27-12-16

De boerenkrokus dringend aan een revival toe!

In de tuin van mijn grootouders, zo’n 60 jaar geleden, namen tulpen, tijkelozen (Brabants dialect voor Narcissen), sneeuwklokjes en krokussen een prominente plaats in in de voortuin.  De tulpen en narcissen hebben stand gehouden maar de sneeuwklokjes en krokussen worden stilaan een zeldzaamheid.  In de moderne voortuin is er minder en minder plaats voor deze prachtige voorjaarsbloeiers.  Daarom juist wil ik een lans breken voor een revival van de boerenkrokus (Crocus tommasonianus). 

 

De lichtpaarse bloem van de boerenkrokus zorgt niet alleen voor een mooie kleur maar zorgt ook voor spektakel in de tuin.  Bij de minste warmte die de lentezon geeft gaan de bloempjes open.  Ze houden van die warmte want ze draaien hun hoofdje mee met de zon om er tenvolle van te genieten.  ’s Avonds sluiten ze maar de dag erna herbegint de ganse cyclus tenzij het een regendag is want dan blijven de kelkblaadjes gesloten.    

De boerenkrokus is een stinzenplant en heeft dus de eigenschap zich uit te zaaien op voorwaarde dat de tuinliefhebber hem een plaatsje geeft waar weinig geschoffeld wordt en de grond voldoende voedzaam is.  Graag gaat hij zijn gang in de rotstuin, onder loofbomen en bladverliezende struiken of in het gazon.   Voorwaarde is wel dat het gazon niet vroeg gemaaid wordt.  Na de bloei gaat de hoofdbol zich omringen van een massa kleine bolletjes.  Deze moeten zich kunnen ontwikkelen.  Het is dus wachten met maaien tot het loof van de plant begint af te sterven. Je kunt de hoofdbol ook opgraven en de bolletjes van de hoofdbol scheiden en zelf uitzaaien.  Na een aantal jaren zal er zich in de bloeitijd een tapijt gevormd hebben met de lichtpaarse bloemen met okergele meeldraden van de boerenkrokussen.  Enig mooi!

Planten vanaf begin october. 


 

Een tip …

Meng Crocus tommasonianus (boerenkrokus) met Crocus Speciosus Artabir.  De eerste bloeit in het voorjaar en de tweede in het najaar.  Het wordt zo dubbel genieten. 

Crocus Speciosus Artabir heeft een donkerpaarse nerf in de kelkblaadjes.  Het is ook een verwilderingsbol.  Planten eind augustus.

 

 

Hedychium (siergember) als trekpleister in de tuin.

096.JPGZo’n zes jaren geleden kreeg ik van een vriend een stuk van zijn Hedychium gardnerianum ‘Monster Kahili’. De wortelstokken waren zo fel aangegroeid dat de pot waarin de plant stond opengescheurd was. Twee jaren later stond ik met hetzelfde probleem. Het deed me besluiten om de helft opnieuw op te potten en de andere helft in de tuin te planten. Vermits siergembers niet wintervast zijn heb ik de plant in het najaar afgedekt met eerst een laagje takjes met daarop een dikke laag afgevallen blad. In het daaropvolgende voorjaar had ik de moed reeds opgegeven en de plaats met late afgeprijsde verwilderingstulpen opgevuld. Toen deze uitgebloeid waren en afstierven was mijn verwondering groot toen ik drie scheuten van de Hedychium zag bovenkomen. Het was toen eind mei! Een bloem heb ik dat jaar niet gezien. Sindsdien herhaalt de geschiedenis zich. De Hedychium komt pas boven nadat de verwilderingstulpen, die er bovenop staan, ver afgestorven zijn. Maar nu krijg ik 3 à 4 prachtige bloemen. Realist genoeg zijnde hou ik steeds een stuk in pot want de laatste winters waren niet echt die naam waardig.

Hedychiumfamilie telt ongeveer 50 soorten en behoort tot de familie van de Zingiberaceae. Komende uit de zuidelijke Himalaya van Nepal tot Indië zijn er nogal wat verschillen in deze familie. Maar allemaal zijn ze weinig wintervast en hoeven dus voldoende beschutting in de winter. Maar wie het waagt wordt rijkelijk beloond met een plant met een sterke exotische toets. De hoog opgaande stengels lijken op bamboe en de grote bladeren vallen onmiddellijk op. De prachtige bloemen, in de top van de stengels, verschijnen half september en blijven ruim 10 dagen alle aandacht trekken. Een aantal siergembers verspreiden daarenboven een aangename geur.

Dat Hedychium vrijwel onbekend is, is te wijten aan het feit dat ze tot op heden niet te vermeerderen zijn via weefselkweek en daarom niet rendabel. De vermeerdering gebeurt meestal via de ondergrondse wortelstokken (rhizomen). Zaaien kan ook maar de kiemkracht is beperkt tot zo’n 30% van de zaden. Belangrijk bij het zaaien is dat dit onmiddellijk na de oogst dient te gebeuren want de zaden verliezen heel snel hun kiemkracht.

Wie geen risico wil nemen kan de wortelstokken opgraven en op een droge vorstvrije en lichte plaats bewaren. Dat lukt perfect maar het daaropvolgende jaar zal men bij het opnieuw uitplanten in de tuin of pot geen bloemen hebben. Daarom is het best ze in de tuin te laten en goed af te dekken … en wat risico te nemen.

Bij kwekers verneem ik dat Hedychium coronarium of ‘white butterfly lily’ de meest geplante is en met reden. Hij is gemakkelijk in de tuin, vermeerdert goed, heeft wondermooie witte bloemen en een ver dragende heerlijke geur.

Wil je wat meer zien van al die pracht, breng dan eens een bezoek aan volgende website: http://www.gingersrus.com