04-02-08

Primula auricula: verrassende schoonheid

Als we primula zeggen denken we meestal aan de Primula Vulgaris.  Deze stengelloze primula wordt in zijn lokkende kleuren vroeg in het seizoen aangeboden in tuincentra en bloemenmarkten.  Minder komen we Primula Florindae en Primula Veris (de echte sleutelbloem) tegen.  Maar in de ruime familie van primula’s is er een buitenbeentje nl. Primula Auricula of het aurikeltje.  Het neemt nauwelijks plaats in en voelt zich prima onder een overkapping van een tuinhuis of een uit de zon gelegen etagère.

Herkomst

De plant komt voor in de Noordelijke en Zuidelijke Kalkalpen op hoogtes tussen de 1600 en 3400 meter.  Er werden bewijzen van teruggevonden uit de laatste ijstijd in het Tiroler Gschnitztal.  Carolus Clusius, Vlaamse arts botanicus, beschreef de plant al in de zestiende eeuw. 

Soorten en standplaats

IMG_0051IMG_0049
IMG_0053

De aurikeltjes worden ingedeeld in vier groepen:
  • de ‘Alpines’
  • de ‘Borders’ of tuinaurikels
  • de dubbele aurikeltjes
  • de ‘Shows’
IMG_0057

De eerste twee overleven zonder problemen in de rotstuin op voorwaarde dat ze geen ganse dag in de volle zon staan.  De ‘Shows’ zijn delicate plantjes.  Zowel bloemen als blaadjes zijn licht tot zwaar bepoederd.  Het minste vocht op bloem of blad veroorzaakt onherstelbare schade.  Men plaatst ze best onder een overkapping.  Zelf heb ik voor mijn verzameling een aurikeltjes-theater gemaakt op het beschaduwde terras.


IMG_0054
  
  

Grond, water en bemesting

 Aurikeltjes hoeven snel opdrogende grond.  Natte voeten zijn dodend voor deze plantjes.  Daarom leg ik onder in de pot een laagje van 2 cm verbrijzelde potscherven.  Vervolgens maak ik een mengsel van 2/3 turfvrije potgrond en 1/3 rijnzand met kiezeltjes.  Tijdens de zomer geef ik bij zonnig weder om de twee dagen water.  Kaliumhoudende voeding is een aanrader.  Tijdens de winter is de lucht vochtig genoeg en geef ik helemaal niets.  Schrik niet als de blaadjes dan grotendeels verdorren.  Bij de eerste warmte komen de wasachtige blaadjes snel terug.  Bloeien doen ze van eind april tot ver in juni. 

26-01-08

Helleborus: lichtpuntje tijdens wintermaanden

Waarom een plant opeens sterk in de belangstelling komt is voer voor psychologen.  Helleborus (Kerstroos) is zo’n plant.  Sedert de eeuwwisseling kent zij een felle opmars.  Allicht speelt de bloei tijdens de donkere wintermaanden hierin een rol.  Ook de honkvastheid is belangrijk.  Ze kunnen makkelijk tot dertig jaar op dezelfde plaats blijven staan.

  

Kun je de helleborus beschouwen als een gemakkelijke plant toch hou je best rekening met enkele basisgegevens. 
  • De ideale standplaats is in de halfschaduw.  Maar ook in de zon doet hij het goed. 
  • Indien je meerdere planten samenplaatst zet je ze best 1 m van mekaar.
  • In de border nemen ze na verloop van jaren heel wat plaats in.
  • Maak de grond in het plantgat goed los in de diepte.  Helleborus wortelt namelijk heel diep.
  • Verbeter de grond met humusrijke aarde (compost) en zorg voor voldoende kalk.  Beendermeel is een langzaamwerkende meststof en een aanrader.
 Soorten en kenmerken:
  • Helleborus argutifolius of het Corsicaanse nieskruid wordt in de tuin een plant van 1 meter hoog. Gezien zijn herkomst wat minder winterhard. Bij strenge vorst kan ze volledig invriezen. In het voorjaar loopt ze wel uit, maar zal dat jaar niet bloeien. Helleborus argutifolius groeit best in volle zon.

  • Helleborus viridis of wrangwortel is een groenbloeiende soort (inheems in Vlaanderen). Door het kleine contrast tussen bloem en blad is dit een uitstekende soort voor de wilde tuin.

