24-07-09

Astilbes, mooi maar niet altijd even gemakkelijk

Het aantrekkelijke bij de Astilbes zijn hun felle kleuren.  Het maakt dat ze zeer gemakkelijk inpasbaar zijn in de border op voorwaarde dat je ze op een blijvend vochtige plaats zet.  Ze doen het trouwens heel goed in het beginnend moeras aan de vijver.  Andere voorwaarden die je kans op slagen onmiddellijk verhogen zijn een humusrijke, eventueel zure, tot matig vruchtbare grond.  Zware klei is uit den boze!  En dat maakt hen tot moeilijke plant in onze streken.  Toch kun je dit euvel gemakkelijk oplossen door flink wat rijnzand te mengen tussen de klei.  In de zon of in de schaduw is geen uitgemaakte zaak.  Met een plaatsje in de zon wordt je beloond met een veel rijkere bloei als je rekening gehouden heb met de vochtigheidgraad van de grond.

De eerste Astilbes kwamen in de onze streken in de 19e eeuw.  Deze uit Oost-Azië ingevoerde planten waren hoofdzakelijk lage soorten met witte bloemen.  Het was de Duitse kweker Georg Arends die via kruisingen al snel 70 nieuwe cultivars kweekte.  Het waren vooral hoge die veelal als snijbloem gebruikt werden.  Omstreeks 1930 slaagde men erin om naast de witte, roze en paarse ook dieprode rassen te kweken.

 

De hoge Astilbes laten zich heel goed combineren met Monarda en Helenium.  Andere mogelijke buren zijn Ligularia, Hostas en Hemerocallis.  Allemaal planten die graag wat vochtige grond hebben.  Lagere soorten kun je gebruiken als bodembedekker en gaan dan goed samen met Asarum (mansoor) en Tiarella (schuimkaars).  Is er wat meer zon maar voldoende vochtige grond kies dan Astrantia (Zeeuwds knoopje), Lobelia fulgens en Trollius als buren.  Je merkt aan buurkeuzen geen nood.  Belangrijk is dat je weet waar je ze gaat planten, want als je met de basisvoorwaarden geen rekening houdt zullen je prachtpluimen al snel verdwijnen. 

 

 

 

 

07:57 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (0) | Tags: astilbes |  Facebook |