloemen (roze bij ‘Dawn’, donkerroze bij ‘Charles Lamont’). Veel andere sneeuwballen, bijv. Viburnum tinus ‘Eve Price’ bloeien wit en geuren wat subtieler. De naaktbloeiende jasmijn, Jasminum nudiflorum, bloeit geel van december tot april. Plant hem zo dat u hem vanuit huis goed kunt zien.

Toverhazelaars, o.a. Hamamelis x intermedia, verrassen in de herfst al met een prachtige bladkleur. In de winter duiken de met spinachtige bloemen in allerlei tinten op (meestal geel, maar oranje bij ‘Jelena’, wijnrood bij ‘Diane’, bruinrood bij ‘Feuerzauber’ en violetrood bij ‘Lansing’).
Diverse mahoniestruiken steken vanaf februari hun geurende, gele bloeiaren boven het stekelige blad uit, bijv. Mahonia media ‘Charity’, ‘Buckland’ en ‘Winter Sun’.

De Japanse kers Prunus subhirtella ‘Autumnalis Rosea’ bloeit roze van november tot maart. De identieke ‘Autumnalis’ bloeit wit. Gele kornoelje (Cornus mas) is aan het eind van de winter helemaal overdekt met gele bloempjes (ook goed op de vaas!). Er zijn zelfs winterbloeiende kamperfoelies, bijv. de struikvormige Lonicera x purpusii ‘Winter Beauty’ en de eveneens wit bloeiende Lonicera fragrantissima. Beide geuren verrukkelijk zoet.

Even heerlijk geuren de gele (met paars hart) klokjesbloemen van de echte winterbloeiers (Chimonanthus praecox), fantastische, langzaam groeiende struiken (tot 2,5 m hoog).
![]()
Bij goed weer kan ook de staartaar (Stachyurus praecox) al aan het eind van de winter bloeien (tot in april, in diverse gele tinten).

10:11 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
10-01-08
Herfstaster en Monnikskap: hekkensluiters van de zomer
Herfstasters zetten de tuin in de herfst nog éénmaal in vuur en vlam. Het uitdoven van hun kleuren en het langzame verval van het blad markeren het einde van het tuinseizoen.

De aster heeft haar gevoeligheid voor meeldauw tegen. Door selectie is dat probleem grotendeels verdwenen. Het zorgt meteen voor de terugkeer van de herfstaster meestal in volle tinten blauw, roze en paars. De herfstaster is tevreden met een plaatsje in de zon of halfschaduw en is niet erg kieskeurig wat de grond betreft.

Minder courant treffen we in onze tuinen de Aster Linosyris (Kalkaster) aan. Deze gele inheemse aster voelt zich perfect in haar sas op vochtige kalkhoudende duingrond. Het is dus sterk aan te raden een goede portie rijnzand en compost te mengen met onze zware kleigrond!
Aconitum (Monnikskap) zorgt door zijn rijzige groei en zijn prachtige blauw paarse bloei voor een accent in de najaarsborder. Deze vaste plant dankt zijn Nederlandse naam aan de vorm van de bloem. Deze lijkt op een middeleeuwse
monnikskap
![]()
De Aconitum heeft een vrij lugubere geschiedenis. Het sap van de plant werd vroeger gebruikt om de gifbeker te vullen. Deze was echter voorbehouden aan de rijke en vooraanstaande burgers en edelen bij een veroordeling tot de doodstraf. De gewone burgers kregen een beker met sap uit Scheerling (een eveneens zeer giftige plant). Het verschil zit erin dat men met gif van de Monnikskap een snellere maar ook wel pijnlijke dood sterft en met gif uit de Scheerling een zeer langzame en pijnlijke dood tegemoet ging. Verschil moest er toch blijven, zelfs tot in de dood. Als het gewas in de tuin wordt gehouden is het dus aan te raden om kleine kinderen uit de buurt te houden. De bladeren, bloemen en wortelstokken zijn allemaal giftig.
14:48 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
Herfstanemoon: nazomerpracht in de tuin
We noemen deze nazomerbloeier liever Japanse anemoon. Herfstanemoon geeft ons het gevoel dat de zomer weer voorbij is. Het gevoel dat de vele zaaddozen de bloemen gaan verdringen, het stekken nemen hoogtijd is, de morgendauw voor een echt watertapijt zorgt, de zomer – als we die echt gehad hebben dit jaar – stilaan voorbij is, …

De Japanse anemoon vindt haar oorsprong niet in Japan maar wel in China. In 1844 dook zij op in Engeland. De verovering van het Europese continent gebeurde daarna heel snel. Dit is niet verwonderlijk want deze frele bloemen, op hun tot anderhalve meter hoge draadachtige stengels, zijn werkelijk opvallend aanwezig in de border.
De herfstanemonen die we in onze tuinen aantreffen zijn in overgrote meerderheid kruisingen die ontstaan zijn uit ‘Anemone hupehensis’ met ‘Anemone vitifolia. De hoofdbloeiperiode valt in september tot en met oktober. De herfstanemoon groeit op alle gronden mits deze vochtig en goed waterdoorlatend zijn. De plant kan zowel in lichte schaduw als volle zon goed groeien. Het eerste jaar komen ze moeilijk op gang en mag je niet teveel bloemen verwachten. De volgende jaren neemt hun groeikracht fel toe en lijkt het alsof ze gaan woekeren. Je houdt ze echter gemakkelijk in toom door de vlezige wortels af te steken en uit te trekken. Ze vormen een geschikte combinatie met voorjaarsknollen zoals tulpen, hyacinten, e.a. Ze lossen hier het probleem van het noodzakelijke, niet fraaie, afsterven van de bladeren op door hun frisgroene bladerdek er geleidelijk over uit te spreiden. Het kleurenpallet van de Japanse anemoon is eerder beperkt: van roze tot rozerood en wit. De witte soort ‘Honorine Jobert’, ontdekt door een Franse tuineigenaar uit Verdun en genoemd naar zijn echtgenote, is een van de populairste. De groei is wat minder krachtig dan bij de roze soorten en het vestigen van de plant neemt wat meer tijd in beslag. Wanneer de nazomer wat nat uitvalt en de lust om de tuin in te trekken wat mindert, geen nood, want herfstanemonen zijn prima snijbloemen!
13:59 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: herfstanemoon |
Facebook |