 
  • Helleborus atrorubens is een moeilijke, wintergroene soort met groene of purperen bloemen. Deze diepwortelende soort vraagt een doorlatende grond en wordt maximaal 40 cm hoog. Ze is afkomstig uit N.W.-Joegoslavië.
 
  • Helleborus orientalis of Oosters nieskruid is een gemakkelijke, winterharde plant met een mooie bloei en een grote verscheidenheid aan kleuren. We onderscheiden twee groepen nl.: afkomstig uit Engeland met ronde, open bloemen (als grote boterbloemen) of afkomstig uit Duitsland met meer puntige en gegolfde bloemen (lelie of orchideeachtige bloemen).
  • Helleborus foetidus of stinkend nieskruid is een prachtige, natuurlijk ogende soort met diep ingesneden, donkergroen blad. De klokvorrnige bloemen zijn lichtgroen gekleurd en hebben meestal een bruine tot roodpaarse rand. De Nederlandse naam komt van de eigenaardige geur van de wortels. Mooi in combinatie met bladplanten als bergenia en hosta.  Minder honkvast.
  • Helleborus niger of kerstroos, met grote witte bloemen,  siert menigvuldige huiskamer met Kerstmis.  Na uitplanting in de tuin vallen ze nogal eens tegen.
 24 januari 2008Jos Walravens

09:22 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (5) | Tags: helleborus |  Facebook |

22-01-08

Een Camellia als tuin- en/of potplant is een goede keuze!

 Sedert een aantal jaren maken de camellia's een opgang in onze Vlaamse tuinen.  Eerder al was deze uit Zuid-Oost Azië (China, Japan, Nepal, Korea, Vietnam) afkomstige struik gegeerd als potplant.  Door sommigen wordt hij theeplant en door anderen Japanse roos genoemd.  De twijfels omtrent de wintervastheid hielden ze lang weg uit onze tuinen.  Als we echter een wereldkaart bekijken kunnen we vaststellen dat dit gebied goed aansluit op onze klimaatgordel.  Enige terughoudendheid omtrent de standplaats en zeker de grondkwaliteit is geboden.  In pot zijn deze planten veel kwetsbaarder.  Bezorg ze dan het regime van je andere ‘te beschermen' kuipplanten.

IMG_0167IMG_0014_edited


Soorten

De Camellia telt, afhankelijk van de bron, van 100 tot 250 soorten.  Het aantal kruisingen is haast niet meer bij te houden.  We zitten nu al ruim boven de 2000!  Het grootste deel bloeit in het vroege voorjaar, enkele in het najaar.  De prachtige bloemen kleuren zich rood, wit, roos en alle schakeringen ertussen.  We zijn ook al toe aan de gestreepte en gespikkelde bloemen.  Wat als gele soort wordt benoemd is met een korreltje zout te nemen.  Er zit wel geel in de nog overwegend witte aanblik.  In vorm vind je ze pioen-,  roos- en anemoonvormig in enkelbloemig, dubbel- en halfdubbel uitvoering.  M.a.w. de meest kritische plantenliefhebber vindt zeker zijn gading.

We overlopen enkele van de meest voorkomende soorten met enkele kenmerken:

  • Camellia japonica is de soort die voor ons het bekendste is. Hiervan zijn de meeste hybriden gekweekt. Is voldoende winterhard vooral na kruising met de soort Williamsii.

IMG_0001IMG_0024IMG_0030
C. jap. 'San Dimas'           C. jap. 'Apollo'            C. jap. 'Adophe Audusson

  • Camellia oleifera is een vrij onbekende soort en heeft kleine witte, naar jasmijn geurende bloemen. Is voldoende winterhard. Er wordt olie uit gemaakt voor de cosmetica.
  • Camellia sasanqua is een witte lichtgeurende soort die niet geheel winterhard is. Overwinter ze bij een temperatuur die niet lager uitkomt dan +5°C. Leent zich goed als kuipplant. Kan ook toegepast worden om tegen een muur te doen klimmen. Ze kunnen ook tegen wat zon maar halfschaduw blijft aan te raden.

