18-02-08

Latijn in de plantenbenoeming

Carolus Linnaeus (1707-1778),  een Zweedse plantkundige en bioloog, zorgde voor de binomiale nomenclatuur voor planten, dieren en stenen.  Zijn tweedelige naamgeving slaat terug op: genus (geslachtsnaam) en soortaanduiding.  Het scheppen van orde in de naamgeving is een grote verdienste van deze Zweed.  Keerzijde is natuurlijk het gebruik van het Latijn.  Niet iedereen onder ons heeft daar in zijn jeugdjaren tijd aan versleten.  Daarom kan onderstaand (onvolledige) lijstje je hierin zeker wat helpen.  De Latijnse plantennamen zeggen meestal iets over kleur, soort bloem, soort blad, standplaats, … 

Volgende Latijnse woorden zeggen iets over de kleur: Alba = wit / Aurantiaca = oranje / Aurea = goud / Argentea = zilver / Azurea of caerulea = blauw / Chrysantha, flava, lutea of sulphurea = geel / Coccinea, punica, rubra = rood / Griseum, incata = grijs / Ochroleuca, pallida = crème / Phoenicea, violacea = paars / Rosea = roos / Purpurea = donker roze / Sanguinea = bloedrood / Viridis = groen 

Volgende Latijnse woorden zeggen iets over het blad (folia): Angustifolia = smal / Armata = stekelig / Digitata = handvorm / Farinosa = met meel bedekt / Ficifolia = vorm van vijgenblad / Foliosa = veel bladig / Fruticosa = met weinig blad / Glabra = glad / Glutinosa, viscosa = plakkerig / Graminifolia = vorm zoals gras / Hirsuta, villosa = harig / Lanata, tomentosa = wollig / Latifolia = breed / Longifolia = lang / Macrophylla = groot / Microphylla = klein / Millefolia = duizenden / Mollis = zacht / Ovalifolia = ovaal / Parvifolia = weinig / Paucifolia = weinig / Pinnata = geveerd / Polyphylla = veel / Rotundifolia = rond / Spinosa = stekelig / Tenuifolia = fijn / Velutina = fluwelig 

Volgende Latijnse woorden zeggen iets over de bloem (flora): Acaulis = zonder steel / Barbata = behaard / Campanulata = klokvorm / Densiflora = compact / Flore plena = dubbel / Foetida, odorata = geurig / Grandiflora = groot / Longiflora = lang / Macrantha = groot / Micrantha = klein / Multiflora = veel / Parviflora = klein / Pauciflora = weinig / Pendula = hangend / Spicata = gespikkeld / Stellata = sterren / Umbellata = schermbloemig 

Volgende Latijnse woorden zeggen iets over de standplaats: Alpina, montana = bergplant / Altissima = groot / Arenaria = houdt van zanderige grond / Edulis = eetbaar / Gigantea = enorme plant / Humilis = kort / Maritima = aan zee / Muralis = tegen een muur / Nana = heel klein / Officinalis = kruiden / Palustris = drassig / Pratensis = akker / Procumbens = kruipend / Prostata = kruipend / Scaber, scandens = klimmend / Silvestris = bos / Somnifera = slaapverwekkend / Vulgaris = gewoon

09:14 Gepost door jos in Oude wijsheden | Permalink | Commentaren (0) | Tags: latijnse benoeming |  Facebook |