24-02-08

Leycesteria formosa: een speciale bessendragende sierheester

Wie van een speciale heester met veelzijdige kwaliteiten houdt, komt onwillekeurig terecht bij Leycesteria of fazantenbes.  Zowel de bloem als de daaropvolgende bessentrossen zorgen voor een opvallende schoonheid.  De bloei start begin juni en houdt aan tot eind september.  Daarna ontwikkelen zich de donkerrode bessen die heel wat vogels interesseren.  Het is een niet al te grote heester, die zowel in een kuip als in de volle grond geplant kan worden.    

 

Herkomst

De thuisbasis van fazantenbes is in de Himalaya van Noord-Pakistan tot China.  Sommige soorten komt men er tegen tot op een hoogte van 3000 m.  Als struik staat hij er in bossen en rivieren.  In Europa deed deze, tot op heden nog zeldzame heester in onze tuinen, zijn intrede omstreeks 1824.

 

Naam
De botanische naam heeft deze heester te danken aan William Leycester, Engelse plantdeskundige en rechter in Bengalië. Formosa is een Latijns woord en betekent mooi. De naam fazantenbes heeft betrekking op het feit dat deze struik in een Engeland speciaal voor fazanten aangeplant wordt.

Kenmerken
Leycesteria is van de kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae).  In het Nederlands gebruikt men meerdere naamgevingen: fazantenbes, grootmoeders oorbel, caramelbes, valse muskaatnoot.
De fazantenbes is een bladverliezende heester met groene, holle, rechtop staande stengels met een blauwachtige glans. De donkergroene bladeren zijn aan de onderzijde blauwachtig, ca. 18 cm breed en langwerpig.

De bloei met witte tot 10 cm lange, overhangende, pagodeachtige bloemtrossen en grote purperrode schutbladeren situeert zich van half juni tot einde september. De schutbladeren blijven aan de stelen zitten, ook al zijn de bloemen afgevallen. De bloemen zijn zowel mannelijk als vrouwelijk.

 

De bessen zijn in het begin groen, dan rood, later zwart en steken mooi af tegen de rode schutbladeren.  Ze zullen niet lang aan de struik blijven zitten, want vogels, vooral fazanten, zijn er dol op.  Hun geur is chocoladeachtig, sommigen beweren nootmuskaatachtig.

 Standplaats

De fazantenbes houdt van een zonnige, beschutte plek in de tuin.  Ze voelen zich het best in een doorlatende bodem.   Ook in halfschaduw geeft deze heester behoorlijke resultaten.

 Vermeerdering

De fazantenbes zaait zich gemakkelijk uit.  Elke bes bezit vele zaadjes die door de vogels kwistig rondgedragen worden in de tuin. 

Via zijn wortelbestand breidt de heester zich eveneens gemakkelijk uit.  Men kan het zeker geen woekeraar noemen maar toch moet je zijn enthousiasme regelmatig inperken.  De afgestoken delen zijn meteen prima stekken.

 Wintervastheid

De struik is niet helemaal wintervast.  Hiermee bedoelen we dat bij aanhoudende strengere vorst delen van de takken kunnen invriezen.  Geen nood echter want na de winter schiet de plant terug uit vanuit de wortel en bereikt al snel een hoogte van 1,5 meter.  Indien het zachte winters zijn haalt deze struik gemakkelijk 2 m.  Zelf snoei ik de overgebleven stengels, einde maart, in tot op een halve meter.  Het komt de struikvorming ten goede.

 In pot

Fazantenbes kan heel gemakkelijk in pot gehouden worden.  Zorg wel voor voldoende begieting tijdens de warme maanden.  De plant zelf zal je zijn dranktekort vlug laten merken.  Laat het echter niet zover komen want dan heb je gemakkelijk gele blaadjes en bladafval.

In pot is het een prima plant om de kale voorjaarsplekken in de border weg te werken. 

Bij strenge vorst is het best de pot te beschermen.

 

19-02-08

Francoa Sonchifolia

Als plantenliefhebber ben ik steeds op zoek naar iets nieuws  of zeldzaams.  Francoa Sonchifolia is zeker een antwoord op het zeldzame.  Zelf kon ik de plant aanschaffen op een bloemenmarkt bij een liefhebber.  Meermaals heb ik er sindsdien, zonder succes,  naar uitgekeken in diverse tuincentra.  Nochtans verdient deze plant een plaats in de border.  Zijn op orchideeën lijkende bloemen maken er een beauty van.  Door zijn wintervastheid zorgt zijn groenblijvende bladrozet voor kleur tijdens de wintermaanden.   