IMG_0007IMG_0020
 C. sasanqua                             C. sasanqua 'Rainbow'

  • Camellia reticulata is een enkele rozerode soort. Camellia reticulata is de ouder van verschillende grootbloemige hybriden, doch geen enkele van de Camellia reticulata's zijn geurend. Ze groeien meer in de hoogte dan de japonica's met grotere, leerachtige bladeren die minder in aantal voorkomen. De groeiwijze is meer open. De wintervastheid is heel beperkt m.a.w. overwinteren niet lager dan + 5°C is aan te raden.
  • Camellia cuspidata is vrij goed winterhard. Schade treedt op bij een droge wind en temperaturen beneden - 10° C. Hij vormt een struik van zo'n 3 m hoog met vrij klein, donkergroen elegante bladeren tot 6 cm lang met een lange, spitse punt. Aan de nieuwe scheuten vormt hij wat koperkleurig achtige bladeren. De witte enkele bloemen zijn tot 3,5 cm groot, en dus vrij klein en hebben kroonbladen die elkaar ver overlappen. Ze staan met grote aantallen nabij de takpunten. Deze soort wordt ook toegepast voor bonsai.
  • Camellia tsaii is een witte kleinbloemige geurende soort.
  • Camellia fraterna is witte enkelbloemige.
  • Camellia sinensis is de bekendste theestruik onder de camellia soorten en heeft witte bloemen.
  • Camellia williamsii groeit iets robuster uit dan japonica. De kruisingen zijn vaak iets beter winterhard dan de japonica.
  • Camellia Kangiroi is de meest "gele" beschikbare camellia. Het is een import uit Japan sinds 2002.

IMG_0004IMG_0014IMG_0034
  C. Hatsu Sakura             C. Nikisi Kenin             C. jap. Volcano

Standplaats

De standplaats is belangrijk als je van een bloeiende camellia wil genieten.  Indien hij  weinig of niet tot bloeien komt kan dit één van de oorzaken zijn. 

In de halfschaduw en voldoende beschermt tegen noorder- en oosterwind voelt de camellia zich opperbest.  Ochtend- en voormiddagzon moeten zeker vermeden worden.  Ze zijn oorzaak van het afvallen van de bloemknoppen. 

Grond en bemesting

De grondsoort is nog meer dan de standplaats van het allergrootste belang. 

Zorg voor een licht zure grond.  De optimale pH (zuurtegraad) ligt om en bij de waarde 5.

Geef vooral geen kalk want je camellia verdraagt dit niet.

Geef in maart en september voldoende humus om bloemknopvorming te stimuleren (liefst oude compost of turf).  Overdrijven hoeft nu ook weer niet want dan krijg je een felle groei maar een beperkte bloei. 

De grond moet voldoende vochthoudend zijn maar toch goed water doorlatend. Het is essentieel voor goed groeiende camelia's.  Op gronden met een stagnerende waterafvoer krijgt je plant gemakkelijk de schimmelziekte.

Besproei een camelia zo mogelijk altijd met regenwater. Leidingwater bevat teveel kalk en daar houdt de camellia niet van. 

Camellia houdt ook van ijzer.  Graaf daarom enkele roestige spijkers in.

Strooi halverwege de zomer een kaliumrijke meststof en besproei de grond na het uitstrooien ervan.

IMG_0036

Cam. hybr. 'Freedom Bell'

Vermeerderen

Stekken

Neem met een scherpe snoeischaar een stek (10 cm) van een half verhoute tak net onder een bladsteel. Je verwijdert daarna dat blad en plaats je stek in een potje met stekgrond.  Belangrijk is dat je de grond matig vochtig moet houden.  Uitdrogen van de grond is fataal.  Je voorkomt dit best met een miniserre.  Deze kun je gemakkelijk en goedkoop zelf maken met een plastiek fles waarvan je de bodem wegsnijdt.  Voor het bewortelen van de stek heb je 20 - 25 °C nodig.  Je hebt ook wat geduld nodig want het bewortelen neemt al snel een viertal maanden in beslag.  Verwacht ook geen snelle groei.  De eerste drie jaren komt je camellia eerder traag op gang.  Vanaf het vierde jaar, mits wat geluk, heb je kans op een eerste bloem.

 

Afleggen

Deze van oudsher gekende methode is allicht de meest succesvolste en ook de snelste.  Neem hiervoor een gezonde tak onderaan de plant.  Deze mag gerust een 30 cm lang zijn.  Maak aan de onderzijde een paar inkervingen.  Dit mag tot in de helft van de tak.  Buig de tak in de grond over een lengte van tenminste 10 cm.  Bedekt met een laagje aarde van een 5-tal cm.  Leg de tak vast door haken te plaatsen.  Afleggen kun je het hele jaar door, maar de beste periode is januari / februari omdat dan de sapstroom in je camellia op zijn top zit.  Na twee jaar knip je de tak los van de moederplant en laat hem nog een jaartje staan.  Na het derde jaar kun je dan gerust verplanten.  De beste periode hiervoor is opnieuw januari / februari.  Deze methode vraagt dus eveneens wat geduld maar je vertrekt hier meestal van een grotere plant.

