20-01-12

Correa backhoseana een niet courante struik

 

Zelden zul je Correa backhoseana aantreffen in onze tuinen.  Dit komt vooral omdat deze winterharde struik uit Australië zelden aangeboden wordt in tuincentra.  Wie de eigenschappen van deze struik nader leert kennen zal snel overtuigd zijn.

 

 

 

Herkomst

De soort Correa werd voor het eerst beschreven in 1834 door de botanicus William Jackson Hooker.  James Backhouse verzamelde reeds in 1833 de struik op Cape Grim (Tasmanië).  Later werd deze ook teruggevonden in West- en Zuid-Australië en Victoria.

 

De struik

Correa backhouseana is wintervast en kan heel goed tegen droogte.  Als kustplant ligt dat wat voor de hand.  De struik kan zowel in volle zon als in half schaduw.  In ideale omstandigheden kan de struik uitgroeien tot 2 m hoogte en 1 m breedte.  De ovale blaadjes zijn een 3-tal cm lang en een 2-tal cm breed.  De bovenzijde van het blad is glanzend donkergroen terwijl de onderzijde lichtgrijs is.  De klokvormige bloemen hangen als lampjes aan de takken.  Ze gaan van groen-geel naar lichtgeel.  Bij het ontluiken is de basis lichtroze.  Door het hangende van de klokjes is de binnenzijde niet zichtbaar.  Spijtig want binnenin zijn de stamper en meeldraden net klepels van een klok. 

De cultivar Correa backhouseana var. coriacea 'Eucla Gold' is kleiner, smaller, en heeft feller gekleurde bloemen dan normaal.  Deze variëteit werd ontdekt in Eucla (West-Australië) en pas in cultuur gebracht in Victoria in 1988.

 

Gebruik

Men kan deze struik zowel in de plantenborder als in container houden.  Zowel het blad als de bloem zijn geschikt materiaal bij het bloemschikken.  In Australië wordt deze struik veelvuldig gebruikt om een kleine haag mee te vormen.  Meteen is deze struik zeer geliefd bij de kleinere vogelpopulatie.

De commentaren zijn gesloten.