Herkomst

 

De plaatsen van herkomst zijn Chili, Salt Lake City en Utah.  In Chili is het bekend als ‘Bridal Wreath’ (Bruidskroon).  Het plantje is te vinden in rotsspleten in de droge delen van het land waar het dichte zoden vormt.  Het maakt deze plant onmiddellijk geschikt voor de rotstuin.  In een groep van 4 tot 5 planten past het ook goed vooraan in de border.    

 

Kenmerken

 
  • Familie: Saxifragaceae
  • Geslacht: Francoa
  • Variëteiten: Er bestaan twee variëteiten die identiek zijn maar verschillen in bloemkleur nl.: Francoa ramosa met witte bloemen en Francoa Sonchifolia met roze bloemen met donkerroze accenten.  Een nieuwe variëteit is F. S. ‘Rogerson’s Form’ met dieproze bloemen en karmozijnrode accenten.

        

F. sonchifolia

 
  • Standplaats: zonnig maar liefst maar een halve dag, voldoende vochtige plaats
  • Wintervast: tot – 17 °C
  • Blad : Mooie bladplant met lepelvormig blad in rozetstand.  In volle zon verkleuren de diepgroene bladeren naar rood.

  • Bloeitijd : Juli-augustus. 
  • Bloemkleur: wit of roos met borstelslag bij de basis van elk bloemblaadje. 
  • Hoogte: Kleine bekervorminge bloemen die tussen de 40 – 80 cm hoogte bereiken.  Het zijn prachtige snijbloemen die lang houden.
  • Stekken: na een paar jaar vormen er zich rhizomes die men kan afbreken en opnieuw planten.  Zaaien is ook mogelijk maar hou er rekening mee dat het een koudkiemer is.  De kiemduur is 2 tot 4 weken.

18-02-08

Latijn in de plantenbenoeming

Carolus Linnaeus (1707-1778),  een Zweedse plantkundige en bioloog, zorgde voor de binomiale nomenclatuur voor planten, dieren en stenen.  Zijn tweedelige naamgeving slaat terug op: genus (geslachtsnaam) en soortaanduiding.  Het scheppen van orde in de naamgeving is een grote verdienste van deze Zweed.  Keerzijde is natuurlijk het gebruik van het Latijn.  Niet iedereen onder ons heeft daar in zijn jeugdjaren tijd aan versleten.  Daarom kan onderstaand (onvolledige) lijstje je hierin zeker wat helpen.  De Latijnse plantennamen zeggen meestal iets over kleur, soort bloem, soort blad, standplaats, … 

Volgende Latijnse woorden zeggen iets over de kleur: Alba = wit / Aurantiaca = oranje / Aurea = goud / Argentea = zilver / Azurea of caerulea = blauw / Chrysantha, flava, lutea of sulphurea = geel / Coccinea, punica, rubra = rood / Griseum, incata = grijs / Ochroleuca, pallida = crème / Phoenicea, violacea = paars / Rosea = roos / Purpurea = donker roze / Sanguinea = bloedrood / Viridis = groen 

Volgende Latijnse woorden zeggen iets over het blad (folia): Angustifolia = smal / Armata = stekelig / Digitata = handvorm / Farinosa = met meel bedekt / Ficifolia = vorm van vijgenblad / Foliosa = veel bladig / Fruticosa = met weinig blad / Glabra = glad / Glutinosa, viscosa = plakkerig / Graminifolia = vorm zoals gras / Hirsuta, villosa = harig / Lanata, tomentosa = wollig / Latifolia = breed / Longifolia = lang / Macrophylla = groot / Microphylla = klein / Millefolia = duizenden / Mollis = zacht / Ovalifolia = ovaal / Parvifolia = weinig / Paucifolia = weinig / Pinnata = geveerd / Polyphylla = veel / Rotundifolia = rond / Spinosa = stekelig / Tenuifolia = fijn / Velutina = fluwelig 

Volgende Latijnse woorden zeggen iets over de bloem (flora): Acaulis = zonder steel / Barbata = behaard / Campanulata = klokvorm / Densiflora = compact / Flore plena = dubbel / Foetida, odorata = geurig / Grandiflora = groot / Longiflora = lang / Macrantha = groot / Micrantha = klein / Multiflora = veel / Parviflora = klein / Pauciflora = weinig / Pendula = hangend / Spicata = gespikkeld / Stellata = sterren / Umbellata = schermbloemig 