Zaaien

Het grootste probleem is hier het bemachtigen van zaad.  Drie jaar geleden kon ik er plukken bij een reis naar Napels (Italië).  Van de vijf zaadjes van een japonica kiemden er drie.  Het kiemen gaat relatief snel.  Het eerste zaadje kiemde na amper veertien dagen het laatste kwam maar eerst boven na acht weken.  De groei gaat heel traag.  Na het eerste jaar hadden de plantjes slechts vier blaadjes.  Nu drie jaren verder zijn ze amper 20 cm groot.  Het spannende bij zaailingen is natuurlijk welke bloem er zal te voorschijn komen.

De opwarming van de aarde heeft ook soms een goede kant want vorig jaar oogste ik van mijn Camellia Japonica ‘Nobilissima' vier niet echt rijpe zaaddozen.  Begin december heb ik ze gepukt en onmiddellijk vier zaadjes geplant.  Tot op heden zijn er twee uitgekomen.  Ik heb nog vier zaadjes over en deze ga ik planten begin mei.  Dit om na te gaan of er een verschil in kiemtijd zal ontstaan.  Afwachten is hier een stuk van het plezier!

Insecten en ziekten

Op zich is de camellia een sterke plant en goed resistent tegen insecten en ziekten.   Toch zijn er altijd kapers op de kust.

Een zwakkere Camellia is gevoelig voor: schild-, blad- en wolluis.  Je vindt ze meestal aan de onderkant van het blad.  Er ontstaat een kleverige vloeistof.  Hiertegen vind je in de betere tuincentra voldoende ecologische middelen.

Bladvlekkenziekte treedt vooral op bij te vochtig warm weer.  De bladeren vertonen zwarte vlekken en beginnen te verdrogen.  Men spreekt hier in de volksmond van valse meeldauw.

Knopafval komt voor bij Camellia's.  Zowel bij deze die binnen staan als buiten. 

- Binnen vindt het zijn oorzaak meestal in het onvoldoende vochtig houden van de potgrond.

- Buiten zijn er enkele oorzaken nl.:

     stagnerende waterafvoer

     standplaats in de ochtendzon (daarom niet aanplanten gericht naar het oosten)

Schimmelziekte treedt op bij een te natte standplaats.  

 

10:07 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (21) | Tags: camellia |  Facebook |

15-01-08

Ook in de winter is er kleur voor je tuin!

Velen denken dat er ’s winters in de tuin niets tot weinig te beleven valt.  Stapt eens even binnen bij kwekers en tuincentra en je zult merken dat de kerstroos niet de enige winterplant is. Voor heel wat heesters, vaste planten (erica, helleborus, …), en bolgewassen (sneeuwklokje, winterakoniet, …) valt hun bloeitijd net tijdens de wintermaanden.  Allemaal hebben ze systemen ontwikkeld om de kou ook bloeiend en geurend fier het hoofd te bieden.  Sommige door tijdens de vorst tijdelijk het vocht uit de bloemen te pompen, andere door het suikergehalte in het sap op te voeren en het te laten werken als antivries.

 

We bekijken een variatie aan winterbloeiende heesters


Heel geliefd zijn diverse sneeuwballen, bijv. Viburnum x bodnantense. Deze soort kent sterke cultivars die van herfst tot lente dichtbezet zijn met trossen opvallend geurende bloemen (roze bij ‘Dawn’, donkerroze bij ‘Charles Lamont’). Veel andere sneeuwballen, bijv. Viburnum tinus ‘Eve Price’ bloeien wit en geuren wat subtieler. De naaktbloeiende jasmijn, Jasminum nudiflorum, bloeit geel van december tot april. Plant hem zo dat u hem vanuit huis goed kunt zien.

Jasminum nudiflorum


Toverhazelaars, o.a. Hamamelis x intermedia, verrassen in de herfst al met een prachtige bladkleur. In de winter duiken de met spinachtige bloemen in allerlei tinten op (meestal geel, maar oranje bij ‘Jelena’, wijnrood bij ‘Diane’, bruinrood bij ‘Feuerzauber’ en violetrood bij ‘Lansing’).