Volgende Latijnse woorden zeggen iets over de standplaats: Alpina, montana = bergplant / Altissima = groot / Arenaria = houdt van zanderige grond / Edulis = eetbaar / Gigantea = enorme plant / Humilis = kort / Maritima = aan zee / Muralis = tegen een muur / Nana = heel klein / Officinalis = kruiden / Palustris = drassig / Pratensis = akker / Procumbens = kruipend / Prostata = kruipend / Scaber, scandens = klimmend / Silvestris = bos / Somnifera = slaapverwekkend / Vulgaris = gewoon

09:14 Gepost door jos in Oude wijsheden | Permalink | Commentaren (0) | Tags: latijnse benoeming |  Facebook |

14-02-08

Penstemons hebbeding voor de border

Dat de penstemons behoren tot de familie van de leeuwenbekachtigen zie je meteen aan de bloemstructuur.  Afkomstig uit het midden en westen van Amerika ontleenden ze hun naam uit het Grieks: penta (vijf) en stemon (meeldraden).  Dus bloem met vijf meeldraden.  Hun overvloedige bloei vanaf mei tot het vriest, hun grote verscheidenheid in kleuren en combinaties, hun groen blijven tijdens de winter maken hen tot hebbeding voor iedere tuin.  Spijtig genoeg heeft deze lofzang ook een keerzijde.  De plant houdt van humusrijke kleiachtige grond die goed waterdoorlatend is.  En daar nijpt dikwijls het schoentje.  Verder is de wintervastheid niet gewaarborgd.  Door de zachte winters de laatste jaren hebben mijn oudste planten een stevig wortelbestel gekweekt en dit komt de planten ten goede.  Toch neem ik uit voorzorg van iedere soort voldoende stekken.

IMG_0059

Penstemon 'Garnet'

Stekken 

Half juli neem ik stevige topstekken.  Neem bij voorkeur kleine stekpotjes omdat het inwortelen daarin veel sneller gebeurt.  Bij tijdsgebrek gebruik ik de klassieke zaai- en stekgrond uit een tuincentrum.  Liever maak ik deze zelf met een mengsel van ¼ kleigrond, ¼ potgrond en ½ rijnzand.  De kleine potjes plaats ik naast mekaar in een grotere bak waarin ik onderaan een laagje van 2 cm stekgrond aanbreng.  Het water geven gebeurt in de grote bak waarin natuurlijk vooraf draineringsgaatjes aangebracht werden.  Het is uit den boze de stekjes bovenaan in de stekpotjes te gieten.  Dit vooral omdat het de bovenste laag van de grond verhard en ook omdat het gemakkelijker schimmelvorming in de hand werkt.  Waar ik het inwortelen laat gebeuren?  Niet in een serre maar gewoon op een plaatsje in de tuin uit de zon natuurlijk.  Na anderhalve maand (=begin september) zijn de stekjes reeds goed ingeworteld en klaar om uitgeplant te worden in potjes van 7 cm in goede potgrond.  Bij de eerste koude nachten zul je snel merken dat de groei stagneert.  Dan breng ik alles naar binnen in een niet verwarmde maar wel goed verlichte en verluchte kelder.  Daar zullen ze blijven tot einde maart.  Vanaf het overplanten top ik de plantjes regelmatig volgens het systeem dat heel goed gekend is bij de fuchsialiefhebbers nl.: om de twee bladparen.  Bij twee topbeurten stop ik want dan heeft de plant een voldoende bossige stijl aangenomen.

 

Tip!  In de beginjaren poogde ik de stekjes te laten overwinteren in de verwarmde veranda.  In plaats van er goed mee te doen deed ik slecht.  De plantjes groeiden met waterscheuten en kregen gemakkelijk een schimmelziekte.  Dit laatste vooral  omdat er teveel vocht moest gegeven worden.  Nu overwinter ik ze in een ruimte met maximum 5°C en heb omzeggens geen plantsterfte meer.

IMG_0061

Penstemon 'Sunburst Ruby'

Grond en voeding Penstemons houden niet van natte voeten.  Daarom moet de grond goed doorlatend zijn zodat tijdig het overtollige water afgevoerd wordt.  Dat is wel eens een probleem met de (dikwijls zware) kleigrond van het Pajottenland.  Zelf heb ik hem verlicht met zand en compost.  Hoeveel  wordt bepaald door de zwaarte van de grond. 