Hamamelis x intermedia

Diverse mahoniestruiken steken vanaf februari hun geurende, gele bloeiaren boven het stekelige blad uit, bijv. Mahonia media ‘Charity’, ‘Buckland’ en ‘Winter Sun’.

Mahonia media charity

 De Japanse kers Prunus subhirtella ‘Autumnalis Rosea’ bloeit roze van november tot maart. De identieke ‘Autumnalis’ bloeit wit. Gele kornoelje (Cornus mas) is aan het eind van de winter helemaal overdekt met gele bloempjes (ook goed op de vaas!). Er zijn zelfs winterbloeiende kamperfoelies, bijv. de struikvormige Lonicera x purpusii ‘Winter Beauty’ en de eveneens wit bloeiende Lonicera fragrantissima. Beide geuren verrukkelijk zoet. 

Lonicera x purpusii 'Winter Beauty'

Even heerlijk geuren de gele (met paars hart) klokjesbloemen van de echte winterbloeiers (Chimonanthus praecox), fantastische, langzaam groeiende struiken (tot 2,5 m hoog).

Chimonanthus praecox

Bij goed weer kan ook de staartaar (Stachyurus praecox) al aan het eind van de winter bloeien (tot in april, in diverse gele tinten).

 

Stachyurus preacox 'Rubriflora'
    10 januari 2008Jos Walravens

10-01-08

Herfstaster en Monnikskap: hekkensluiters van de zomer

Herfstasters zetten de tuin in de herfst nog éénmaal in vuur en vlam. Het uitdoven van hun kleuren en het langzame verval van het blad markeren het einde van het tuinseizoen.

 

 

 

De aster heeft haar gevoeligheid voor meeldauw tegen.  Door selectie is dat probleem grotendeels verdwenen.  Het zorgt meteen  voor de terugkeer van de herfstaster meestal in volle tinten blauw, roze en paars.  De herfstaster is tevreden met een plaatsje in de zon of halfschaduw en is niet erg kieskeurig wat de grond betreft.     

Minder courant treffen we in onze tuinen de Aster Linosyris  (Kalkaster) aan.  Deze gele inheemse aster voelt zich perfect in haar sas op vochtige kalkhoudende duingrond.  Het is dus sterk aan te raden een goede portie rijnzand en compost te mengen met onze zware kleigrond!

Aconitum (Monnikskap) zorgt door zijn rijzige groei en zijn prachtige blauw paarse bloei voor een accent in de najaarsborder.  Deze vaste plant dankt zijn Nederlandse naam aan de vorm van de bloem. Deze lijkt op een middeleeuwse

 monnikskap

 

De Aconitum heeft een vrij lugubere geschiedenis. Het sap van de plant werd vroeger gebruikt om de gifbeker te vullen. Deze was echter voorbehouden aan de rijke en vooraanstaande burgers en edelen bij een veroordeling tot de doodstraf. De gewone burgers kregen een beker met sap uit Scheerling (een eveneens zeer giftige plant). Het verschil zit erin dat men met gif van de Monnikskap een snellere maar ook wel pijnlijke dood sterft en met gif uit de Scheerling een zeer langzame en pijnlijke dood tegemoet ging. Verschil moest er toch blijven, zelfs tot in de dood. Als het gewas in de tuin wordt gehouden is het dus aan te raden om kleine kinderen uit de buurt te houden. De bladeren, bloemen en wortelstokken zijn allemaal giftig.De plant  gedijt op alle soorten gronden maar verkiest een goed doorlatende. Kenmerk is vooral een trage aangroei.  Het vergt wat geduld vooraleer men er een behoorlijke plant van heeft. Seizoentip: groenblijvende bomen, struiken, hagen kunnen vanaf nu tot einde november aangeplant en/of verplant worden.  Bij het verplanten van grotere bomen/struiken is het best een deel van de takken weg te nemen.  Hierdoor hoeft de plant geen reserves aan te spreken om het verplanten te overleven.