Penstemons kunnen goed tegen droogte.  Bij extreme droogte is een watergift ’s morgens aan te raden tegenover ’s avonds.

Winterhardheid  

Penstemons zijn niet echt winterhard.  De laatste jaren wekken ze de indruk van wel.  Dit komt natuurlijk door de zachtheid van de winters.  Daarenboven zijn ze in mijn stadstuin beschermd door de huizenrijen.  Ze kunnen wel een –5°C aan.  Om niet verrast te worden dek ik ze af zoals uitgelegd in het artikel ‘Plantensteunen’.  Ieder jaar neem ik daarenboven van alle soorten voldoende stekken.  Heb ik ze zelf niet nodig, kan ik er een andere tuinier gelukkig mee maken.

IMG_0008
Penstemon 'Sunburst Ruby' - februari 2008 

Bijsnoeien 

Alle soorten die ik in mijn tuin heb zijn groenblijvers.  Sommigen blijven klein (15 – 30 cm) andere  kunnen flink uitgroeien tot 1 meter en meer.  De kleinblijvende soorten passen perfect in een rotstuintje.  De andere zijn uitermate geschikt in de vaste plantenborder.  De hogere snoei ik einde maart terug tot op ongeveer 20 à 30 cm.  Snel vormen ze nieuwe stevige scheuten.  Dit bijsnoeien moet niet echt, maar hou er dan rekening mee dat de bloemen kleiner zullen zijn.

Zodra een stengel uitgebloeid is knip ik hem weg tot 1 bladpaar onder de plaats waar de bloem begon.  Daar zullen zich snel nieuwe stengels en bloemen vormen. 

IMG_0066
P. 'Sunburst Ruby'
IMG_0064

                                               P. 'Rich Ruby'
 
P. 'Tenius'

 P. digitalis 'Husker'

 P. Midnight

 P. Osprey

Tot slot …

Penstemons zijn zowel naar kleur als structuur hebbedingen voor een border.  Ze bloeien overweldigend en aanhoudend van half mei tot het vriest.  Vorige (zachte) winter (2006-2007) zijn er steeds een paar bloemstengels gebleven.

10-02-08

Plantensteunen

Het was een prachtige zomerdag.  De zon stond hoog aan het hemelruim.  De temperaturen waren ons genegen.  Windstil!  Heerlijk!  Zo’n dag om te onthouden.  Als je dan tuinliefhebber bent is het dubbel genieten.  De bloemen lieten zich de milde zonnestralen weggevallen.  Grote koolwitjes, dagpauwogen, kleine vosjes, distelvlinders en één enkele koninginnepage fladderden van bloem tot bloem.  Libelles streken sierlijk neer en bleven als versteend zitten.  Het was één en al geur, kleur en leven in de tuin.  Onder het grote zonnescherm smaakte het frisse pintje.  Plots stak de wind lichtjes op.  Wat grijze wolken in het westen doken het luchtruim in.  Wat gerommel in de verte …  We kregen net de tijd om naar de veranda te vluchten.  Een fikse regenbui vergezeld van enkele knetterende donderslagen liet ons besluiten de barbecue ingrediënten in de diepvries te laten.  Ons humeur sloeg om.  Wat een ‘kakland’ is dat hier.  Erger nog want de tuin was herschapen in een slagveld.  Afgekraakte en neergevallen bloemen.  Al dat werk in omzeggens een halfuurtje om zeep.  Het zal zich nog wel wat herstellen maar echt in orde komt het niet meer. 

Die avond ging ik op zoek naar plantensteunen.  Die bamboestokken in het midden van de plant met koord er rond vind ik maar niks.  Dat is geen zicht.  De steunen in de plantenzaken zijn wel goed maar dit wordt een serieuze knauw in het budget.  In een winkel stond de groen geplastificeerde tuindraad in promotie.  Het deed een belletje rinkelen.  Het werd voor mij de oplossing. 

Werkwijze:-         Knip de aangepaste breedte en hoogte van de rol.-         Langs de onderkant eindig je op pinnen zodat het vastzetten in de grond heel eenvoudig is. 
IMG_0002

-         Langs een zijkant eindig je op een halve pin om te kunnen hechten.  -         Span verdeeldraden binnenin zodat de plant er doorheen kan groeien en zich zo mooi kan  verdelen over het ganse oppervlak.
IMG_0003
Opgekuiste sedum februari 2008
 Voordelen:
-         Het is een goedkope oplossing.-         Je hebt alleen, benevens de draad, een kniptangetje nodig.

-         Gaat heel lang mee.  Staan reeds zes jaar in mijn tuin zonder problemen.

-         Verdwijnt helemaal uit het zicht als de planten volop hun groei bereikt hebben.

 

IMG_0007

Penstemon februari 2008

IMG_0015

Sedum februari 2008

-         Door het groen geplastificeerd zijn valt de draad weinig op.

-         Takken die buiten de omheining groeien kunnen er gemakkelijk aan gehecht worden zonder dat het sierlijke en natuurlijke van de plant geschaad wordt.

-    Gemakkelijke opkuis na de winter.

IMG_0017
Sedum februari 2008

-         Gemakkelijke steun om een folie rond aan te brengen bij planten die extra bescherming nodig hebben tijdens de winterperiode.

-     Best aan te brengen in het voorjaar als de planten nog klein zijn.


IMG_0013
Hemerocallis februari 2008
-         Tijdens de wintermaanden, als de draad meer zichtbaar wordt, gebruiken de vogels hem als landplaatsen.

-         Katten kunnen de planten niet beschadigen en dit vooral bij het door hen gegeerde kattenkruid (Nepeta).

10:34 Gepost door jos in Tuinweetjes | Permalink | Commentaren (1) | Tags: plantensteunen |  Facebook |

08-02-08

Oude wijsheden

We kunnen ons stilaan afvragen of de oude gezegden nog echt standhouden binnen de theorie van de opwarming van de aarde.

'Als de krokussen in februari vroeg bloeien

dan zullen ze met de winter stoeien.'

'Als in februari de muggen zwermen,

 moet je in maart uw oren wermen (warmen).'

Moeten we dus echt schrik hebben dat heel wat planten er te vroeg aan begonnen zijn.  Voor mijn wilde paasbloemen moet ik me alvast geen zorgen meer maken.  Ze kwamen in bloei einde december en zijn nu ver uitgebloeid.  Even was ik toen geschrokken maar in verschillende kranten doken op hetzelfde ogenblik dezelfde verschijnselen op.  Nu begin februari staan de hemerocallissen reeds twintig centimeter boven de grond.  Hun belagers, de slakken, zijn ook reeds naarstig op pad.  De phloxen staan reeds zo ver dat ik ze gisteren getopt heb.  De seizoenen op hun kop.  Of moeten we een ander gezegde geloven?

'Plant en dier laten zich niet strikken

want na lang wegen en wikken

doorbreken ze het winterkleed

en ruimen op verveling en leed.'

 

 

09:34 Gepost door jos in Oude wijsheden | Permalink | Commentaren (0) | Tags: oude wijsheden |  Facebook |

05-02-08

Werken in de tuin zonder handschoenen

Sommigen onder ons werken graag in de tuin maar dan zonder handschoenen. Dit heeft zo zijn nare gevolgen voor de nagels.  De aarde kruipt er onder en laat een onfrisse en moeilijk te verwijderen zwarte rand achter.  Handen wassen lost dit probleem niet zo onmiddellijk op. 

Toch is er een handig en goedkoop middeltje om dit te voorkomen.  Vooraleer ik aan de slag ga krab ik met de nagels in een stuk zeep.  Bij het werken blijft er steeds wat zeep zitten.  Na het werk bij het handen wassen lost deze op en blijf je achter met propere nagels.

10:52 Gepost door jos in Tuinweetjes | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

04-02-08

Primula auricula: verrassende schoonheid

Als we primula zeggen denken we meestal aan de Primula Vulgaris.  Deze stengelloze primula wordt in zijn lokkende kleuren vroeg in het seizoen aangeboden in tuincentra en bloemenmarkten.  Minder komen we Primula Florindae en Primula Veris (de echte sleutelbloem) tegen.  Maar in de ruime familie van primula’s is er een buitenbeentje nl. Primula Auricula of het aurikeltje.  Het neemt nauwelijks plaats in en voelt zich prima onder een overkapping van een tuinhuis of een uit de zon gelegen etagère.

Herkomst

De plant komt voor in de Noordelijke en Zuidelijke Kalkalpen op hoogtes tussen de 1600 en 3400 meter.  Er werden bewijzen van teruggevonden uit de laatste ijstijd in het Tiroler Gschnitztal.  Carolus Clusius, Vlaamse arts botanicus, beschreef de plant al in de zestiende eeuw. 