20 september 2007Jos Walravens

Herfstanemoon: nazomerpracht in de tuin

We noemen deze nazomerbloeier liever Japanse anemoon.  Herfstanemoon geeft ons het gevoel dat de zomer weer voorbij is.  Het gevoel dat de vele zaaddozen de bloemen gaan verdringen, het stekken nemen hoogtijd is, de morgendauw voor een echt watertapijt zorgt, de zomer – als we die echt gehad hebben dit jaar – stilaan voorbij is, …

 

 

 

 De Japanse anemoon vindt haar oorsprong niet in Japan maar wel in China.  In 1844 dook zij op in Engeland.  De verovering van het Europese continent gebeurde daarna heel snel.  Dit is niet verwonderlijk want deze frele bloemen, op hun tot anderhalve meter hoge draadachtige stengels, zijn werkelijk opvallend aanwezig in de border.

De herfstanemonen die we in onze tuinen aantreffen zijn in overgrote meerderheid kruisingen die ontstaan zijn uit ‘Anemone hupehensis’ met ‘Anemone vitifolia.  De hoofdbloeiperiode valt in september tot en met oktober.  De herfstanemoon groeit op alle gronden mits deze vochtig en goed waterdoorlatend zijn.  De plant kan zowel in lichte schaduw als volle zon goed groeien.  Het eerste jaar komen ze moeilijk op gang en mag je niet teveel bloemen verwachten.  De volgende jaren neemt hun groeikracht fel toe en lijkt het alsof ze gaan woekeren.  Je houdt ze echter gemakkelijk in toom door de vlezige wortels af te steken en uit te trekken.  Ze vormen een geschikte combinatie met voorjaarsknollen zoals tulpen, hyacinten, e.a.  Ze lossen hier het probleem van het noodzakelijke, niet fraaie, afsterven van de bladeren op door hun frisgroene bladerdek er geleidelijk over uit te spreiden.  Het kleurenpallet van de Japanse anemoon is eerder beperkt: van roze tot rozerood en wit.  De witte soort ‘Honorine Jobert’, ontdekt door een Franse tuineigenaar uit Verdun en genoemd naar zijn echtgenote, is een van de populairste.  De groei is wat minder krachtig dan bij de roze soorten en het vestigen van de plant neemt wat meer tijd in beslag.  Wanneer de nazomer wat nat uitvalt en de lust om de tuin in te trekken wat mindert, geen nood, want herfstanemonen zijn prima snijbloemen!      

 06 september 2007Jos Walravens

Echinacea (zonnehoed): een borderplant met ruime mogelijkheden

Echinacea is een winterharde vaste plant die zijn bloei start als heel wat vaste planten in de border over hun hoogtepunt heen zijn. De geslachtsnaam 'Echinacea' is afgeleid van het Griekse echinos, 'zeeëgel'. De reden voor die benaming is te vinden in de prikkende schubben van de gedroogde zaadhoofdjes van de plant. Ze zorgen voor een decoratief pluspunt tijdens de wintermaanden en zijn eveneens welkom bij het bloemschikken. Naast de grote waarde als sierplant worden aan echinacea verregaande medicinale eigenschappen toebediend.

 

Echinacea komt uit het oosten van Noord-Amerika. Het geslacht telt negen soorten en behoort tot de familie Asteraceae. De drie meest voorkomende in onze tuinen zijn: E. purpurea, E. angustifolia en E. pallida. De basiskleur is purper, maar we vinden al heel wat andere veredelde variëteiten in de betere tuincentra zoals:
· Jade: wit met een groen oog
· Magnus: rood
· Pica Bella: fijnstralige donkerroze bloei
· Paradox: geel
· Sunset:oranje roze
Standplaats
De Nederlandse naam ‘zonnehoed’ verraadt de voorkeur voor een zonnige standplaats. Echinacea heeft een voorkeur voor een rijke doch goed doorlatende grond. Het is een kalkminnende plant. Plaats hem eens in combinatie met helianthus (zonnebloem), solidago (guldenroede) en phlox.
Vermeerderen:
Echinacea kan door middel van scheuren in het voor- of najaar worden vermeerderd. Of door wortelstekken in het najaar.
Medicinaal gebruik
Echinacea wordt al zeer lang gebruikt, en met bewezen effect, om infecties te behandelen en te voorkomen. Onderzoek heeft aangetoond dat Echinacea effectief is bij griep, verkoudheid, infecties van ademhalingswegen en urinewegen en andere infecties. Hierbij speelt zowel een rechtstreeks effect op het infectieus agens als een stimulering van het immuunsysteem een rol. Dit geldt ook voor het gebruik bij wondbehandeling. Als medicijn wordt het kruid veel gebruikt in de fytotherapie (kruidengeneeskunde) en homeopathie (alternatieve geneeskunde), bijvoorbeeld in het door Alfred Vogel bekend geworden product ‘Echinaforce’.
Hoewel Echinacea gewoonlijk beschouwd wordt als een veilig kruid, is voorzichtigheid echt wel geboden in een aantal omstandigheden waarin de immuniteit onderdrukt of anderszins aangetast is. We denken dan aan patiënten wier immuniteit ‘kunstmatig’ onderdrukt wordt, bijvoorbeeld na een transplantatie. Anderzijds gaat het om mensen die een auto-immuunziekte hebben, zoals bijvoorbeeld Lupus en sommige schildklieraandoeningen (ziekte van Hashimoto). Ook mensen die allergisch zijn voor (andere) composieten, moeten wat voorzichtigheid in acht nemen bij het gebruik van Echinacea, omdat soms een kruisallergie optreedt.
Seizoentip:
Augustus is de maand om stekken te nemen van uw kuipplanten: pelargoniums, fuchsia's (bellenkensplanten), penstemons, ... Neem krachtige kopstekken van ± 10 cm en verwijder de bloemen en de onderste bladeren. Snij de stek onderaan net onder een bladknoop schuin af. Maak gebruik van kleine stekpotjes om het inwortelen te versnellen.