Soorten en standplaats

IMG_0051IMG_0049
IMG_0053

De aurikeltjes worden ingedeeld in vier groepen:
  • de ‘Alpines’
  • de ‘Borders’ of tuinaurikels
  • de dubbele aurikeltjes
  • de ‘Shows’
IMG_0057

De eerste twee overleven zonder problemen in de rotstuin op voorwaarde dat ze geen ganse dag in de volle zon staan.  De ‘Shows’ zijn delicate plantjes.  Zowel bloemen als blaadjes zijn licht tot zwaar bepoederd.  Het minste vocht op bloem of blad veroorzaakt onherstelbare schade.  Men plaatst ze best onder een overkapping.  Zelf heb ik voor mijn verzameling een aurikeltjes-theater gemaakt op het beschaduwde terras.


IMG_0054
  
  

Grond, water en bemesting

 Aurikeltjes hoeven snel opdrogende grond.  Natte voeten zijn dodend voor deze plantjes.  Daarom leg ik onder in de pot een laagje van 2 cm verbrijzelde potscherven.  Vervolgens maak ik een mengsel van 2/3 turfvrije potgrond en 1/3 rijnzand met kiezeltjes.  Tijdens de zomer geef ik bij zonnig weder om de twee dagen water.  Kaliumhoudende voeding is een aanrader.  Tijdens de winter is de lucht vochtig genoeg en geef ik helemaal niets.  Schrik niet als de blaadjes dan grotendeels verdorren.  Bij de eerste warmte komen de wasachtige blaadjes snel terug.  Bloeien doen ze van eind april tot ver in juni. 

02-02-08

Tuinvogels tellen

Het observeren van het vogelleven op voederplanken is een spannende bezigheid.  Het voortdurend op- en aanvliegen begon al om 8.00 uur vanmorgen.  Het roodborstje en het koninkje zijn gewoontegetrouw de eerste bezoekers.  Het koppel Turkse tortels duikt naar de voederplank zodra ze me zien buitenkomen en horen rammelen met de voederdoos.  Ze volgen me van plank naar plank en komen vlot tot op 1 meter afstand.  Zodra ik naar binnen ben zijn de mussen daar.  Zodra er eentje landt duiken ze plots met meerdere op de plank.  Voor het minste stuiven ze alle weg in de grote laurierkers tot er weer eentje zijn stoute schoenen aantrekt en herbegint.  Ze pikken een paar zaadjes op en stuiven dan weer weg naar één der andere voederplanken.  Ik heb er drie geplaatst in de tuin.  Na het eerste mussengeweld komt steeds de (bot)vink en de groenvink morgenmalen.  In de loop van de dag zie ik hun zelden terug.  Plots is er veel kabaal.  Daar is het groepje spreeuwen.  Soms zijn ze met een tiental maar vanmorgen beperkte het zich tot vijf.  De mussen mengen zich opnieuw in het debat en een koppel merels en een zanglijster sluiten bij de groep aan.  Het wordt echt drummen en af en toe vechten op de planken.  Als scheidsrechter komt alle dagen omstreeks 9.00 u een tamme duif naar de plank.  Ik weet niet vanwaar ze komt maar ze is heel trouw in haar bezoek.  De tortels vertrouwen haar minder want ze zijn dan onmiddellijk in de buurt.  Kijkend of ze nog wel iets gaat overlaten.  Vanmorgen heb ik geluk want de houtduif is er ook.  Ze komt niet alle dagen.  Sedert begin dit jaar komt ze steeds alleen.  Ik vrees ervoor dat er wat gebeurt is in hun gezinnetje.  Het zou spijtig zijn want alle jaren nestelen ze één keer in de laurierkers. 

Eens 9.30 u is de grootste drukte voorbij.  Alleen de tortels en de mussen zullen de ganse dag bedrijvig blijven.  Toch niet want een koppel eksters storen graag deze rust.  Vanavond rond 15.30 u herneemt het leven op de planken opnieuw.

Resultaten van de telling op zaterdag 2 februari (8.00 tot 9.30 u): Roodborstje (1), Koninkje (1), Huismussen (11), Spreeuwen (5), Turkse tortels (2), Houtduif (1), Merel (2), Zanglijster (1), (Bot)vink (1), Groenvink (1), Eksters (2)

10:04 Gepost door jos in Vogels in mijn tuin | Permalink | Commentaren (1) | Tags: natuurpunt |  Facebook |