23 augustus 2007
Jos Walravens

13:51 Gepost door jos in Tuinartikels Pajottenland | Permalink | Commentaren (0) | Tags: echinacea |  Facebook |

Een rotstuin brengt de alpenbloemen in je tuin

De rotstuin kan worden toegepast in elke tuin, groot of klein , zelfs op het terras kan men een mini rotstuin maken in een bloembak of schaal. Hoogteverschillen zijn noodzakelijk in je rotstuin omdat ze vooral in natte periodes planten droge wortels bezorgen.  Tegelijkertijd maken ze de rotstuin geschikt om watervallen en beekjes te maken, die uitmonden in een vijver. Veel rotsplantjes verkiezen hun specifieke standplaats, droog of nat, zonnig of schaduwrijk, tegen wind en koude beschut,... en de meeste zijn daar zeer gevoelig voor.

 Plaats van de rotstuin?De meeste rotsplanten vinden het heerlijk om te bakken in de zon. Maar er zijn ook enkele soorten die schaduw kunnen verdragen, zolang dat maar geen schaduw van overhangende takken is. In een omgeving met bomen kunt u beter iets anders aanleggen dan een rotstuin.  Geef de planten indien mogelijk beschutting tegen de noorden- en oostenwind.   

De aanleg?

Een goede afwatering is een noodzaak.  Hiervoor zorg je door eerst een laag puin aan te brengen.  Vervolgens breng je grond aan vermengd met heel wat rijn- of breekzand.  Daarna komen de stenen.  Plaats ze in lagen zoals in de natuur te beginnen van onderaan.  Zorg ervoor dat er voldoende verticale spleten aanwezig zijn.  Om te voorkomen dat de grond uit de spleet wegspoelt, zet u boven zo'n rotsspleet een stuk steen . Vul de spleten en tussenruimten op met turfmolm gemengd met gebroken puin, eifeliet-lava of split.  Gebruik geen tuinturf want eens deze uitgedroogd is hij nog moeilijk vochtig te krijgen.  Er zijn planten die graag verticaal groeien, zoals: Physoplexis, Lewisia, Haberlea, Ramonda.  Ook een aantal andere planten kunt u in spleten kwijt, bijvoorbeeld Erigeron karvinskianum, Aubrieta deltoidea, Saponaria ocymoides, Sedum acre en Silene maritima.  Deze planten plant u al tijdens de aanleg. 

Welke steensoorten?

Tufsteen is de steensoort bij uitstek voor de rotstuin. Zoek wel een goede kwaliteit, want te zachte tufsteen valt gemakkelijk uit elkaar. Tufsteen is geschikt zowel voor kalkminnende als zuurminnende planten.  Aanvankelijk is tufsteen een beetje gelig, maar het wordt al snel wat grijzig.  Doordat de structuur ervan erg grillig is, kunt u er een heel natuurlijk geheel mee creëren. U kunt rotsplanten rechtstreeks in de steen zetten door er gaten in te boren.  Andere planten zaaien zich er gemakkelijk in uit.  Naast tufsteen kun je lavasteen en/of vulkaansteen verwerken.  Door hun poreusheid en gaten zijn ze heel geschikt voor rotsplanten.   Maaskeien zijn niet geschikt voor je rotstuin omdat ze geen vocht opnemen.  Voor het afboorden van een waterpartij zijn ze ideaal. 

De beplanting?

Planten in containers kunt u het hele jaar door planten, behalve als er sneeuw ligt.  Voor planten die op de kwekerij in de volle grond staan, is het beter dat u zich echt houdt aan de gebruikelijke planttijden. Als u gewoon in de herfst en de lente plant, is de kans op uitdroging veel kleiner.  Bladverliezende heesters en bomen plant u vanaf de tijd dat ze hun blad hebben laten vallen tot aan de tijd dat de vorst echt inzet.  Groenblijvende heesters plant u in april of september.  Poot voorjaarsbloeiende bollen in het najaar en najaarsbloeiende bollen in het voorjaar.  Geef kruidachtige rotsplanten de kans nog voor de winter aan te slaan.  

Rotsplanteninfo?

http://home.scarlet.be/vl.rotsplantenver/http://www.alpenplanten.be/ http://www.bouman102.nl/rotstuinplanten_uit_heel_de_wereld.htm  08 november 2007Jos Walravens

 

09-01-08

Creatief met bloembollen

 

Creatief met bloembollen

       

                Sneeuwklokje                                      Grote sneeuwroem            Allium

               (Galanthus nivalis)                                        (Scilla siehei)

Bloembollen zijn de ideale duo-spelers in de vaste plantenborder.  Ze maken van de kale plekken in de voorjaarsborder een rijk kleurenpallet en nemen de rol over in de najaarsborder.  Door ze oordeelkundig te combineren zorg je ervoor dat het noodzakelijke afsterven van hun loof onopgemerkt kan verlopen.  Je kunt ze ook rustig op hun plaats laten hetgeen het vervelende stuksteken oplost.

 

Winterakoniet (Eranthis hyemalis)

Wilt u de bloeitijd van de bollen spreiden, dan is dit bloeitijdenlijstje een handig hulpmiddel. Het is maar een summiere opsomming, want de keuze is vele malen groter.

  • Januari: sneeuwklokjes, winterakonieten
  • Februari: krokussen, iris reticulata
  • Maart: narcissen, sterhyacinten, sneeuwroem
  • April: kievitsbloemen, narcissen, blauwe druifjes
  • April-Mei: tulpen, boshyacinten
  • Mei-Juni: sieruien (Allium), cammassias
  • September-Oktober-November: herfsttijlloos, Nerine bowdenii

 

Plant bijvoorbeeld eens sneeuwklokjes, sneeuwroem, winterakonieten en blauwe druifjes tussen hosta's en/of brunnera's. Het blad van deze vaste planten is in de wintermaanden verdwenen en op die plek verschijnt eerst het kruid en vervolgens de lieflijke bloempjes van de knollen. Als die zijn uitgebloeid, komen de eerste blaadjes van de hosta's en brunnera's te voorschijn.  Ze onttrekken het lelijk afstervende loof van de bloembollen aan je zicht.  Op dezelfde wijze zijn tulpen, alliums, herfsttijlozen en nerine bowdenii perfect te combineren met hemerocallis (daglelies), phloxsen en momarda's.

Bij het planten van bloembollen hou je best rekening met een plantdiepte die in principe gelijk is aan tweemaal de dikte van de bol.  Door ze dieper te planten vertraag je de groei en meteen de bloei.  Je narcissen en tulpen op verschillende diepten planten zorgt ervoor dat ze niet tegelijkertijd knipklaar zijn voor de vaas.  Te diep (meer dan 5 maal de dikte van de bol) is ook uit den boze.  De plant zal wel boven geraken maar dit meestal ten koste van de bloei m.a.w. geen of veel kleinere bloemen.

Over het algemeen schuwen bloembollen zware vochtige gronden.  Werk er daarom rijnzand tussen om dit heuvel te verhelpen.  Dit zal trouwens ook hun standplaatsgenoten, de vaste planten, ten goede komen.

De ideale planttijd is in oktober omdat dan inworteling gemakkelijk kan gebeuren.  Later, vóór de eerste vorst, kan ook nog. 

Zorg dus nu voor een spetterend voorjaar!

 

Seizoentip:

Plant of verplant je bladhoudende struiken, hagen in oktober dan kan herinworteling nog!

 

18 oktober 2007

Jos Walravens